Hoe allesbepalend is de Westenhaat?

Hoe ver moet je gaan om de Nederlandse cultuur te beschermen? Sommigen hebben een pasklaar antwoord: er bestaat geen Nederlandse cultuur, dus valt er niets te verdedigen. Cultuurrelativistische flauwekul waar lak uit spreekt over de politieke en morele plicht om het leven van gemeenschappen humaan en herkenbaar vorm te geven. Uiteraard durven deze zelfverloochenaars niet te beweren dat culturen van niet-westerse migranten niet bestaan. Zo inconsistent zijn ze wel.

Nausicaa Marbe
Foto: Telegraaf

Politicoloog Cas Mudde riep onlangs in de Volkskrant dat de Nederlandse cultuur nooit bestaan heeft. Want: ’onze’ cultuur is dermate vaak omgeploegd ten gevolge van immigratie, economische en sociale ontwikkelingen dat die nooit bestaan heeft. Tja: omdat een cultuur een geschiedenis heeft, zou die niet bestaan… Lariekoek, verkocht als wetenschap.

Er bestaat nóg een kort(zichtig) antwoord, nu op de vraag hoe je cultuur te verdedigen is: ga tot het uiterste! Verbied alles wat de Nederlandse cultuur bedreigt; schop iedereen die dat doet het land uit. Maar wie zulke rabiate maatregelen ambieert, brengt precies die cultuur in gevaar die hij zo vurig wil beschermen. Wie een cultuur wil zuiveren van vreemde invloeden, denkt in rigide, totalitaire termen over culturen en hun vijanden. De liberale westerse cultuur valt zo niet te verdedigen. Censuur, bestraffing en uitzetting van andersdenkenden zijn methodes van dictaturen die vrije samenlevingen slopen.

Deze discussie woedt al een tijdje; de meningen blijven verdeeld. Deze week sprak rechtsfilosoof Paul Cliteur zich uit op The Post Online in het opiniestuk Over occidentofobie: haat tegen Westerse cultuu r. Daarin beschrijft hij hoe het geloof in de Westerse cultuur afbrokkelt. Hij waarschuwt voor de eenzijdige focus op negatieve aspecten van het Westen, die de westenhaters zullen begunstigen. Hij betreurt het dat er geen intellectueel, politiek en artistiek verzet is tegen deze westenhaat. Behoud en verdediging van de Westerse cultuur moet een prioriteit zijn van de EU.

Zelfhaat

Inderdaad, zelfhaat is een fors aspect van de Westerse cultuur. De vraag (die Cliteur helaas niet onderzoekt) is natuurlijk hoe dominant of allesbepalend Westenhaat geworden is. Hoe gevaarlijk precies? Gaat het om overheidspropaganda; een doctrine die het academische leven gijzelt; een politiek offensief via gedienstige media? Ik relativeer dat beeld, zelfs in deze tijd waarin een nieuwe, naargeestige politieke correctheid in zwang is. De Nederlandse cultuur is vitaal en dat verklaart mogelijk de achteloosheid waarmee ermee omgegaan wordt.

Cliteurs waarschuwing blijft overeind: alle bovengenoemde domeinen zijn aangetast door nieuwe racistische propaganda vermomd als ’antifascisme’, censuurdrift en links activisme dat grossiert in geboden en verboden. Aangetast, maar nog lang niet vernield.

Voor Cliteur is de maat vol. Hij wil drastische maatregelen, waartegen hijzelf nog niet zo lang geleden in opstand zou zijn gekomen. In Dirk Verhofstadts dialoog-in-boekvorm In gesprek met Paul Cliteur, een zoektocht naar harmonie (2012) bepleitte hij nog de vrijheid van meningsuiting. Hij plaatste zelfs vraagtekens bij Nederlandse bestraffing van het aanzetten tot haat en discriminatie. Het haatgevoel is niet strafbaar, zei Cliteur, waarom het aanzetten ertoe wel? Nu, vijf jaar later, pleit hij voor meldpunten voor occidentofobie en voor criminalisering van de aanzet ertoe. De situatie is zo kritiek, aldus Cliteur, dat alleen dit laatste redmiddel ons nog kan redden.

Opiniemisdrijven

Er moeten dus wetten komen die gedachten straffen; plegers van opiniemisdrijven moeten worden aangeven. Maar in zekere zin bestaan die maatregelen al in de opsporing en bestrijding van radicalisering, haatpredikers en jihadronselaars. Dat vinden we prima, zo lang de link met (IS)-terrorisme evident is. Cliteur gaat een stap verder: hij wil ook de intellectuele terreur tegen het Westen strafbaar stellen. Dat is ironie, roepen zijn verdedigers op internet. Ironie? Dan zou Cliteur niks van wat hij opschreef menen en juist voor het tegenovergestelde staan. Maar uit eerdere stukken en interviews weten we dat dat niet zo is.

Hoe komt zo’n scherpe denker tot zulke rabiate maatregelen waarvan hij zelf kan zien dat ze, eenmaal toegepast, precies die cultuur aantasten die hem lief is? Uit wanhoop, gok ik. Wie Cliteurs werk kent, weet dat hij in vrije kritiek de motor van de westerse vooruitgang ziet. Het vrije debat, de vrije kritiek, het vrije denken waren zijn oplossingen voor sociale kwesties. Maar vrije kritiek kan alleen in een cultuur bestaan waarin het argument nog waarde heeft, waarin logica gerespecteerd wordt en (zelf)kritiek ook tot herziening van gedachten leidt. Als dat ondermijnd wordt door activistische of religieuze geweldstaal en irrationaliteit, dan neemt de weerbaarheid van het vrije discours af. Dan kan de vrijheid van meningsuiting haar werk niet meer optimaal doen.

Toch zou ik, juist in zo’n klimaat, voor méér meningsvrijheid en kritiek willen pleiten in plaats van voor beperkingen. Het gaat tenslotte om het verdedigen, niet om het beknotten van de vrijheid. De juiste tactiek blijft: alle energie stoppen in het verdedigen van het vrije denken, waarbij ook religiekritiek hoort. Zelfs als ze niet willen luisteren, sorteert dat effect. Omdat alleen al het streven iets waardevols beademt: de cultuur die je behouden wilt.

Bron: http://www.telegraaf.nl

Een klucht, maar wel een inktzwarte

En ja, weer rommelt het in de duistere krochten van de antiradicaliseringsstrijd. Met verbijstering las ik de nieuwste onthullingen in deze krant over de inmiddels geschorste topambtenaar en haar deskundigennetwerk.

Nausicaa Marbe
Foto: Telegraaf

Radicalisering willen we niet. Maar het bestrijdingsmiddel zelf veroorzaakt eveneens grote, onvoorziene ellende. Tenminste in Amsterdam. Topambtenaar Saadia A.-T., die belast was met preventie van radicalisering en die uit gemeenschapsmiddelen gul haar vriendenkring inhuurde, was in de eerste plaats bezig met het spekken van het eigen netwerk. Intussen reisden de jonge dwazen die haar jihadpreventieteam diende te begeleiden onbelemmerd naar het kalifaat. Een klucht, maar wel een inktzwarte: vrijwel iedereen die lucratieve opdrachten kreeg maakt deel uit van die vriendenkring of was via familiebanden gelieerd. Dat krijg je wanneer etnische afkomst wordt verward met expertise bij het aannemen van ’deskundigen’. Dit is vast nog maar het topje van de ijsberg, want waar de gemeentetop jarenlang doof was voor waarschuwingen, ging het profiteren volop door.

De vraag is: gebeurt dit alleen in Amsterdam? Hebben de burgemeesters van Rotterdam, Den Haag en Utrecht ook zo’n gekoesterde ’rechterhand’, zo een van wie de linkerhand niet weet wat die uitvreet? De gelegenheid maakt de dief. Mogelijk zullen klokkenluiders in de andere grote steden, nu de Amsterdamse nepotismebende wordt opgerold, de moed vinden alarm te slaan.

Maar zelfs zonder zulke dubieuze topambtenaren is de situatie zorgelijk. Want hoe succesvol is deze aanpak via etnische en religieuze netwerken?

In Rotterdam zou de gemeente via sleutelfiguren tot ’in de haarvaten’ van de samenleving zitten. Maar in 2014 al werd dit beeld gesloopt in NRC Handelsblad. Sleutelfiguren bekenden daar dat ze hun mond hielden uit angst om als verrader te worden gezien. Eentje kreeg het zelfs uit zijn bek dat hij het niet als zijn werk zag om jihadisten aan te geven. Hij dacht zeker dat hij getraind was om de voortuintjes in achterstandswijken te fatsoeneren. Een onderwijzer, zelf sleutelfiguur, vertelde dat hij op bijeenkomsten vooral moskeebestuurders ziet die bezweren dat in hún moskee niks aan de hand is. Op school ziet hij leerlingen ’voor zijn ogen’ radicaliseren, maar niemand durft aangifte te doen. Loyaliteit in eigen kring is dus belangrijker dan terreurbestrijding.

Dan Den Haag. De stad kreeg de Gonsalvesprijs voor de aanpak van radicalisering en terrorisme. De kopstukken van het Haagse jihadistische netwerk waren opgerold, snoefde de ketendragende komediant Van Aartsen. Maar hoe veilig is een gemeente die, ondanks waarschuwingen van de AIVD, steeds met salafistische gebedshuizen aanpapt? Jarenlang werkte de gemeente samen met salafisten voor buurtpreventie, agenten gingen op ’cursus’ bij de salafistische As-Soenahmoskee. Jofele stad hoor, waar de dienders op religieuze fanatici moeten leunen om hun werk te kunnen doen. In maart 2017 kwam de Haagse Stichting Mooi, die van de gemeente subsidie krijgt tegen radicalisering, in opspraak toen bleek dat ze voor een voorlichtingsavond op een school Jamal Ahhajjaj hadden uitgenodigd: over hem meldde de AIVD dat hij salafisme verspreidt. De bijeenkomst ging niet door, maar de gemeente had geen flauw benul wat voor fanatieke types ingehuurd werden. Alsof je een pyromaan bij de brandweer te werk stelt.

Bijna vergeet ik nog de lokale PvdA-vedette, wethouder Rabin Baldewsingh. Hij kondigde aan zeven miljoen uit te trekken voor de integratie van duizend asielzoekers. Die doen twee uur per maand samen met een ambtenaar ’iets in de stad’: naar de bibliotheek of het strand. Toffe boel daar, maar vanwaar dat exorbitante bedrag voor wandelingen? Of moeten er misschien bevriende adviesbureautjes en andere grootverdieners uit de integratie-industrie aangetrokken worden om een A4’tjes-advies af te scheiden over integratie-ommetjes?

In Utrecht krijgt de ontkenning van het probleem ronduit lachwekkende proporties. In het ’Actieplan’ tegen radicalisering meldt de gemeente aan ’positieve beeldvorming’ te willen doen. De focus moet verlegd worden naar rechtsradicalen. Er komen trainingen tegen islamofobie. Staat ergens een haatimam „dood aan de Joden en ongelovigen” te krijsen, dan zal de Domstad over zo’n wetsovertreder in ’neutrale taal’ communiceren teneinde polarisatie te voorkomen.

Voorts doet Utrecht aan dialoogavonden. Onder andere met Stichting Moslim Jongeren, tegen radicalisering. Vermoedelijk bespreken ze de kwesties daar zó neutraal, dat die jongeren niet meer weten wat precies de bedoeling is. Ze organiseren seksegescheiden religieuze bijeenkomsten en zetten salafistische sprekers als Remi Soekirman en Abou Sayfoullah pontificaal op de aankondigingsposter van hun jongerenconferenties. Sayfoullah predikte in de Arnhemse Al Fatahmoskee in de tijd dat daar de rappers Robbert en Marouane, beiden tieners, kwiek radicaliseerden en naar Syrië vertrokken.

Dit zijn maar enkele voorbeelden van wat er mis kan gaan bij gemeentes. Er hoeft niet eens een club PvdA-profiteurs op de veiligheidsdossiers te zitten om de boel in het honderd te laten lopen. Eén ambtenaar die geen zin heeft zich te verdiepen in wie hij binnenhaalt als partner in de antiterreurstrijd is al genoeg.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

Breek moslimkartel van de PvdA

Zijn we net bekomen van de zelfverrijking van ’diversiteitsadviseur’ Fatima Elatik (PvdA), is er een nieuwe rel rond een gemeente-moslima. In Amsterdam is topambtenaar Saadia a. T. geschorst, na verdenking van vriendjespolitiek, belangenverstrengeling en fraude. Ze zou een ex-geliefde forse opdrachten hebben toegeschoven. De zaak is ernstig, het OM zit erop.

Foto: Telegraaf

Een soap! Niet alleen spekte dit PvdA-bestuurslid haar eigen bedgenoot. Zij heeft ook Fatima Elatiks echtgenoot Mounir Dadi aangenomen voor het Meldpunt Radicalisering van de gemeente. Het hechte trio viert gezamenlijk vakantie. Ach, goede collega’s onder elkaar, kun je denken. Wat nepotisme en fraude betreft, geven andere partijen ook thuis. Niet typisch PvdA, niet typisch een moslimdingetje.

Tóch is hier sprake van etnisch en religieus cliëntelisme. Altijd hetzelfde liedje. Vier jaar geleden al meldde Geen Stijl de schimmige vriendjespolitiek rond PvdA-moslims en a. T.. Wat blijkt: hun praktijken zijn die van de maffiose famigliawaarbinnen leden elkaar voortrekken en de hand boven het hoofd houden. Zo schoof a. T. werk toe naar jongeren-imam Elforkani, dé dubbele pet zelve. Als bestuurder van het door Koeweit aangestuurde moslimbroedersnest Blauwe Moskee was hij ook woordvoerder van het Contactorgaan Moslims en Overheid en runde hij een eigen adviesbureau over integratie en deradicalisering. De PvdA-connecties van partijlid Elforkani zaten diep. Hij was kind aan huis bij verschillende islamitische PvdA-bestuurders in Amsterdam en ook bij Mohammed Azahaf, projectleider polarisatie van Fatima Elatik en bekend van zijn juichende uitlatingen op internetfora over Osama Bin Laden, de moord op Theo van Gogh en de dodenlijst van zijn moordenaar.

Geplaagd Amsterdam. De rebelse, dappere Theo is ritueel geslacht en de PvdA-huichelaars uit islamitische kongsi’s die hij zo goed doorhad en fileerde, zitten aan de knoppen van de macht en schuiven elkaar baantjes toe.

Noem dat bij naam: islamitisch en Marokkaans cliëntelisme binnen de PvdA. Anders zou de gemeente geen secondant van de moslimbroeders vertrouwen als deradicaliseringsadviseur. Was er sprake van fatsoenlijk bestuur, dan stond Elforkani alleen op de screeningslijst van de AIVD en niet in de rolodex van PvdA-toppers. En Fatima’s vriendin Saadia, godbetert de ’rechterhand van de burgemeester’ genoemd, had zich verre van Elforkani gehouden. Evengoed zou Elatik het niet in haar hoofd hebben gehaald dat ongeleide haatprojectiel Azahaf aan te stellen. Was Elatik een integere politica geweest, dan had ze zo’n hetzemoslim geen ambtenaar gemaakt.

Maar het algemeen belang is kennelijk niet de prioriteit van deze PvdA-moslims. Hun islamitische agenda wel. Wie zag ik laatst instemmend op de foto met de onbenullige politieagente die een hoofddoek opzette? PvdA-raadslid Sofyan Mbarki, woordvoerder Jeugd, Veiligheid, Burgerschap en Diversiteit in Amsterdam. In plaats van de scheiding van kerk en staat te verdedigen, propageerde hij de islamisering van de politie. Niemand die hem ter verantwoording roept bij de PvdA. Dat de ontsporing van hun troetelmoslims daar geen prioriteit is, blijkt ook uit de benoeming van PvdA’er Halim el Madkouri als gemeenteraadslid van Culemborg (2015) in een tijd waarin het OM onderzoek naar hem deed vanwege fraude, zelfverrijking en verduistering van subsidies voor advieswerk.

Voorspelbaar: daar waar de overheid in etnische of religieuze netwerken met subsidies strooit, ontstaat heibel. Drie jaar geleden onderzocht de overheid fraude- en corruptiezaken bij tenminste vijf grote anti-radicaliseringsprojecten. Weggegooid geld doordat schimmige moslimnetwerken belangrijk werk toevertrouwd werd zonder daarbij verantwoording en transparantie te eisen. Logisch dat het salafisme hier welig kan tieren.

De bakken geld die tegen radicalisering en diversiteit aan gesmeten worden lijken een moderne aflaat: de onmachtige, capitulerende overheid koopt haar progressieve schuldgevoel af met werkverschaffing voor moslims die kennelijk nergens anders aan de bak willen of kunnen.

Dan nog iets: waarom vangen adviesbureaus tienduizenden, zo niet tonnen voor broddelwerk? De politieagent levert topzwaar werk met gevaar voor eigen leven voor nog geen 2000 euro per maand. Leraren werken tegen een hongerloon. Personeel in de zorg wordt ontslagen en door puissant rijke graaibestuurders weer freelance aangenomen tegen mensonterende tarieven. Veel integere mensen werken hard, voor een habbekrats. Maar naar multicultureel lullende lapzwanzen met hun bureautjes en ’expertise’, die soms niet verder reikt dan het dragen van een hoofddoek, blijven de euro’s rollen. Volgens zogenaamd marktconforme tarieven.

Welnu: die markt is ziek. Kap met die verspilling. Reduceer die adviseursvergoedingen tot fatsoenlijke bedragen. Maak die onaantrekkelijk voor profiteurs die zichzelf en ingehuurde vriendjes willen verrijken. Wees niet bang dat ’goede’ mensen afdruipen. Goede mensen kunnen ook in dienst van de gemeente, tegen een normaal salaris, worden opgeleid. En zorg ervoor dat er geen vrijstaten ontstaan waarin de moskeeconnecties van de Elatikken en de a. T.’s dezer wereld voorrang krijgen. Ververs de aanwas, vermijd de beroepsmoslim. Maak je integratiedeskundigen daadwerkelijk divers, indien je als overheid nog een greintje zelfrespect hebt. Breek dat frauduleuze moslimkartel binnen de PvdA.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

Verzet tegen zelfdestructie

Foto: De Telegraaf
Nausicaa Marbe

Het vermogen tot zelfcorrectie is de belangrijkste eigenschap van de democratie. Zelfcorrectie is een permanente toestand van leren; proberen; fouten vermijden; verbeteren; vooruitgaan. Zelfcorrectie houdt een democratie gezond en dynamisch en brengt verandering tot stand zonder geweld. Als vrijheid het kloppend hart van onze democratie is, dan is zelfcorrectie het herstellend vermogen. Als de mechanismen voor zelfcorrectie haperen en stilvallen, valt een samenleving ten prooi aan tirannie.

Het is dan ook bedenkelijk dat zelfdestructie de afgelopen tijd zoveel ruimte krijgt boven zelfcorrectie. Zo koos Angela Merkel Hamburg als podium voor de G20, in het volle besef dat links-extremistische geweldplegers een ravage zouden aanrichten. Iederéén kon dat voorspellen, behalve Mutti. Boven op het zelfdestructieve gedrag van deze fascistoïde straatterroristen kwam dus dat zelfdestructieve besluit van Merkel, vermoedelijk genomen in een staat van ontkenning van alles wat mis kon gaan. Even verdwaasd heeft Merkel in 2015 de Europese binnengrenzen open geforceerd voor miljoenen vluchtelingen. Volgde daarop een zelfcorrectie? Ach nee, in interviews bleef ze trots op haar fatale besluit. Even blijmoedig gaf ze nu raddraaiers de kans Hamburg te verbouwen.

In de psychologie wordt dergelijk zelfdestructief gedrag geschaard onder borderline-stoornissen en schizofrenie. Extreme angsten vertroebelen de kijk op de werkelijkheid; zelfdestructie is soms de enige manier waarop wanhopige zieken nog greep op zichzelf krijgen. Bij een wereldleider die vernieling faciliteert, kun je dat politiek vertalen als: extreme angst om de veranderde werkelijkheid te erkennen leidt tot de destructieve keuze om te doen alsof het gevaar niet bestaat. Akkoord, maar Merkels keuze was bewust en schaadde anderen – onvergeeflijk.

Ook in Nederland zien we de spanning tussen zelfcorrectie en een destructief verzet ertegen. Nieuwe criminele asielzoekers worden niet vervolgd. Tienduizenden wetsovertreders lopen vrij rond. Het uitzetten vlot evenmin. Staatssecretaris Dijkhoff is evenwel in de weer met het ’aanscherpen van maatregelen’ en het ’verkennen van mogelijkheden’ voor snellere uitzetting. Het blijft vage taal, maar in ieder geval trekt de demissionaire Dijkhoff lering uit fouten. Of zijn opvolger dat overneemt, is de vraag. Wat we wél weten, is dat bestaande wetten die de uitzettingsmogelijkheden verruimen, door rechters geblokkeerd worden. Recent onderzoek van Justitie toont: de nieuwe wetten voor het intrekken van een verblijfsvergunning bij veroordeelde asielzoekers die al langer in Nederland verblijven, hebben amper succes doordat rechters de uitzetting dwarsbomen. Nu kun je de rechterlijke besluiten ook als zelfcorrectie zien, maar de verhoudingen zijn zoek. Jarenlange laksheid leidde ertoe dat voor zware misdrijven veroordeelde veelplegers hun status behielden – funest voor ons rechtsgevoel. Nu wordt de correctie op die misstand zoveel mogelijk gefrustreerd.

Het kan nog mallotiger. Onlangs pleitte een stelletje terrorisme-experts in NRC Handelsblad ervoor dat Nederland zijn ’verloren zonen’ terug moest halen. Juist: IS-moordenaars die het Spaans benauwd krijgen in hun zelfgeschapen hel en terug willen naar de riante westerse bakermat. Pieter Wijninga van het HCSS, een Haags kennisinstituut dat overheden adviseert over defensie, veiligheid en terrorisme, vindt zelfs dat de overheid via Facebook die sneue ’landgenoten’ langs veilige terugkeerroutes naar Nederland moet gidsen. Wat een gotspe: de expert die de overheid moet adviseren inzake veiligheid, zet juist aan tot ontsnappingshulp voor oorlogsmisdadigers. Alsof het om toeristen gaat die per ongeluk in een conflictgebied zijn beland.

Ook hier is sprake van zelfdestructieve blindheid, ditmaal bij experts die de werkelijkheid zo verdraaien dat die past bij hun ideologische humeuren. Het gevaar dat zulke IS-terroristen voor Nederland vormen, speelt geen rol in de zelfgenoegzame roes. De onderschatting van gevaar is nu eenmaal inherent aan zelfdestructie.

Ten laatste déze idiotie, inmiddels tot slepende kwestie verworden: de moslima die een boete eiste van de school die een allang geplande klassenfotosessie liet plaatsvinden op een ochtend dat zíj de kinderen thuishield voor moskeebezoek, kreeg gelijk van de rechter. Je verwachtte een correctie op deze hondse brutaliteit, maar in plaats daarvan komt er een vonnis dat jurisprudentie biedt aan álle gekwetsten die menen dat ze lucratief recht hebben op algehele aanpassing aan hun religieuze grillen. De discriminatoire rancune van deze moeder is door de rechter beloond en tot maatschappelijk voorbeeld verheven: zo moet het. De agressor is beloond, de onschuldige school is beschadigd. Als zulke waardenomkeringen als privilege voor onaangepaste moslims een trend worden, raakt de samenleving van slag: in de morele chaos die volgt heeft niemand meer een houvast voor sociaal gedrag. Dit is zelfdestructie op het niveau van psychologische oorlogsvoering, die de moraal en het vertrouwen in het eigen denkvermogen erodeert.

Het trieste is dat genoemde dwalingen niet op zichzelf staan. Dit zijn geen incidenten meer, maar componenten van een stug doorzettende mentaliteitsverandering. Maar positief is dat iedereen zich ertegen kan verzetten, om te beginnen in hart en hoofd. Kom maar op.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

Intomen pers stopt aanslagpleger niet


Nausicaa Marbe

Nausicaa Marbe
Foto: De Telegraaf

Opinie Nausicaa Marbe

De bekende Vlaamse schrijver en historicus David van Reybrouck gebood onlangs op de Belgische televisie dat zelfmoordterroristen minder als terrorist en meer als zelfmoordenaars gezien moeten worden. Voordeel van dit taalspelletje zou zijn dat het kopieergedrag onder hen zou afnemen.

De media, zo wenst Van Reybrouck, moeten met grote terughoudendheid – ’sereen’ – berichten over deze geen-zelfmoord-terroristen, opdat andere aspirant-suïcideplegers niet bezield raken. Er moet zelfs een strenge mediacode komen rond terreurberichtgeving.

Ik stel me voor hoe dat uitpakt. Grote aanslag, veel doden? Maak er vooral geen voorpaginabericht van. Prop het nieuwtje maar in een kolommetje onderaan een linkerpagina. Sereen. Laat de journaals geen beelden van dood en leed tonen. Geen verdriet, geen wanhoop, geen angst, vooral geen emoties die aspirant-terroristen opwinden. Voorkom terrorisme door de vrije nieuwsgaring te breidelen, zoiets.

Gezond verstand

Dit staaltje ’doel heiligt de middelen-denken’ doet een moreel beroep op degene wiens gezond verstand zich verzet tegen zulke oplossingen. Wat voor mens ben je als je censuur afwijst, terwijl die levens kan redden? Een dief van je eigen en andermans leven en veiligheid, een onmens. Want als die mediakalmte lukt, dan kunnen we rustig slapen in de wetenschap dat er alles aan gedaan is om in Molenbeek een eskadron IS-kansparels hun bomgeknutsel te doen staken. Zonder copycat heeft die aanslag immers geen zin.

Van Reybrouck, die hier amper empathie met slachtoffers van terreuraanslagen en hun nabestaanden toont, pleit ook voor telefonische hulplijnen voor de geen-zelfmoord-terrorist in nood, die op het laatste moment twijfelt en een luisterend oor behoeft. Awel.

Moordopdrachten

Het probleem met zulke simplistische oplossingen is dat ze logisch klinken, zonder dat te zijn. Want is de zelfmoordterrorist van (nuance in de) Westerse media afhankelijk voor actie? Wordt hij niet duidelijk gemotiveerd door sites waarop IS rekruteert en moordopdrachten geeft? Wie ongelovigen wil doden, wacht niet op een signaal van De Morgen of NRC Handelsblad. Ook kun je je afvragen of de psychologie bij zelfmoord uit psychische nood dezelfde is als bij de religieuze groepshysterie van radicalen die aan gene zijde op een willige harem rekenen.

Van Reybrouck trekt zelfmoord uit depressie en zelfmoord uit jihaddrift abusievelijk gelijk. Dat beide met dezelfde methode bestreden kunnen worden is slechts speculatie. Je kunt het woord zelfmoord van het woord terreur ontkoppelen, maar dat verandert niets aan onze wereld vol moslimterrorisme. De zelfmoord is een instrument van de ideologie, niet andersom. Een ’suïcidale’ jongere die zijn leven niet beëindigt voordat hij een islamistisch geïnspireerde moordmethode volvoert die zoveel mogelijk ongelovigen de dood injaagt, is geen patiënt in nood, maar een toerekeningsvatbare moordenaar. En daar zou de vrije nieuwsgaring voor moeten sneuvelen?

Complottheorieën

Ook interpreteert Van Reybrouck de rol van de media bij terreur selectief: véél aandacht zet aan tot aanslagen en glorificatie ervan en géén aandacht werkt kalmerend – zou het? Een genegeerd bijeffect van mediastilte zou kunnen zijn dat terroristen inventiever worden en de aanslagen nog heftiger. Alles om alsnog spectaculair het nieuws te domineren. Of een stapje verder: in een samenleving waar de media onvrij berichten over geweldsgruwelen, raakt de sociale cohesie beschadigd. Feit en gerucht worden inwisselbaar, het morele kompas vervaagt, wantrouwen en complottheorieën winnen. Als feiten clandestien worden, sterft de democratie. Dan worden burgers niet alleen bang voor aanslagen, maar ook voor manipulatie door instanties die hen zouden moeten beschermen. Juist in zo’n chaos gedijt terrorisme.

Beseft de weldenkende David dit niet? Vast wel. Maar de drift tot scoren is sterker, met een mallotige suggestie gebracht als een moedig ’narratief’ dat superieur is aan het law en order-denken over terrorisme. Hij zal ermee oogsten. Omdat zijn media-speculatie naadloos aansluit bij het versleten verhaal van de maakbaarheid van de multiculturele samenleving, incluis haar terrorismeverleiding. Hij biedt geliefde valse hoop: de kortstondige illusie dat aanslagen ook zonder veiligheidsmaatregelen beheersbaar zijn.

Racisme

Dat past bij de kwalijke en onmachtige omdraaiing van de toedracht van terrorisme, de politiek correcte frame die wel vaker opduikt bij moslimgeweld, waarin de slachtoffers de verantwoordelijkheid voor het gebeurde én de oplossing moeten dragen. Want ja, het komt allemaal door óns gebrek aan stageplekken, door óns racisme, door ónze sensatiegerichte media… Ook het wegknippen van het verband tussen moslimterrorisme en zelfmoord past bij de ontkenning van de religieuze motor achter terreur.

Al met al pleit Van Reybrouck voor een verdringing die past bij de collectieve ontkenning die wegkijkbestuurders voorstaan als omgang met terrorisme. Een nieuw jasje voor de tegelwijsheid ’wat niet weet, dat niet deert.’ Voor je ’t weet gaat het helemaal de verkeerde kant op: breng de media en het plebs onder massahypnose, dan wijkt alle gevaar – die gedachte.

Gelukkig staat het gelijk van Freud over verdringing nog: die is totaal iets anders dan het verhoopte vergeten. Wat je angstig wegstopt, komt loeihard terug. Verdringen is het uitstellen van onvermijdelijke conflicten. Rond terreurbestrijding is dat een kapitale fout.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

D66 paait moslims en basht christenen

Nausicaa Marbe

Foto: Telegraaf
Onwillig stond hij de door hemzelf opgetrommelde pers voor de rijsttafel met Gert-Jan Segers te woord. Nee, néé, het was geen verzoening. Nee, geen excuuseten, néé. Met een gestrekt neen ging hij naar binnen. Na afloop draafde hij weg toen hij de camera’s die hij zelf besteld had, zag naderen. Missie voltooid. De gekwelde politicus die met enorme tegenzin een daad van vaderlandsliefde verrichtte, praten met die onwenselijke christenen, was in beeld vereeuwigd. Geen aardig gebaar kon er vanaf. In alles moest de D66-voorman uitstralen dat zijn partij zich verre hield van die ’gristenen’ met hun conservatieve moraal. D66, uw progressieve garantie tegen religieuze orthodoxie.

Wie zou daar intrappen? D66 gebruikt religie als dat van pas komt. Zo herinner ik me nog een opiniestuk van alweer lang geleden waarin Pechtold het islamitisch onderwijs verdedigde: als ware weg tot integratie en emancipatie… Pechtold kán inmiddels van mening veranderd zijn, maar wat doet een mening er eigenlijk voor hem toe? Tussen zijn knieval voor de islam destijds en zijn theatrale besmettingsvrees voor het christendom nu, zie ik het slijmspoor van een opportunist die niet uit overtuiging, maar uit berekening religies bejubelt of besmeurt.

Ook zijn partijgenoten blieven meer islam. Een paar gevallen. De ramadan was nauwelijks begonnen, of D66 Helmond snelde naar de moskee om onder het tenenkrommende motto ’geen woorden, maar dadels’ de palmvrucht voor het vastenbreken uit te delen. Zag ik D66 ooit met eieren de paasvierders tegemoetkomen of met matzes voor de Pesach uitrukken? Dacht het niet. Hun religieuze affiliatie is selectief. En provocatief gericht tegen de PVV. Ook D66 Amsterdam weet zich verzekerd van islamtoeristen. Stadsdeelvoorzitter Gerolf Bouwmeester, jaarlijkse iftarbezoeker, ging verbindend eten en preken in de Taqwamoskee waar onlangs drie terrorismeverheerlijkers hem voorgingen als keynote speaker. Vorig jaar riep hij in de Badr-moskee dat de halalhypotheek er moest komen.

Dan locoburgemeester Kasja Ollongren. In haar laatste kersttoespraak (gericht tegen Wilders) beloofde ze plechtig dat D66 de Amsterdamse verdraagzaamheid zou verdedigen. Nooit zou de hoofdstad moskeeën sluiten. ’Wij gaan hier geen mensen ontslaan, omdat hun mening ons niet bevalt. Wij zijn Amsterdam!’ galmde ze. Maar toen in De Balie tijdens een islamdebat onwelgevallige meningen weerklonken, vergat Ollongren prompt haar ’Amsterdam!’ en riep ze dat die uitspraken strafbaar waren. Nee, wij van D66 gaan geen mensen ontslaan, wij geven ze liever aan. Tot zover de verradersmentaliteit van deze hypocriete liberalen: ze zijn in staat om op dezelfde dag bij salafisten te iftarren én De Balie te sluiten.

Omdat de hoofddoek levensbeschouwelijk zo goed met D66 botert, kondigde Ollongren onlangs aan dat onderzoek nodig is naar de politiehoofddoek: die mag er komen, voor de diversiteit. Conservatieve symbolen en vrouwonvriendelijke religieuze gebruiken zijn voor D66 enkel storend in beginselverklaringen van christelijke partijen, maar ze mogen wél in de islamitische orthodoxie die D66 misplaatst als ’diversiteit’ promoot.

Arme Gert-Jan Segers: voor zover zijn geloof tot diversiteit wordt gerekend, dan zeker een ongewenste. Diversiteit waarbij Alexander een vies gezicht kan trekken.

Pechtold is zelf het probleem. Ja, deze keizer van de liberale tolerantie, de seculiere trots der natie, de bevroeder van het voltooide leven en de automatische nationalisatie van donororganen. De Don Quichot die in naam van progressieve principes de ChristenUnie de bons gaf. Is hij kort van geheugen? Dat kan. Wij zijn het niet. Wat zei Pechtold ook alweer de avond van de verkiezingen op tv? Dat hij bereid was met Denk te formeren. U leest het goed. De lange islamistische arm van Erdogan behaagt hem meer dan de beschaving van Gert-Jan Segers. In naam van de democratie, vond hij: ’Want ik vind het jammer dat een partij met drie zetels een isolatiepositie inneemt, dus wat dat betreft moeten we morgen maar kijken wat allemaal optelt tot zesenzeventig zetels.’ Kuzu en Özturk, bedreigers van collega-Kamerleden, bashers van vrouwen in hun oude PvdA-fractie, uitkrijsers van ’Allah zal je treffen’ en ontkenners van de Armeense genocide – helemaal Pechtolds pakkie-an.

Die Alexander. Dat hij Segers zo onfatsoenlijk afwees, heeft niks met inhoud te maken. Wel met zijn overtuiging dat het bon ton is christenen te schofferen. Omdat het kan. Omdat die toch de andere wang toekeren en een tolerantie tonen waar de zelfverklaarde heiligen van D66 van kunnen leren. Tja, D66. Van de vrijhaven van weleer voor ruimdenkende voorstanders van zinnige vernieuwing rest een gezelligheidsvereniging voor lege snoevers. Geen idee of het duurzaam aan raakt tussen D66 en de ChristenUnie. Maar als Segers en Pechtold samen op de televisie komen, zien we een integere christelijke staatsman naast een kronkelende charlatan voorbij zijn politieke houdbaarheidsdatum.

Bron: http://www.telegraaf.nl

Jesse Klaver een groentje in het vak

Foto: De Telegraaf

Nausicaa Marbe

Wat galmde Jesse Klaver ook alweer tijdens zijn ’meetup’-spektakel met duizenden fans, zes dagen voor de verkiezingen? ’Maak ons groot! Dan brengen we de idealen terug in het hart van de politiek.’ Vervolgens: ’Maak ons groter! Dan krijgen we de sleutel in handen voor de formatie van een nieuwe regering.’ Daarna: ’Maak ons de grootste en wij gaan regeren, over links!’ Duidelijke taal van een partijleider die al van de daken had geroepen dat hij premier wilde worden. Femke Halsema verleende haar goedkeuring. ’Als Mark het kan, kan Jesse het zeker!’ riep ze op het verkiezingsoverwinningsfeestje van GroenLinks. Kortom: Nederland stond wat grandioos te wachten…

En kijk nu eens: de principefratsen waardoor Klaver definitief een formatie met GroenLinks versjteerde, tonen onverbiddelijk een groentje in het vak. Een beginner die niets voor elkaar krijgt. Leiderschap, politiek instinct, compromiskunst, inzicht in haalbaarheid en het besef dat je eerst macht moet verkrijgen, om iets van je idealen te kunnen verwezenlijken – het blijkt niet des Klavers. Niet eens met alle wind in de zeilen. De kiezer had hem tenslotte voldoende groot gemaakt om de sleutel van de formatie in handen te krijgen. VVD, CDA en D66 gaven hem al kopjes. Wat klimaat betreft bood deze informatie historische kansen. Twee informateurs zetten hun kaarten op hem, tegen beter weten in. Iedereen had kunnen voorspellen hoe het zou eindigen, vanaf dag een. Maar de polder-Trudeau Jesse bleef favoriet.

En vervolgens gooit deze uitverkorene de aan zijn electoraat beloofde ’sleutel van de formatie’ eigenhandig de plomp in. Met als gevolg dat ook de idealen uit ’het hart van de politiek’ wegspoelden. Zo spat een succesbubbel uiteen: de ’messias’ die met opgerolde mouwen, opzwepende muziek, een lichtshow, ingestudeerde teksten, staande ovaties en dramatisch armgezwaai vijfduizend linksgelovigen wist te enthousiasmeren, verschrompelde zonder al die kopermuziek aan tafel met Mark, Sybrand, Alexander en ome Herman.

Pijnlijk, die inschattingsfouten. Kan iemand Klaver uitleggen dat een politicus die macht afwijst daarna met z’n mooie idealen op een oppositiebankje belandt, waar zijn grote bek ineens erg hol klinkt? Wie premier wil worden, moet slimmer en realistischer zijn. Klaver is terug naar af.

Er is nog iets wat een premier zeker moet kunnen: de samenleving die hem tijdelijk is toevertrouwd doorgronden. Dat geldt niet alleen voor hem, maar voor álle partners in een coalitie. Je sluit tenslotte een regeerakkoord voor de gehele samenleving, niet alleen voor je electoraat. Een regeerakkoord moet belangen verdedigen waarin iedereen zich min of meer herkent. In een gepolariseerd land een zware klus. En toch is dat het streven, de opdracht. Geen verstandige regering wil het electoraat van de oppositie schofferen en afstoten.

Aan Klaver zijn zulke inzichten niet besteed. Want hoe blies hij het eventuele akkoord op? Niet alleen door de noodzakelijke opvangdeals met Noord-Afrika af te wijzen, maar ook door op de valreep met de eis te komen dat Nederland boven op de reguliere instroom jaarlijks tot 25.000 extra vluchtelingen moet opnemen. Pijnlijk: hij begrijpt niks van wat er in Nederland en in de rest van de wereld speelt. Jesse Klavers ideale wereld oogt als het rampzalige migratiejaar 2015, toen de grenzen van de EU openbraken, Frau Merkel iedereen naar het Westen noodde, de vluchtelingenstromen het continent overspoelden, met chaos en leed ten gevolge. Zet de grenzen open, sluit geen deals met landen die illegale migratie voorkomen en je schept een permanente noodtoestand. Dat er voor een ruimhartige opvang van vluchtelingen ook goodwill van de bevolking nodig is, interesseert Klaver kennelijk niet. Dat de bekostiging van zijn idealen de verzorgingsstaat onder enorme druk zet en vooral de economisch zwakkeren treft, neemt hij voor lief.

GroenLinks negeert meer. Dat migratie- en asielbeleid een verhaal met twee kanten is, van zij die ergens komen en degenen die hen daar ontvangen. Dat zorgen om veiligheid en integratie terecht zijn; dat er een vermogen tot absorptie is dat niet in Den Haag, maar in het hele land bepaald wordt, waardoor politici voortdurend realistisch de vinger aan de pols van de samenleving moeten houden. Dat succesvolle opname van vluchtelingen alleen lukt als Den Haag geen woeste immigratieplannen over de hoofden van burgers neemt. Kennelijk allemaal irrelevant voor GroenLinks, de partij voor wie alleen de belangen van vluchtelingen tellen. En dat ook nog alleen in theorie, anders hadden ze nu eens de handen uit de mouwen gestoken. Hier laat de recalcitrantie van de rabiate club GroenLinks zich optimaal gelden: ideologische beneveldheid zegeviert boven verantwoordelijkheidszin en een realistische kijk op een gecompliceerde werkelijkheid.

De handreiking van twee rechtse middenpartijen stond GroenLinks toe punten te scoren voor het gehele linkse electoraat. De principerijder Klaver versmaadde die gouden kans. Geen wonder dat Rutte zo persoonlijk geraakt op Klavers onnavolgbare nukken reageerde. De premier bezegelde immers het cordon sanitaire rond de PVV. Die partij wees hij af vanwege de onbetrouwbaarheid van Wilders en de onwrikbare extreme oplossingen voor integratievraagstukken. Met Klaver maakt Rutte nu, weliswaar vanuit extreemlinkse hoek, precies dezelfde sores mee.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

Kinderen in acute nood

Foto: Telegraaf

Opinie Nausicaa Marbe

Stel: uw kind behoeft medicijnen tegen jeugddiabetes, gips rond het gebroken been of een behandeling bij de fysiotherapeut. Dan schrijft de huisarts een recept of een verwijsbriefje en voor de botbreuk belt u het noodnummer. Goed geregeld.

Het zou ook zomaar anders kunnen. Stel dat de huisarts eerst met de gemeente moet overleggen. En doordat gemeenten niet met landelijke richtlijnen werken, maar conform de eigen bezuinigingsplannen, kan het gebeuren dat de ene gemeente meteen ’ja’ zegt tegen de nodige behandelingen, terwijl de andere een wachtlijst hanteert voor de gipskamer, de diabetesmedicijnen niet vergoedt of de familie vraagt de geblesseerde een tijdje rond te dragen voordat hij naar de fysiotherapeut kan.

Een ramp. We zouden het krankzinnig vinden indien het recht op zorg zou vervallen tot een recht op deelname aan een lokale besluitvormingstombola. Het zou van de zotte zijn als een kind in Venray aan zijn medicijnen komt, maar een ander kind met dezelfde ziekte in Venlo niet. En toch bestaat die willekeur. Niet bij de reguliere medische zorg, maar bij de psychiatrische zorg voor de jeugd. Die valt sinds de decentralisatie in 2015 onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Alle waarschuwingen ten spijt, is die verandering doorgevoerd. Een jaar na de decentralisatie rapporteerde de Kinderombudsman al over problemen rond gebrek aan expertise, communicatie, zorgelijke wachttijden en onveilige situaties voor kinderen die acute zorg nodig hebben. Uit zijn rapport: ’De kinderombudsman constateert in oktober dat gemeenten uit besparingszin steeds vaker invloed uitoefenen op de zorg die kinderen ontvangen en dat daarmee de toegang en de kwaliteit van de jeugdzorg wordt bedreigd.’

Feit: kinderen krijgen niet altijd de zorg die specialisten voorschrijven, maar dat wat de gemeente in de aanbieding heeft. Alsof die zorgbehoefte geen gerespecteerd medisch gegeven is, maar onderwerp van discussie in ambtenarenkringen mag worden. Alsof het hier niet om objectief vastgestelde ziektes gaat, maar om onderdelen van een zorg- en bezuinigingsplan waarmee volgens de laatste politieke mode gepuzzeld mag worden. Daarmee is de jeugdpsychiatrie een politieke kwestie geworden en valt ook elke diagnose ten prooi aan politieke besluitvorming door onbevoegden.

Deze week maakten 240 kinder- en jeugdpsychiaters (bijna de helft van het gilde) de verontrustende resultaten van een enquête openbaar. Er is sprake van een rampzalige situatie voor kinderen, ten gevolge van bezuinigingen; ontslagen personeel; sluiting van afdelingen; enorme wachtlijsten; verdwijning van opnameplekken; bestuurlijke willekeur; een bureaucratische jungle. Kinderen in acute nood krijgen geen hulp op tijd, soms belanden suïcidale jongeren pas na lang leuren in instellingen ver van huis. Ronduit kwalijk is de bemoeienis van de gemeente met keuze of verloop van therapieën.

De term ’ontwikkelingsland’ valt. De nachtmerries zijn werkelijkheid geworden. Terwijl de decentralisatie als zo’n nobel plan werd gebracht. Door het slechte functioneren van jeugdzorg en de dramatisch falende, verbrokkelde hulpverlening aan probleemgezinnen, wilde de overheid alle jeugdzorg onder een koepel hebben. Alles zou sneller, directer, goedkoper en met minder regeldruk kunnen. Waarschuwingen dat het precies andersom kon uitpakken, werden afgedaan als vrees voor verandering.

Die vrees bleek meer dan gegrond.

In een eerste reactie op de enquête wijkt staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) niet af van de decentralisatie. Hij opperde niet meer geld te willen uittrekken om de bezuinigingen ongedaan te maken. De gemeenten moeten zelf maar uitdokteren hoe ze extra geld vrijmaken. Alsof er reden is om daarop te vertrouwen. Wel zei Van Rijn dat gekeken moet worden naar wat gezinnen en scholen kunnen betekenen. Maar dat is precies het probleem dat tot misstanden heeft geleid: de politisering van de psychiatrische aandoeningen en de kijk erop als iets waarover een netwerk van psychiatrisch ondeskundigen onder leiding van de overheid moet beslissen. Natuurlijk spelen familie en leraren een cruciale rol in de ontwikkeling van het kind. Maar ziektes zijn geen voorspelbare misstanden die in sociale kringen voorkomen of genezen kunnen worden. Gezinnen kunnen juist gehavend raken door geesteszieke kinderen. Van scholen kan niet worden verwacht dat ze crisissituaties het hoofd bieden.

In Van Rijns brein manifesteren psychische ziektes zich kennelijk logisch en stapsgewijs, volgens een traject dat zo in een beleidsnota past. Iets komt klein op, kan mogelijk thuis of op school worden opgelost en zo niet, dan pas komt de dure psychiater in zicht. Een vervorming van de werkelijkheid, door de schraalhans die vooral op de centjes let.

Van alle medisch specialismen is alleen de kinderpsychiatrie onderworpen aan de decentralisatie: alsof men dacht dat daarmee zonder schade geëxperimenteerd kon worden. Wat een misvatting. Zou de demissionair staatssecretaris op de valreep het roer durven omgooien? Welnee. Gisteren debatteerde Van Rijn met de vaste Kamercommissie voor gezondheidszorg. De problemen worden vooral doorgeschoven naar het volgende kabinet. Rest de vraag welke partij op dit punt bij de formatie dwars gaat liggen: opdat alle zieken in Nederland gelijke kans op (goede) behandelingen hebben, opdat deze schending van kinderrechten verdwijnt.

Bron: http://www.telegraaf.nl

Voor de beste burgemeester ooit

Het zijn mensen die anders misschien nooit met elkaar in contact zouden zijn gekomen, maar nu delen ze de verbondenheid met hun burgemeester. Omdat hij zich ook met hen verbonden voelt. Je ziet hem voor je, met hetzelfde gemak aan de praat met de gesjochte marktkoopman als met de stemmige conservator. Hij luistert even geïnteresseerd – nooit betuttelend of intimiderend. Hiërarchieën bestaan niet voor deze burgemeester en dat laat hij je voelen. Een schaars talent.

De mensen in het filmpje beloven hem geen hemel en aarde, ze komen niet aan met hoogdravende idealen. Ze hebben het over dat wat ze waar kunnen maken. Kleine concrete plannen, waarvan de burgemeester kan denken: dat gaat gebeuren. Een vrouw die belooft om met een glimlach door haar mooie stad te blijven fietsen, biedt weinig, kun je denken. Niets is minder waar. Toen ik in 1980 voor het eerst Amsterdam bezocht, was ik vooral onder de indruk van wild en vrolijk fietsende vrouwen, slalommend tussen rinkelende trams, glimlach op het gezicht. Haal die glimlach weg en de stad is zichzelf niet meer.

De makers van het filmpje drukken ons op het hart dat dit geen afscheid is. Dat mag zo zijn, maar de tijdnood van een ernstig zieke geeft zo’n verzameling beloftes een bijzondere gloed. Niet voor niets rijgen de vertellers tijd aaneen: stukjes toekomst die de burgemeester alvast meekrijgt. Al met al is zo’n verzameling beloftes een patchwork aan perspectieven. Kostbare tijd van leven. Een heleboel ’poosjes’ bij elkaar, om het woord te gebruiken waarmee Van der Laan de tijd aangaf waarin hij nog burgemeester hoopte te kunnen blijven.

Sommige Amsterdammers kijken haast verliefd in de camera of met zo’n vertedering in de ogen die je voor dierbare vrienden of familieleden reserveert. Mooi. Er zit geen druppel vals sentiment bij. Het is zoals het is: in een tijd waarin de afstand tussen burgers en politici groeit, de polarisatie in de politiek en de samenleving alleen maar toeneemt en onverzoenlijkheid op de loer ligt, heeft Nederland een bestuurder met wie iedereen wegloopt.

Hoe krijgt hij het voor elkaar? Er zijn tenslotte ook terechte klachten over Amsterdam, de bezongen schoonheid ten spijt. Verloedering, verharding, polarisatie, segregatie, toeristenplaag, ik noem er een paar. Een andere burgemeester zou vast harde, breed gedeelde verwijten daarover krijgen. Zo niet Van der Laan. Hem is het gelukt iedere groep klagers het gevoel te geven gehoord en begrepen te worden. Ook als daar niet onmiddellijk actie op volgde, wist je dat er evenwichtig over geoordeeld zou worden. Omdat deze man zich niet laat leiden door flauwekul, groepsdwang, vooroordelen, partijpolitieke belangen of politiek correcte dogma’s. De pragmatische jurist Van der Laan heeft een gezonde bullshitdetector. Hij is geen moralist en geen prediker, maar de bevlogen mediator die secuur te werk gaat, partijen de ruimte geeft, maar ook de wind van voren als dat nodig is. Een verademing.

Een echte verbinder, wordt er gezegd. Dat is hij zeker. Maar niet iemand die links en rechts buigt en incasseert om maar een ’brug te bouwen’ over weggemoffelde conflicten. Hij gaat de confrontaties juist aan; zie zijn optreden tijdens het Zwarte Piet-overleg, toen hij bekende klaar te zijn met de kuren van Gario. Verbinden betekent bij Van der Laan eerder dat hij zelf de solidariteit praktiseert, die hij uit de samenleving ziet verdampen. ’Wat heb je aan democratie als die niet in solidariteit beleefd wordt?’ zei hij vorig jaar in De Balie, toen hij tot zijn verrassing geïnterviewd werd door zijn vrouw Femke. Wat een prachtig gesprek was dat, op YouTube is het nog te bekijken. De loeischerpe interviewster ontfutselde al vousvoyerend waardevolle inzichten aan haar burgemeester, die lachend moest vloeken toen hij zag wie er met een microfoon verscheen. Helder verwoordde hij het verval van de partijpolitiek en de povere verbeelding van idealen: ’In de strijd van partijen tegen partijen gaan idealen ten onder en raken de burgers vervreemd van de politiek.’ Het zou het commentaar op de miezerige formatie van nu kunnen zijn. Ook sprak Van der Laan realistisch over de sociaaldemocratie en over de democratische vernieuwing die niet meer uit Den Haag, maar uit de samenleving moet komen. Met hem aan het roer was de PvdA vast niet gehavend uit de verkiezingen gekomen.

Is er misschien een belofte waaraan Van der Laan nog het meest behoefte heeft? Ik waag een gok. Hij had het erover in zijn Abel Herzberglezing in 2014 en hij herhaalde het deze mei op de Dam, als een opdracht: zodra onverdraagzaamheid de kop opsteekt, moeten we die bestrijden, zonder zelf onverdraagzaam te worden. Als hij dat zegt, dan is dat geen weke preek over tolerantie, maar de taal van een pragmatische hoeder van de democratie. Als je zelf het monster wordt dat je wilt bestrijden, zak je nog dieper in de ellende, zo simpel is het. Tegelijk mag de angst om zo’n monster te worden ons niet weerhouden onverdraagzaamheid adequaat te bestrijden. Laten we de beste burgemeester ooit beloven die soms verraderlijk dunne grens tussen barbarij en beschaving scherp in de gaten te houden.

Bron: http://www.telegraaf.nl

Stop die weke praatjes na aanslag

PREMIUM

Nausicaa Marbe

In de verslaggeving rond de Manchesterterrorist Salman Abedi kwam de Didsburymoskee die hij bezocht ter sprake. Een gematigde moskee, zeggen ze. We zien beelden van het opperhoofd van dit ’Manchester Islamic Center’, terwijl hij de pers verzekert dat zijn vreedzame moskee vreedzaam mensen bij elkaar brengt.

Foto: Telegraaf

Bij het woord ’gematigd’ rijzen inmiddels mijn stekels. Berichtgeving over de islam is vaak onnozel en slecht gedocumenteerd. Wat betekent gematigd en hoe valt dat te meten? De term is een stoplap geworden; over de Didsbury moskee zegt die niks.

Even naar de site van de moskee. Wat blijkt? Daar ben je slechts een muisklik verwijderd van de sharia. De moskee blijkt een shariaraad te huisvesten die volgens islamitisch recht fatwa’s uitvaardigt, huwelijken sluit en echtscheidingscertificaten (alleen voor mannen) uitgeeft, sharia-consulten en cursussen over gezinsrelaties biedt, bij ruzies bemiddelt en bij ontvoeringen adviseert. Allemaal in de gematigde geest van de gematigde sharia voor de gematigde gelovigen die een gematigde afkeer hebben van de Britse grondwet.

Goed, dit zegt nog niet dat deze sharia-rechtbank IS-ers rekruteert. Uit de nieuwste berichtgeving blijkt dat de moskee de ontsporende Abedi zelfs bij de autoriteiten had aangegeven. Maar kan zo’n moskee volhouden dat die niet gelieerd is aan geweld en geen haat verspreidt?

Ze zullen daar vast roepen van ’ja’, maar dat is een leugen. Een concurrerend rechtssysteem dat vrouwen discrimineert in stand houden, vanuit een religieuze ideologie die wereldwijde bekering tot de islam nastreeft, staat gelijk aan propaganda van Westenhaat en psychologische agressie jegens vrouwen die, zoals bekend, nadelig behandeld worden door zulke raden. Zo’n moskee die mensenrechten schendt, schept een klimaat van geestelijke terreur en haat jegens andersgelovigen. Dat staat niet haaks op het gedachtegoed van de jihadist: de moskee en de aanslagpleger tappen uit hetzelfde onverdraagzaamheidsvat.

Maar de shariaraad blijkt niet het enige extreme aan de Didsbury moskee. Volgens onderzoek van The Global Muslim Brotherhood Daily Watch, de site van de bekende extremisme-expert Steven Merley, zijn er directe banden tussen drie prominente figuren binnen de moskee met haatprediker Yousuf al-Qaradawi, geestelijke leider van de internationale tak van de Moslimbroeders en van Hamas, propagandist van de gewelddadige jihad en voorstander van aanslagen op Joden en Amerikaanse soldaten. Moskeeboekhouder Moin Shubib is eerder door de FBI geïdentificeerd als Hamas-activist en -fondsenwerver en voorstander van hetze tegen Joden op Westerse scholen. Kun je dan nog volhouden dat je gebedshuis niks met geweld te maken heeft? Nee. Toch wordt het gedaan. Toch wordt het niet bevraagd in de nieuwsberichten die braaf elke imam die over saamhorigheid dweept papegaaien. Zo blijft de mythe in stand dat zulke gebedshuizen ’gematigd’ zijn.

Elke keer na een aanslag komen die mantra’s weer die de massa moeten sussen. Het was zo’n aardige jongen. Zijn moskee was zo gematigd. Het kwaad zal niet overwinnen. Liefde heeft het laatste woord. De locoburgemeester van Manchester: ’Wij zullen de terroristen verslaan door al onze diverse gemeenschappen te laten samenwerken en met wederzijds respect.’ Na een minuut stilte begon een vrouw ’ Don’t Look Back in Anger’ te zingen. Alsof er geen reden was tot woede.

RTL Nieuws noemde dat een ’kippenvelmoment.’ Inmiddels krijg ik kippenvel van de pijnlijke nietszeggendheid van die praatjes. Ze staan precies voor het tegenovergestelde. Die jongen was niet aardig, de moskee niet gematigd, het kwaad wint voortdurend in bloedbaden jegens burgers, liefde wekt de slachtoffers niet tot leven. En als we zo goed terroristen konden verslaan door diversiteit en respect, dan was dat allang gebeurd en stond zo’n locoburgemeester niet meer na het opblazen van jonge meisjes politiek correct te kwijlen.

Maar het publiek klapte gretig, omdat de leugens soms zoveel comfortabeler zijn dan de waarheid. Beschaafde mensen geloven tenslotte in de overwinning van het goede en in de kracht van de hoop. Velen willen niet vingerwijzen naar naarlingen in besturen van foute moskeeën, zij willen geen hetze, zij willen niet op de terroristen lijken en halen hun schouders op over de fijnmazige netwerken van de jihad die door elkaar lopen, over alle dubbele tongen die misleiden en recht praten wat krom is. Die gekte, die haat, die is hen te ingewikkeld; ontkennen of simplificeren is makkelijker. Vaak verwarren ze ignorantie met nuance.

Een dominee in Manchester zei het zo: ’We zullen niet toegeven aan angst, woede en vooroordelen!’ Terwijl elke psycholoog kan uitleggen dat het een recept voor ellende is, als je na een traumatische gebeurtenis je angst ontkent, boosheid blokkeert en feiten verzinsels noemt.

Aan IS kunnen we weinig veranderen. Maar wel aan de collectieve rouw die een zwelgen in onmacht en ontkenning is. Met de pen, de microfoon, een spandoek voor mijn part, kunnen we ze tegenspreken, deze gladstrijkers met hun oproep tot emotionele capitulatie. Hun loze praat leidt niet tot rust, maar wil alle afkeer en boosheid maskeren. Geef ze ruimte en ze zullen proberen de vraag te smoren waarom we met de gekte van islamisme en jihad moeten leven. Laat dat niet gebeuren.

Bron: http://www.telegraaf.nl