Oeroude regels van woestijn nog geldig


Leon de Winter

Leon de Winter
Foto: De Telegraaf

Opinie Leon de Winter

14 FEB 2017

Is het mogelijk om een Arabische dictatuur te veranderen in een democratische open samenleving? Tot nu toe is het antwoord daarop ontkennend. In Tunesië bestaat er een voorzichtige poging om het westerse staatsmodel met zijn rechten en plichten te testen, maar dat land is de uitzondering op de regel. Irak, Syrië, Libië – in deze landen leidde de val van de tiran, die het hoofd was van een misdaadsyndicaat op basis van tribale loyaliteiten, tot anarchie, massamoord, de ineenstorting van de samenleving.

Waar in de Arabische wereld een status quo overeind is gebleven, is het middel waarmee de heersers maatschappelijke rust afdwingen het beproefde geweldprincipe: fysiek geweld via arrestatie en foltering, en mentaal geweld via censuur. En ook in die landen – de meerderheid – is het alternatief voor de tiran de algehele ineenstorting van enige sociale cohesie.

Het is een verschijnsel dat veel beschouwers en analisten sprakeloos maakt omdat het haaks staat op de verwachting dat mensen die in vrijheid willen leven ook andersdenkenden dezelfde vrijheid gunnen. Het is beschaafd om te denken dat de val van de tiran zal leiden tot de triomf van openheid en gelijkwaardigheid. Maar die triomf blijft uit. In de huidige Arabische wereld bestaat er geen alternatief voor tirannieke overheersing.

Zodra die tirannieke bovenlaag wegvalt, of begint te scheuren zoals in Syrië, worden eeuwenoude tegenstellingen zichtbaar die in die relatief jonge Arabische landen onder de oppervlakte woekeren. Overal in Noord-Afrika bestaat er een schizofreen conflict tussen de oude tribale Berberculturen en het vernis van de islam, dat door veroverende Arabieren over die veel oudere inheemse culturen werd uitgesmeerd. Egypte is islamitisch en pre-islamitisch tegelijk. De uitzondering is het Saoedi-Arabische schiereiland, de bakermat van de islam, maar ook daar spelen nog altijd tribale identiteiten en loyaliteiten een rol, en wordt de samenleving onder druk gezet door de aanwezigheid van miljoenen sjiieten – loyaler aan Iran dan aan de prinsen van het Huis al-Saoed – die als tweederangs burgers worden onderdrukt.

Tot nu toe veroorzaakt die mengeling van tribale en islamitische loyaliteiten een onontwarbaar kluwen. Democratie is alleen mogelijk bij een krachtig zelfbewustzijn van ontwikkelde burgers, en dit is precies wat afwezig is: er bestaan in de Arabische wereld geen burgerlijke samenlevingen met burgerlijke instituties die de continuïteit en neutraliteit van de staat vertegenwoordigen.

De meerderheid van de bevolking van Irak is sjiiet, de meerderheid van Syrië soenniet. In Irak heerste over de sjiitische meerderheid soennitische familieclans, in Syrië heerste over de soennitische meerderheid een aan de shia gelieerde coalitie van alawitische familieclans. Beide familieclans waren rücksichtslos in hun optreden. Het lijden van minderheden in die landen, zoals de vervolging van Koerden, leidt in die landen zelf niet tot ontzetting – dat was een westerse reactie. Het uitroeien van de zogeheten moerassjiieten door Saddam Hoessein, of de gewelddadige verdrijving van Palestijnen in Koeweit, vinden in een Arabische omgeving begrip aangezien de oeroude regels van de woestijn nog steeds geldig zijn: eet of je wordt gegeten. De slachtpartijen in Syrië hebben nergens in de Arabische wereld tot grote demonstraties geleid.

In Syrië zijn tot nu toe een half miljoen doden gevallen, naar schatting tachtig procent daarvan door een coalitie van sjiieten en alawieten; beide groepen zijn aartsvijanden van soennitische clans. De coalitie wordt gesteund door de Russische christenen in het Kremlin, die zich zorgen maken over de radicalisering onder de eigen sterk groeiende soennitische moslimbevolking; het percentage moslims in Rusland wordt geschat op tussen tien en veertien procent. Het land van de sjiieten, Iran, is er via de Syrische burgeroorlog in geslaagd direct contact te maken met de sjiitische clans in Libanon, en heeft daarmee de soennitsch-Arabische Levant in tweeën gesneden; daarmee is het lange sterfproces van het soennitische Ottomaanse Rijk definitief beëindigd, tenzij de soennitische wereld alsnog massaal ingrijpt en de macht van sjiieten breekt.

Er bestaat in de Arabische wereld geen hoop op maatschappelijke rust, vrede en welvaart, openheid en moderne mensenrechten. Het concept van de moderne natiestaat, waar onze eigen Europese leiders zich tegenwoordig minachtend over uitlaten, is de enige weg naar de toekomst, maar tribale en religieuze concepten, met passie en doodsverachting beleden, conserveren corruptie, achterlijkheid, de acceptatie van geweld en onderdrukking.

Beseffen de Syrische vluchtelingen die hun heil in Europa zoeken wat de kern is van hun ongeluk? Waar waren zij vóór 2011? Bijna zonder uitzondering zeggen zij dat zij het goed hadden en een veilig huis achterlieten voordat de burgeroorlog uitbrak; kennelijk was de politieke en economische tirannie van de al-Assads geen obstakel voor een tevreden bestaan. Zij groeiden op met de suprematie van de Syrische alawieten en legden zich neer bij de wrede politiestaat die Syrië was, tot wanbestuur tot extreme armoede leidde en de woedende radicalisering van Iraakse soennieten, die door hun sjiitische landgenoten werden vernederd, de grens oversloeg. Kennen zij de waarde van de scheiding van kerk en staat, van burgerzin en het vermijden van corrumperende clanloyaliteiten?

Nee, het is niet fatsoenlijk om mensen te wijzen op de, naar onze huidige maatstaven, premoderne aspecten van hun cultuur en tradities. Maar het is erger om te zwijgen.

Bron: http://www.telegraaf.nl