Vreugde over verslagen populisme is naïef

Wij hadden het niet helemaal in de gaten, maar woensdag gingen we naar de stembus om de Amerikaanse verkiezingen over te doen en alvast ook de Franse en Duitse te pakken. Dachten we, al worstelend met het vouwen van dat tafellaken van een stembiljet, dat het om de Tweede Kamer ging, de buitenlandse pers zag het anders: in Nederland zou blijken of het Trumpisme een wereldwijde trend zou worden. In Nederland zou het Brexit-referendum worden overgedaan en alvast ook het lot van Le Pen en de Duitse AfD beslist worden. Eventjes zijn we het orakel voor Europa’s populistische en extreemrechtse bewegingen geweest.

Foto: Telegraaf / Nausicaa Marbe
Nog nooit zetten zoveel buitenlandse kranten onze thuisscore zo prominent op de voorpagina’s, alsof het om electorale aardverschuivingen in eigen land ging. Je kunt daartegen inbrengen dat een grote, maar van regeren uitgesloten PVV weinig kan uitrichten. Maar indien Wilders vandaag veertig zetels had, was Den Haag in een mogelijk ellenlange, en verscheurende formatie-impasse beland. Vrees en opluchting waren dus begrijpelijk.

Er kleeft een mooie én een naïeve kant aan die buitenlandse interesse voor Nederland. Mooi is de solidariteit uit Europese landen. Dat men in Berlijn massaal de straat op gaat met een advies voor de buren, dat de presentatoren van het Deense journaal hun uitzending in het Nederlands beginnen, dat Duitse politici Nederlandse voetballiedjes in hun twitterfelicitaties verwerken en vooral dat Donald Tusk, de Poolse voorzitter van de Europese Raad, een rake toespraak in het Nederlands houdt – dat ontroert. Het toont dat er een Europese lotsverbondenheid bestaat. Er is een solidariteit die de grenzen overschrijdt en die mensen het gevoel geeft dat hun stemgedrag er toe doet. Hun politieke keuzes veranderen soms weinig in hun thuisland, maar hebben buiten de grens wel een groot effect, bijvoorbeeld op de stabiliteit in Europa.

Ik heb hier vaak over de ondemocratische, geldverslindende EU geschreven. En ik blijf schrijven over de noodzaak van versobering, transparantie en vernieuwing, en tegen het Turkse lidmaatschap, tegen nog meer politieke integratie die de soevereiniteit van de lidstaten aantast. Maar de meerwaarde van de EU, die van een kleine, voor zijn leden in goede en slechte tijden ploeterende volkerenbond, gestoeld op de historische noodzaak beschaving te behoeden voor totalitaire afbraak, blijf ik onderschrijven.

Dat neemt niet weg dat het Europese applaus richting Nederland ook van naïviteit kan getuigen. De populistische kaarten zijn in Europa nog lang niet geschud. En onze gematigde verkiezingsuitslag mag geen mandaat voor Brussel zijn om zich niet meer te bekommeren om het anti-Europese sentiment. De PVV heeft tenslotte zetels gewonnen. Het Forum voor Democratie, dat aankoerst op een Nexit, kwam met twee zetels in de Kamer. Veel kiezers voelen zich niet thuis in de EU en ook niet in multicultureel Nederland. Hun zorgen zijn even belangrijk als die van het electoraat dat nu internationale bewondering oogst.

Het anti-populistische gejubel mag ook om een andere reden wat dimmen. Maar liefst drie volksmenners van Denk zijn de Kamer binnengeslopen. Dat zien al die blije anti-populistische feestvierders over het hoofd. De gladde agitatoren van Denk met hun programma dat slachtofferdenken en rancune langs etnische lijnen exploiteert, vormen een binnenlands gevaar. In de grote steden kregen ze meer stemmen dan de PvdA. Dat belooft wat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dan komen deze opruiers met hun blinde trouw aan Erdogan in de gemeenteraad, om met hun gespleten tongen onophoudelijk clichés over onderdrukking, discriminatie, racisme, gelijkheid, rechtvaardigheid en verbinding te bezigen en onderwijl hun ondermijnende activiteiten te ontplooien. Geen aanwinst, deze intrigantenclub die mensen tegen elkaar opzet en allochtonen klein houdt met de leugen dat Nederland hen belazert en dat Denk de enige uitweg is uit ’dit fascistische nazi-overblijfsel’. Dat zit straks nota bene in de vertrouwelijke Commissie Stiekem bij de AIVD-briefings. Dat balkt straks ’wie ben jij om zo tegen me te praten’ tegen Rutte die nu nog in de waan verkeert van het ’foute populisme’ af te zijn.

Toegegeven, het schuifdeurentheater op het Binnenhof zal bloeien. Maar in de Denk-wijken gaat het er straks minder plezant aan toe. Zijn de gemeenten voorbereid op deze door Ankara en haatimams aangestuurde sujetten? Dacht het niet. Niet met ambtenaren en kiescommissies zoals in Amsterdam, de stad met een stemlokaal in een moskee in de Transvaalbuurt, waar naast Turkse vlaggen religieuze staatspropaganda aan de muren hing en de Turkse radio loeide. De vrouw die hiervan melding wilde maken, werd ter plekke ontmoedigd. Pas nadat de media er lucht van kregen en er politieke vragen kwamen, werd een poster van de muur gehaald. Een poster! Ook liet een Arnhemse ambtenaar, zo meldde een kiezer, een moslimstel gezamenlijk het stemhokje ingaan op verzoek van de man. Een incident?

Een land dat laks is met het verdedigen van zijn seculiere overheid en de vrijheid van het individu, is weerloos tegenover de agressie van het verkapte islamisme van Denk. De EU, die Nederland nu steunt in de Turkije crisis, zou zich ook moeten gaan bekommeren om deze politieke infiltratie door Erdogans vijfde colonne. Liefst zo autoritair mogelijk. Ook dat is solidariteit in naam van de beschaving.

Bron: http://www.telegraaf.nl