Vuige hetze tegen socioloog Koopmans

Nausicaa+Marbe

Schokkend nieuws uit Duitsland. Nu eens niet over de gruwelijke terreurgolf van de afgelopen week, maar over terreur in academische milieus. Aan de Berlijnse Humboldtuniversiteit zijn smaadacties gaande van studenten die jagen op vermeend racistische docenten. De beschuldigingen tegen respectabele hoogleraren zijn niet van de lucht.

Hun jongste doelwit is de Nederlandse socioloog Ruud Koopmans. Behalve professor aan de Humboldt en gastdocent aan de VU, is Koopmans verbonden aan het Berlijnse WZB, een instituut voor sociale vraagstukken, als directeur van de afdeling Migratie en Integratie. Een deel van zijn studenten vindt dat zijn werk vijandbeelden produceert. In een verklaring begin deze maand verwijt de studentenvakbond hem ’ongehoorde arrogantie, conceptueel nationalisme en blindheid tegenover de sociale realiteit’. Hij zou de ’voedingsbodem voor anti-islamitisch racisme’ vergroten. De studenten gaven hem geen kans zich te verweren. Zo’n islam-kritische vrije geest is een vette prooi voor dolle activisten die de universiteit als startplek van zuiveringen zien.

Deze vuige hetze haalde bij mijn weten het Nederlandse nieuws nog niet. De ernst ervan dringt nu wel door tot deFrankfurter Allgemeine Zeitung die er deze week over schreef onder de kop De koude ijsberg in de feelgood-zone’. De auteur van het stuk houdt de beschuldigingen tegen het licht van Koopmans’ onderzoek en acht die ongegrond. Maar het brandmerken als ’racist’ is al geschied. Koopmans is inmiddels in dialoog getreden met de aanbrengers, wat weinig opleverde. Zijn vakgenoten spreken schande van de aanvallen, maar de universiteit schaart zich niet achter de wetenschapper, begrijp ik uit de Duitse krant. Koopmans staat er dus alleen voor.

Even het geheugen opfrissen: ook in Nederland is hij een bekende stem in het integratiedebat. Hij viel op door zijn artikel ’Zachte heelmeesters’ (2002) waarin hij het Nederlandse multiculturele beleid aanpakte; dat richt zich met versnipperde maatregelen teveel op de migrantencultuur en werkt segregatie in de hand. Zulke kritiek op de zelfgenoegzame politieke correctheid was destijds onder academici uitzonderlijk. In 2015 deed hij weer stof opwaaien met een onderzoek naar moslims en christenen in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk. Daaruit bleek dat 44% van de ondervraagde moslims fundamentalistische gelovigen waren en dat hun vooroordelen tegen joden en homo’s welig tierden.

Koopmans toonde dat het gangbare riedeltje van linkse wegkijkers niet klopte: islamitisch fundamentalisme is in Europa geen ’marginaal’ fenomeen, maar een stevige stroming die sociale schade kan aanrichten. Natuurlijk werd Koopmans aangevallen door ontkenners die meenden dat zijn onderzoek ondeugdelijke vraagstellingen bevatte. Daarop verweerde hij zich in De Groene Amsterdammer door hun hypocrisie te tonen: ’Ik gebruik dezelfde vragen die ik ook hanteer om islamofobie en xenofobie te meten en dan wordt er nooit aan de onderzoeksresultaten getwijfeld. (…) De overtuiging dat moslims slachtoffer zijn van discriminatie en dat radicaliseren daar een reactie op is, zit erg diep.’ Koopmans hamert erop dat verandering vanuit de islamitische gemeenschappen moet komen, omdat daar de verantwoordelijkheid ligt. Ook hekelt hij linkse cultuurrelativisten, die verzuimd hebben de rechten van homoseksuelen, vrouwen en vrije geesten uit islamitische enclaves te beschermen.

Verleden april publiceerde Koopmans een opinie ( NRC) met de veelzeggende titel ’Waarom Angela Merkel moet opstappen’. Daarin toonde hij hoe de bondskanselier met de voor Europa onvoordelige Turkijedeal die visumvrij reizen belooft, Erdogan aan een electorale zege hielp. Hij veroordeelt haar ontwrichting van Europa door de Wir schaffen das-politiek, waarbij ze zonder ruggespraak met EU-partners het Dublinakkoord terzijde schoof. Koopmans: ’Om de gevolgen van haar eigen solobeslissing weer onder controle te krijgen en haar eigen politieke huid te redden, heeft Merkel alles waar Europa voor staat in de uitverkoop gezet.’

Je zou meer willen horen van Ruud Koopmans, zeker in deze tijd waarin het domein waarin hij onderzoek doet een monopolie heeft op slecht nieuws. Deze wetenschapper met kennis van de multiculturele samenleving zou een intrigerende en urgente Zomergast kunnen zijn. Maar nee, de VPRO-reeks start zondag met een jodenhater die bij Hezbollah heeft getraind en nu een internationale beweging komt promoten die alle discriminatie zegt te willen uitroeien. Daar kunnen de hetzestudenten van Koopmans vast terecht. De VPRO ziet in zijn eerste gast het tegengeluid dat ook gehoord moet worden, maar hoe toevallig dat zulke ’tegengeluiden’ altijd in het ideologisch straatje van de inmiddels star dogmatische omroep passen.

Hoe exemplarisch voor de morele verwarring in weldenkende Europese kringen: het rapaille met extreme denkbeelden dat zich multiculti voordoet krijgt een opkontje, terwijl de redelijke wetenschapper met een onwelgevallige boodschap over islam en integratie wordt genegeerd.

Het academisch jaar begint straks bar voor Koopmans. De zelfverklaarde antiracistische studenten hebben nieuwe ondervragingen aangekondigd. Maak je borst maar nat met deze toekomstige elite.

Bron: http://www.telegraaf.nl