Linkse verbinding is een holle kreet


Nausicaa Marbe

Nausicaa Marbe
Foto: De Telegraaf

’Nederland,’ zegt Geert Wilders in het nieuwste PVV-spotje: ’Een schitterend land. Het land van onze voorouders. Het land van generaties die een moeras opbouwden tot een wonder. Het enige land dat we hebben.’

Het enige land. Hij bedoelt daarmee: hier moet je het mee doen, meer krijg je niet, zorg er goed voor. Deze wat weemoedige mededeling getuigt niet van benepen nationalisme. Want die zin vertelt een universeel verhaal. Voor het merendeel van de wereldbevolking, voor al die mensen die niet in andere landen kunnen wonen en werken, geldt hetzelfde: zij hebben slechts hun geboortegrond, de microkosmos die ze kennen, begrijpen en beminnen.

Het is dat woordje ’enig’ dat het ’m doet. Enig geeft een beperking aan: de conditie van degenen die Nederland nooit zullen ontstijgen, die hun successen en verdiensten niet elders kunnen halen, die hun kinderen niet naar het buitenland kunnen sturen voor studies en werk, die geen vakantiehuis in een pittoresk land hebben of op een tweede vaderland kunnen terugvallen. Achterblijvers heten ze in botte politieke taal, de verliezers van de globalisering. Ziedaar de tweedeling tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk. Zij bepaalt grotendeels de polarisatie in Nederland. De overmoed van degenen die van de globalisering profiteren, ontmoet de schroom en vrees van degenen die er juist de dupe van zijn. Waar de een ongekende perspectieven krijgt, raakt de ander thuis zijn baan, koopkracht en zekerheid kwijt. Niet alleen de welvaart, ook het welzijn en de toekomstperspectieven zijn ongelijk verdeeld.

Waarom zien zoveel politici maar niet in dat hierbij niet alleen economische verschillen een rol spelen? De verliezers van de globalisering raken veel kwijt, maar behouden hun verstand. Zij staan dichter bij onwelgevallige feiten uit de Nederlandse werkelijkheid dan de blije kosmopoliet die de sores van thuis losjes bagatelliseert. Zet je de grimmige klokkenluiders uit de polder weg als extremisten, dan negeer je ook hun realiteitsbesef, de inzichten in ingrijpende culturele veranderingen die in wijken ontstaan waar de criticasters van dat gemoed van het volk zich nauwelijks vertonen en zeker niet lang genoeg verblijven om te beseffen wat er gaande is.

In de karikatuur die de PvdA in deze campagne van Nederland maakt, moet ’links’ met verenigde krachten strijden tegen ’rechts’ dat ons uit elkaar drijft. In deze lachwekkende jaren zeventig-retoriek lijkt Nederland verdeeld tussen socialisten en kapitalisten of tussen goed en kwaad, waarbij ’rechts’ als verzamelnaam voor alle narigheid fungeert. Allochtonen zijn dan natuurlijk links (al verhuizen ze massaal van de PvdA naar de conservatieve rancunepartij Denk) en de boze autochtoon is vast rechts (al bleef hij jarenlang loyaal aan de PvdA en de SP). Met zulke polariserende retoriek, uit de mond van een PvdA-vicepremier die in dit kabinet goede sier maakte met de verbroedering met de VVD, lijkt Asscher op een vedette die zijn vechtscheiding in de schijnwerpers zet. De tegenstellingen moeten sensationeel worden opgeklopt, in de hoop dat het hele land dan maar die linkse verbinding slikt.

Maar de tegenstellingen zijn niet meer links en rechts, al was het maar omdat niemand meer precies weet wat ’rechts’ in dit land is, terwijl wat zich ’links’ noemt al decennia vooruitgang en verheffing belemmert. Neem de demonstratie tegen de gaswinning in Groningen. Stemmig en stil, een optocht van duizenden fakkels achter twee politieagenten te paard. Een rouwstoet van mensen voor wie Groningen hun ’enig land’ is, treurend om onvervangbaar verlies. Zelfs in het rode noorden is dit geen kwestie van links en rechts, maar van roekeloze politiek over de hoofden van burgers. Populisme ontstaat niet uit xenofobie of racisme, maar uit verwaarlozing, chronische politieke doofheid: daar waar links noch rechts kan of wil helpen.

Ook in Roemenië kwam de burger op de been. Bijna een miljoen demonstranten in het land en in de diaspora. Tegen de corrupte regering. In Boekarest lichtte afgelopen week een plein op als een reusachtige witte diamant toen zo’n tweehonderdduizend mensen de zaklantaarnfunctie van hun mobiele telefoon aanzetten. Een lange minuut verstomden tienduizenden vuvuzela’s, het was er muisstil. Een historisch moment dat een historische mentaliteitsverandering inluidde. Links versus rechts? Geen sprake van. De verfoeide regering is zogenaamd sociaaldemocratisch, maar de demonstranten, van student tot monnik, van ondernemer tot fabrieksarbeider, van politieagent tot kunstenaar, van straatveger tot hoogleraar, vormden een bonte coalitie tegen de bandieten die de rechtsstaat slopen. Zelfs leden van de regeringspartij deden mee uit afkeer van de corrupte top.

Er zijn grote verschillen tussen de onvrede in Nederland en in Roemenië. Maar wat deze demonstranten en opstandelingen bindt, is het gevoel tegen de bierkaai te vechten, niet begrepen en gerespecteerd te worden door een heersende klasse die eigen belangen nastreeft. Dat legt een politieke tegenstelling bloot die electoraal veel interessanter is dan dat gefoeter op polarisatie: die tussen politici die onvrede geloofwaardig weten te verwoorden en de poseurs met ontkennende holle frasen. Als populisme in dit enige land dat we hebben zo oorverdovend is, komt dat omdat zij die tegenwicht zouden moeten bieden, blijven ontkennen en aarzelen. Of ronduit vals klinken.

Bron: http://www.telegraaf.nl