Erdogan wil een groot moslimrijk


Leon de Winter

Leon de Winter / Foto: De Telegraaf

Opinie Leon de Winter

Op een bijeenkomst in Istanbul eind mei 2016 sprak Yusuf al-Qaradawi, de hoofd-ideoloog van de Moslimbroeders en alom beschouwd als de meest invloedrijke islamgeleerde, president Erdogan aan met de titel ’sultan’. Een sultan is een machthebber die één treetje lager staat dan de kalief. Wanneer al-Qaradawi iemand een sultan noemt, is dat een belangrijk symbolisch moment. Met de aanspreektitel ’sultan’ plaatste hij Erdogan in de geschiedenis van machtige Ottomaanse heersers.

Al-Qaradawi, in 1926 geboren in het Egyptische dorp Saft Turab, kende al op negenjarige leeftijd de Koran uit het hoofd. Als student ontmoette hij Hassan al-Banna, de grondlegger van de Moslimbroeders die in 1949 op een markt in Caïro werd vermoord, vermoedelijk door leden van de Egyptische overheid. Hoe luidden de opvattingen van al-Banna (wiens kleinzoon Tariq Ramadan is, de clean-shaved propagandist van de Moslimbroeders en bijna gastprofessor in Rotterdam als dat niet door mensen als Carel Brendel was verhinderd)?

Al-Banna: „Islam is de universele waarheid en moslims hebben geen andere loyaliteit dan de islamitische. Het doel van de jihad is het vaandel van de islam te laten wapperen. De zonen van de islamitische natie moeten hun bloed en leven geven voor hun vaderland, totdat dit de hele wereld omvat. Deelname aan jihad is een plicht voor gelovigen. Het gaat om het afslachten van de ongelovigen, het plunderen van hun rijkdommen, de vernietiging van hun heiligdommen en het kapotslaan van hun afgoden.”

Sultan Erdogan zal zijn gedachtegoed niet zo formuleren, maar als islamist is hij bezig de seculiere revolutie van Kemal Atatürk af te breken; hij laat daarmee zien dat de orthodoxe islam de ziel is van zijn expansieplannen. Al-Qaradawi had dus alle reden om Erdogan te prijzen.

De organisatie van de Moslimbroeders, opgericht in 1928, was een reactie op de ondergang van het Ottomaanse kalifaat, dat als gigantische wereldlijke macht de glorie van de islam personifieerde maar door externe krachten gedurende de Eerste Wereldoorlog en door de interne krachten van de Jonge Turken (onder wie legerofficier Kemal Atatürk) ten onder was gegaan. De islamitische volken van Noord-Afrika en het Midden-Oosten zijn sindsdien op drift; de vele volken in het Ottomaanse rijk, alle in naam islamitisch maar verdeeld in tribale en etnische loyaliteiten, werden door een verfijnd en repressief bestuurssysteem bijeengehouden.

Het sterfproces van het Ottomaanse rijk was al sinds 1800 gaande; de competitie met het zich explosief ontwikkelende Westen, dat een nieuwe fase in de menselijke geschiedenis inluidde met de Industriële Revolutie, werd niet volgehouden. De implosie werd bezegeld door Atatürk, die de scheiding van kerk en staat afdwong en Turkije wilde opjagen in de vaart der westerse volken. Dat lukte ten dele.

De Ottomanen waren imperialisten zoals de Britten en Russen en Nederlanders imperialisten waren. Deze imperiale rijken zijn allemaal ten onder gegaan, maar de gevolgen van de Ottomaanse ondergang zijn heviger dan de andere. De islam is geen ’gewone’ religie, maar ook een ideologie die wereldlijk wil heersen; alle ideologieën met een staatsvorm hebben de moslims uitgeprobeerd: socialistisch, communistisch, kapitalistisch, pan-Arabisme, extreem nationalisme, alles is geprobeerd. Maar de islamitische ambitie om een staat te vestigen die alle moslims zou herbergen, werd door geen enkel model bevredigd. De Britten en Nederlanders behielden hun cultuur, ook zonder hun koloniën en wingewesten. Maar wat is de islam zonder een kalifaat? Dit is de inzet van Erdogan: de ombouw van Turkije tot een expanderende islamitische kracht, en daarmee de wereldlijke vervulling van de islam. De ’terugkeer’ naar Europa – al sinds het begin van de islam is Rome de hoofdprijs van de jihad – kan worden voortgezet met zachte middelen: demografische islamitische expansie in een krimpende Europese bevolking is daarbij een van de middelen. Al-Qaradawi heeft zich hierover vaak uitgesproken: daarvan staan talloze voorbeelden op YouTube.

Veel Turken echter zijn modern en willen van deze religieuze renaissance niets weten. Zij zijn in hart en ziel individualistische Kemalisten, maar hun stem is voorlopig onmogelijk gemaakt door Erdogans staatsgreep na de mislukte coup, die nog altijd in nevelen is gehuld. Het referendum dat hem ook de jure tot sultan zal verheffen, vindt op 16 april plaats.

Waarom doen te veel Turkse Nederlanders aan deze islamistische reactie mee? Omdat het oude rijk, dat Erdogan wil restaureren, een trotse identiteit biedt, ook voor Nederturken met een bijstandsuitkering. Door gebrekkige taalbeheersing, educatie en integratie zijn deze Nederturken in hun eigen subcultuur blijven hangen. Om hun positie te verklaren, beweren zij dat zij gediscrimineerd worden; dat zal zeker voorkomen, maar die discriminatie is niet institutioneel. In slecht Nederlands uitten zij op tv de klacht dat ’hun’ ministers respectloos zijn behandeld; in hun altijd furieuze leider sultan Erdogan vinden zij zelfrespect, niet in de vreemde Nederlandse identiteit. Zij zijn het resultaat van de ongedwongen integratiepolitiek van de afgelopen decennia.

Grote groepen Nederturken zijn op indrukwekkende wijze geïntegreerd en bewijzen dat de culturele stap naar het radicaal seculiere noordwesten van Europa mogelijk is. Dat is hun eigen verdienste, niet van een immigratieaanpak van cultuur en religie, want die hebben we niet.

Bron: http://www.telegraaf.nl