Al ga ik ook door een dal vol schaduw van de dood…

Geplaatst op donderdag 28 april 2016, 20:08 door Dirk van Generen

Wellicht herkent u Psalm 23 in bovenstaande woorden. ‘Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood…’ (Psalm 23:4). Dat kan gebeuren in ons leven. Dat je in zo’n crisissituatie bent, dat je niet meer weet hoe het verder moet. Door ziekte, zorgen, problemen, moeilijkheden, spanningen, angsten, stress. Misschien ben je verlaten door je man of door je vrouw. Misschien voel je je in je kerk volkomen onbegrepen. Of in welke moeilijke situatie u zich ook bevindt…

Psalm 23

In deze Psalm zet David, de Psalmist, krachtig in. ‘De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets’ (vers 1). Als herder wist David wat het betekent om een goede herder te zijn, die ervoor zorgt dat het de schapen aan niets ontbreekt.
Als de herder er maar is, is het goed. Ook al heb je het koud, ook al bevind je je in een gevaarlijke situatie, ook al is er te weinig eten, het is goed. De herder is er immers.

David wist het zeker: de Heere is bij mij, Hij is mijn Herder. Hij had geleerd zich in Hem te verheugen en op Hem te vertrouwen. Daarom kon hij zeggen: ‘Mij ontbreekt niets.’ Al zou hem op aarde alles ontbreken, en dat had hij meer dan eens ervaren, de Heere was er, op Hem stelde hij zijn vertrouwen. Ook in noodsituaties.

De tegenstander wil u uitschakelen
Denk aan die dag dat Goliath hem wilde doden. Dat kan ook ons overkomen. Een tegenstander die jou wil uitschakelen. Doe als David. Hij zei tegen Goliath: ‘U komt naar mij toe met een zwaard, met een speer en met een werpspies, maar ik kom naar u toe in de Naam van de HEERE van de legermachten, de God van de gelederen van Israel, Die u gehoond heeft’ (1 Koningen 17:45). En de Heere gaf hem de totale overwinning.

Denk aan die dag dat koning Saul hem wilde doden met zijn speer. Zo kan er ook naar ons een speer geworpen worden. Mensen, zelfs medegelovigen, kunnen je liefdeloos veroordelen. Doe als David. David ging niet terugvechten tegen Saul, maar David ‘ontweek de speer, tot twee keer toe’ (1 Samuel 18:11). Vertrouw op de Herder, op de Heere Jezus.

Denk aan die dag dat zijn mannen David wilden doden, omdat de Amelekieten, Ziklag, hun stad, hadden verwoest. Zijn eigen mannen wilden hem doden en David werd zeer benauwd. Ook ons Ziklag, onze stad, ons leven, onze baan, ons huwelijk, onze bankrekening kan verwoest zijn. Doe als David. ‘David echter sterkte zich in de HEERE, zijn God’ (1 Koningen 30:6).

‘Mij ontbreekt niets…’
Ik weet niet in welke situatie u zich bevindt. Uit mijn eigen leven weet ik dat er soms moeilijke situaties kunnen zijn. Soms omdat je zelf fouten maakt, soms omdat anderen het op je gemunt hebben, soms omdat we te maken hebben met de gebrokenheid en de vergankelijkheid van het leven. Dan komt het erop aan hoe we reageren.

Als we door genade mogen weten dat de Heere Jezus onze Herder is, dan mogen we steeds meer leren te belijden: ‘Mij ontbreekt niets’, in welke situatie we ons ook bevinden. Al valt alles om je heen weg, Hij blijft je Herder. Zelfs als de Heere het toelaat dat je terechtkomt in ‘een dal vol schaduw van de dood’ (Psalm 23:4). Als je denkt: ‘Hoe hou ik het vol?’ of: ‘Hoe kom ik hier doorheen?’ of: ‘Misschien betekent dit wel het einde van mijn leven’.

Wonderlijk, na de woorden: ‘Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood…,’ volgt het getuigenis: ‘…ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.’
Dat is genade, als je in het dal van de schaduw van de dood, geen kwaad vreest. De dreiging is groot, maar de Heere is groter! Niet alleen voor David, maar ook voor ons, voor u en jou!

Overwinnaar
Wanneer je in nood bent, in de schaduw van de dood, houd dan in gedachtenis het volbrachte werk van de Heere Jezus aan het kruis. Hij heeft de vijand overwonnen. Hij is Overwinnaar en met Hem mag je meer dan overwinnaar zijn.
Vergeet nooit dat, als je door genade de Heere Jezus mag kennen, Hij je Herder is, Die bij je is. Zijn stok en Zijn staf zullen je vertroosten. Aanbid Zijn grootheid, zelfs in momenten van grote pijn.
En laat het een troost zijn, dat, als je dat zelf niet meer kunt, de Heilige Geest voor je pleit en bidt met onuitsprekelijke verzuchtingen (Romeinen 8:26).

En wanneer je diep in de put zit, kijk dan niet naar de bodem van de put, maar kijk ophoog, naar de Heere Jezus. Hij is uw Verlosser. Zijn genade is voor u genoeg en Zijn kracht wordt volbracht in uw zwakheid (2 Korinthe 12:9).

Wanneer we de zegen van de Heere in ons leven ervaren, loven, prijzen en aanbidden we Hem. Laten we dat ook doen wanneer we gaan door het dal vol schaduw van de dood.
‘Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, nog hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere’ (Romeinen 8:38 en 39).

Dirk van Genderen