Psalm 43, gezongen door ter dood veroordeelden

Geplaatst op donderdag 5 mei 2016, 12:00 door Dirk van Genderen

Deze week vierden we de Bevrijding en herdachten we allen die hun leven gaven in de Tweede Wereldoorlog. Meer dan honderdduizend Nederlandse Joden, militairen, verzetsmensen, Geallieerden en nog zoveel meer. Onder hen waren ook achttien mannen, die op donderdag 13 maart 1941 werden gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte, nabij Den Haag. Kort daarvoor hadden ze onder dramatische omstandigheden Psalm 43 gezongen.

 

waaldorpersvlakte
Monument op de Waalsdorpervlakte.

Op die 13e maart werden achttien mannen – vijftien verzetsmensen van de verzetsgroep de Geuzen en drie Amsterdamse februaristakers – uit hun cel gehaald. Drie minderjarige Geuzen werden vrijgelaten en in hun plaats werden drie februaristakers toegevoegd.
Zij gingen op weg naar de Waalsdorpervlakte nabij Den Haag, om gefusilleerd te worden. Het was de eerste massa-executie in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Dit is ook de plaats waar op 4 mei 1946 ook de eerste nationale dodenherdenking werd gehouden.

Het lied van de achttien doden
Vlak voor ze op de Waalsdorpervlakte werden gefusilleerd, zongen ze nog Psalm 43. Dit weten we door Bill Minco. Hij behoorde eerst tot de achttien veroordeelden, maar kreeg vanwege zijn jonge leeftijd met nog twee anderen een alternatieve straf opgelegd.
De bezetters wilden na een showproces het doodschieten van de achttien als voorbeeld stellen aan de hele Nederlandse bevolking. Na de executie werden de mannen algemeen bekend door ‘Het lied der achttien doden’, het verzetsgedicht van Jan Campert. Omdat hij Joden had geholpen, werd hij naar het concentratiekamp Neuengamme in Duitsland gestuurd, waar hij in januari 1943 overleed. In het lied schreef hij onder meer:

Een cel is maar twee meter lang
En nauw twee meter breed,
Wel kleiner nog is het stuk grond,
Dat ik nu nog niet weet,
Maar waar ik naamloos rusten zal,
Mijn makkers bovendien,
Wij waren achttien in getal,
Geen zal den avond zien.

(…)
Ik zie hoe ‘t eerste morgenlicht door ‘t hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht –
en zoo ik heb gefaald gelijk een elk wel falen kan, schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man als ‘k voor de loopen sta.

Psalm 43:1 en 4
Ze werden uit hun cel gehaald, in de rij gezet en naar de fusilladeplaats geleid. Eén van hen – wellicht de gereformeerde onderwijzer Leendert Keesmaat uit Dordrecht – zette Psalm 43 in. Volgens ‘oorgetuigen’ het eerste en het vierde vers. De Duitsers wisten eerst niet wat er gebeurde. Later is hun uitgelegd dat het Psalm 43 was, zo vertelden oorgetuigen na de oorlog.

Psalm 43 vers 1 en 4 hoort bij de kern van de dodenherdenking in Nederland.

Geduchte God, hoor mijn gebeden.
strijd voor mijn recht en maak mij vrij
van hen, die vol arglistigheden
gerechtigheid en trouw vertreden,
opdat mijn ziel uw naam belij
en U geheiligd zij.

Dan ga ik op tot Gods altaren,
tot God, mijn God, de bron van vreugd;
Dan zal ik juichend stem en snaren
ten roem van zijne goedheid paren,
die na kortstondig ongeneugt
mij eindeloos verheugt.

Aangrijpende psalm
Psalm 43 is een aangrijpende Psalm. Wie schreef deze psalm? Was het David, toen hij moest vluchten voor zijn zoon Absalom? Of was het Hizkia, toen Jeruzalem werd belegerd door de Assyriërs? Deze Psalm lijkt een logisch vervolg op Psalm 42, geschreven door de zonen van Korach.

We ontmoeten in Psalm 43 een bidder. De psalmist verkeert in nood. Hem wordt onrecht aangedaan. Zelf ziet hij geen weg meer. Daarom vlucht hij naar de Heere. Hij weet het: op God kan ik aan! Wat een les voor ons: ga niet zelf vechten en strijden, maar ga naar de Heere toe.

Doe mij recht, o God,
en voer mijn rechtszaak
(vers 1a).

Op zulke momenten komt het erop aan. Het is 100 procent genade als we – in Gods kracht – ons vertrouwen op Hem blijven stellen.
De psalmist is een gebroken man. Maar hij klampt zich vast aan God. Alleen bij Hem is redding, is heil.

Bevrijd mij van het volk zonder goedertierenheid,
van de man van bedrog en onrecht
(vers 1b).

Hem is onrecht aangedaan met woorden – hij spreekt over bedrog – en met daden – hij spreekt immers over onrecht.
Misschien kent u dit uit uw eigen leven. ‘Doe mij recht Heere, bevrijd mij…’ Je weet niet meer hoe het verder moet…
Tegelijk weet je: Het is in Gods hand, op Hem kan ik aan, Hem wil ik vertrouwen. Alleen dat geeft rust, dat geeft vrede in je hart.

Bij de Heere is uitkomst
Ik kan het goed begrijpen dat juist deze Psalm in de oorlog de Psalm was waar velen op terugvielen. De inhoud is zo herkenbaar. De angst, het verdriet, de onrust, de dreiging krijgen hier woorden naar God toe. Maar ook de vaste overtuiging dat bij de Heere uitkomst is, misschien wel dwars door de dood heen. De psalmist weet waar hij moet zijn:

Want U bent de God van mijn kracht… (vers 2).

Eén ding weet hij zeker: U bent de God van mijn kracht…. U kunt mij verlossen/bevrijden uit deze ellendige situatie. Zijn wanhoop klinkt door in het vervolg van vers 2:

Waarom verstoot U mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart gehuld, door de onderdrukking van de vijand.

Maar ondanks dat zoekt hij zijn hulp, redding, uitkomst bij de Heere. Dat is de enige weg, ook voor ons. De dichter vraagt om Gods leiding.
Hij bidt dat zijn geestelijke ogen open zullen gaan en de Heere zullen zien. Hij ging in het zwart (vers 2) en smeekt om Gods licht. Hij wil Gods stem horen, Hem volgen.

…Zend Uw licht en Uw waarheid;
laten die mij leiden
mij brengen naar Uw heilige berg
en tot Uw woningen…
(vers 3)

Vers 4: ‘Zodat ik kan gaan naar Gods altaar,
naar God, mijn blijdschap, mijn vreugde;
en ik U met de harp kan loven,
o God, mijn God.

Opgaan naar Gods altaar
Dit is het vers – in de berijmde versie – wat die achttien mensen zongen, vlak voordat ze zouden werden gefusilleerd.

Dan ga ik op tot Gods altaren,
tot God, mijn God, de bron van vreugd;
Dan zal ik juichend stem en snaren
ten roem van zijne goedheid paren,
die na kortstondig ongeneugt
mij eindeloos verheugt.

Dat was hun uitzicht, hun verwachting… In ieder geval van degenen die meezongen. Na de dood is het leven mij bereid, God neemt mij op in Zijn heerlijkheid.
Dit vers geldt zeker voor na dit leven, als de hemel voor ons open zal gaan, maar toch ook al voor tijdens ons leven.
De psalmist bezingt hoe hij ernaar uitziet weer in Gods nabijheid te zijn, bij het altaar, op Zijn heilige berg, om Hem met de harp te loven. Bij het altaar vond vergeving en verzoening plaats.

Op Golgotha stond het altaar
Het Altaar stond op Golgotha. Daar betaalde de Heere Jezus de losprijs, voor de dichter, ook voor u, jou en mij. Ben je daar al geweest?
Mag je het weten: ook voor mij gaf Hij Zijn leven, stortte Hij Zijn bloed? Zijn bloed, dat reinigt van alle zonden….
Het licht van het Evangelie leidt ons naar het altaar, naar het kruis, naar Christus.

Het klinkt hier: als U mij leidt, mij brengt in Uw tegenwoordigheid, naar Uzelf, mijn blijdschap en vreugde, dan zal ik U met de harp loven, o God, mijn God… Daar gaat het om: dat we God ervaren als onze hoogste vreugde.

De psalmist kon niet vrij naar de tempel gaan, naar het altaar. Hij werd vervolgd, was in gevaar. Wij mogen altijd, elk moment, ook nu, met de Heere Jezus leven, met Hem wandelen en in onze gebeden met Hem spreken en tot Hem naderen, om Zijn stem te horen.
Wat een voorrecht, wat een genade… U die in nood zit, u die misschien het gevoel hebt ten onder te gaan in het water, zoals ooit Petrus toen hij uit de boot stapte en over het water naar de Heere Jezus wilde gaan…
Roep tot de Heere om genade, om ontferming. Stel uw vertrouwen op Hem alleen.

Nog even terug naar vers 4. ‘God, mijn blijdschap en vreugde.’ Letterlijk staat er: ‘God, de blijdschap van mijn vreugde.’ Dan zal ik U met de harp loven, O God, mijn God.
Let op dat woordje MIJN. Hij wist het zeker: Hij is MIJN Heere, Hij is MIJN God. Dat is zo’n genade als je dat mag weten. Ik hoop en bid dat u dat de dichter na kunt zeggen.

Je eigen ziel toespreken
Dan nog vers 5. De psalmist weet dat Hij op de Heere kan vertrouwen. Hij weet dat het op Gods tijd goed gaat komen.
Hij gaat zijn eigen ziel toespreken. Het kan heel heilzaam zijn om dat te doen. Om je eigen gedachten, die op hol kunnen slaan, toe te spreken, een halt toe te roepen, te corrigeren.

Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en wat bent u onrustig in mij?

Mijn ziel, waarom ben je toch zo onrustig? God heeft alles immers onder controle. Het loopt Hem nooit uit handen. Als er een God in de hemel is – en Hij is er – onze hemelse Vader,
waarom zouden we ons dan zoveel zorgen maken?
Het is nog steeds duister voor de dichter. Hij wandelt nog in het dal van de schaduw van de dood (Psalm 23, denk aan het commentaar van vorige week). Maar hij mag leren in de moeilijkheden te vertrouwen op de Heere, zijn God.

Er komt gegarandeerd zeker een eind aan dat dal van de schaduw van de dood, voor allen die de Heere Jezus kennen en liefhebben. Dat kan in dit leven, voor de Heere is niets te wonderlijk. Maar misschien gebeurt het pas aan de andere kant van de dood.
Of al bij de wederkomst van de Here Jezus. Dan verlost, bevrijd Hij voor eeuwig.

Hoop op God, want ik zal Hem weer leven;
Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.

Vertrouwen
Wat een vertrouwen, wat een zekerheid spreekt er uit deze woorden. Het is nodig dat hij het zegt tegen zichzelf: Hoop op God, blijf op Hem hopen. Waarom? Ik zal Hem weer loven. Daar twijfelt hij geen moment aan.

Hij is immers de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God. Het woord ‘verlossing’ mag je ook lezen als redding, overwinning. Hij zegt in feite: De Heere zal overwinning voor mijn gezicht geven. Bevrijding. 5 mei, Bevrijdingsdag.

Als ik rondom me kijk, zie ik gezichten die verlossing, bevrijding, overwinning nodig hebben. Op sommige gezichten zijn tranen, op andere gezichten is een gemaakte glimlach, een masker. De Heere wil Zijn blijdschap in ons geven, en dat zal zichtbaar worden op ons gezicht.

Geef al uw lasten, zorgen, moeilijkheden uit handen aan de Heere. Wijd uzelf toe aan Hem, zelfs wanneer uw leven dreigt ten onder te gaan. Loof en prijs Hem, ook al is het eind van ons aardse leven in zicht. Zoals die terdoodveroordeelden Gods lof zongen, vlak voordat ze zouden worden doodgeschoten.
Hoop op God. We zullen Hem weer loven, in dit leven en in de eeuwigheid. Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.

Dirk van Genderen