Bepaalt het kabinet nu wat fatsoen is?

09 MEI 2017 Leon de Winter

Een aantal jaren geleden werd er in een tv-programma van de Vara door Jan Jaap van der Wal een grap gemaakt over Ayaan Hirsi Ali. Ze was die avond bij ons op bezoek en wilde dat programma zien, omdat de sociaaldemocraat Wouter Bos er te gast was. De grap ging over de genitale mutilatie die zij als kind had ondergaan.

Leon de Winter

Leon de Winter
Foto: Johannes Dalhuijsen

Bij het horen van die grap kromp Ayaan ineen van oude pijn. Op tv moest Wouter Bos grijnzen tussen de toffe jongens. Ik schreef in De Volkskrant een fel stuk over die grap en de laffe reactie van Bos. Door de toffe jongens werd ik afgezeken als wereldvreemde moraalridder. Een grap door toffe linkse jongens over de traumatische genitale besnijdenis van een echte, bestaande vrouw moest kunnen. Geen verontschuldiging door Jan Jaap of de Vara.

En dan nu GeenStijl. Dat is een curieuze website. Zeker: de toon van GeenStijl is soms ronduit beledigend. Regelmatig vliegt een verhaal uit de bocht waardoor ik me er met weerzin van afkeer. Meer dan eens ben ik er zelf door aangepakt. Maar vaker is GeenStijl bijtend geestig. Inhoudelijk is de site rechts-satirisch, en dus een doorn in het oog van linkse media.

De actie om GeenStijl te boycotten, is gestart door NRC-columniste (en interessante wetenschapster) Rosanne Hertzberger. Hoe het ontstond? Een Volkskrant-columniste vond dat GeenStijl seksistisch was, en GeenStijl, geprikkeld door dat verwijt, nodigde vervolgens zijn lezers uit seksistische teksten te maken over die Volkskrant-columniste. Dat was geen handige zet. GeenStijls ’reaguurders’ lieten hun seksuele fantasieën de vrije loop, en dat was bagger. Een ’sorry’ had veel gedoe voorkomen, maar dat deed GeenStijl niet.

Rosanne schreef vervolgens een oproep aan adverteerders om GeenStijl te boycotten. De oproep werd door honderd vrouwen in de media gesteund.

Was de bagger van de reaguurders zoveel erger dan de karaktermoorden die bijvoorbeeld Joop.nl voortbrengt? Voor wie het niet weet: Joop.nl is de linkse haatsite van de Vara geleid door de hyperventilerende demagoog Francisco van Jole, die stukken plaatst als ’Fuck Ebru Umar’ (Rosanne heeft nooit gereageerd op de bakken seksisme die Ebru al jaren uit linkse en Turkse hoek over zich heen krijgt).

Linkse moordzucht heerst al een tijdje in de media. Ik heb de indruk dat de hedendaagse traditie van de linkse mediamoord ontstond rond Wouter Buikhuisen, de criminoloog die in de jaren zeventig onderzoek deed naar de biologische kenmerken van criminelen; tegenwoordig een volstrekt aanvaardbaar onderzoeksgebied. Buikhuisen werd door Vrij Nederland en columnist Piet Grijs kapotgemaakt: hij was een charlatan en neonazi. De academische wereld beschermde Buikhuisen niet, en hij trok zich terug uit de wetenschap. Na de ’affaire Buikhuisen’ kon alles. Vrij Nederland heeft zich nooit verontschuldigd.

In de aanloop naar de moord op Pim Fortuyn schreef Jan Blokker in de Volkskrant: „Pim Fortuyn is definitief de Mussolini, de Duce, van de eenentwintigste eeuw geworden en men zal op zoek moeten naar een betrouwbaar onderduikadres. Bij de vorige Duce duurde het drieëntwintig jaar vóór hij ondersteboven werd opgehangen aan een benzinepomp aan de Zwitserse grens.” Met de vermelding „duurde het drieëntwintig jaar” vroeg Blokker om een beetje spoed. Hij kreeg zijn zin.

De Volkskrant heeft zich nooit verontschuldigd. Momenteel steunt de krant de oproep van Rosanne.

Rosanne wil dat adverteerders GeenStijl boycotten. Als ze aan het aanklagen van media begint, zal Rosanne daaraan een dagtaak hebben, tenzij ze selectief verontwaardigd is – ik ben bang dat dat zo is. Maar goed, in een vrij land mag ze oproepen tot een boycot en kunnen bedrijven haar volgen.

Maar zijn we nog wel vrij? Enkele ministers hebben zich nu uitgesproken over de oproep van Rosanne: zij steunen de GeenStijl-boycot. Ministers spreken altijd namens het kabinet, en hun uitspraken houden dus in dat het Nederlandse kabinet zonder tussenkomst van de rechter, zonder wettelijke basis, via een economische boycot een volstrekt legitiem Nederlands bedrijf wil vernietigen.

Rosanne vindt GeenStijl onfatsoenlijk. Ik vind andere media onfatsoenlijker. De overheid hoort zich buiten die discussie te houden. In landen als Iran en Saoedi-Arabië bestaan er speciale politie-eenheden die zich over overtredingen van het officiële fatsoen buigen. Ministers Bussemaker, Schultz en Asscher zijn een gevaarlijke grens overgegaan door zich solidair te verklaren met de boycot van GeenStijl. Bepaalt het kabinet nu wat fatsoen is?

De rituele moorden op de haatsite vind ik stuitender dan de seksistische pubercommentaren op GeenStijl. In de twee kranten die Rosanne nadrukkelijk steunen, de Volkskrant en NRC Handelsblad, worden al jarenlang stukken à la Joop.nl afgedrukt met de intentie karaktermoord te plegen. Niet-linkse opponenten zijn altijd racist, neonazi, seksist, islamofoob – dit is de omgeving waarin Rosanne als heldin wordt ontvangen en GeenStijls satire, tot voor kort een luidruchtig en exclusief links genre, gecastreerd moet worden.

Vals betrok Jan Blokker de fascist Mussolini in zijn aanval op Fortuyn. Ik doe het nu met reden: door zich goedkeurend uit te laten over de GeenStijl-boycot gedraagt dit demissionaire kabinet zich als een fascistisch regiem.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

Het weer!

Uit de Telegraaf van 4 mei 2017

‘Somber tot het weekend.

Het sombere weer is nog niet voorbij, vandaag schijnt soms een waterig zonnetje in het zuiden. Er valt daar mogelijk eerst nog motregen, maar de neerslag trekt vrij snel weg. In het noorden gaat het ’s middags juist regenen, maar vanavond wordt het droger. Het wordt maar 11 tot 14 graden en de noordoostenwind is matig, op de Wadden vrij krachtig, 3 tot 5 Bft. Op Bevrijdigingsdag is het vrijwel droog en zijn er veel wolken, maar vooral in het zuiden en westen schijnt ook zo nu en dan de zon. Het wordt rond 13 graden. In het weekend schijnt de zon vaker en wordt het zachter. April was in Nederland vrij koud, maar wereldwijd was het gemiddeld opnieuw te warm. De mondiale klimaatopwarming is nu al vier decennia onafgebroken.

Bron: De Telegraaf 4 mei 2017 pagina D7

Uit de Telegraaf van 3 mei 2017

‘De verkettering van de klimaatsceptici – Leon de Winter

In Nederland houden we al anderhalve eeuw de waterstanden bij. De stijging is opvallend constant, en minimaal. April hebben we net achter de rug – het was op de hele aarde gemiddeld maar liefst een halve graad kouder, op het noordelijke halfrond zelfs een volle graad. Het KNMI houdt dat bij u weg, want het staat haaks op de opvatting dat we onderweg zijn naar een hete klimaatcatastrofe.

Bron: De Telegraaf van 3 mei 2017

Mijn vraag: Wie zou er nu in dezelfde krant gelijk hebben?

De verkettering van klimaatsceptici

02 MEI 2017 – Leon de Winter

We lijken op weg te zijn naar een groen-rechts kabinet. De term ’climate change’ zal daarin een opmerkelijke rol spelen. De opvatting dat menselijke activiteiten de aarde gevaarlijk opwarmen, wordt kennelijk ook door Rutte en de zijnen gedeeld. Er zijn wetenschappers die daar niet zeker van zijn, maar in het huidige opinieklimaat worden ze gedemoniseerd als ’klimaatontkenners’ – het simpele woord ’ontkenner’ betekent dat sceptici dezelfde behandeling krijgen als Holocaustontkenners.

Leon de Winter

Leon de Winter
Foto: Johannes Dalhuijsen

In de klimaatdiscussie wordt de discussie bijna altijd gesmoord door de volgende formule: „97 Procent van alle klimaatwetenschappers is het erover eens dat het klimaat gevaarlijk opwarmt door menselijk handelen.” Waar komt die 97 procent vandaan?

In een stuk in The Wall Street Journal in 2014 van twee vooraanstaande klimaatonderzoekers wordt die ’97 procent’ onder de loep genomen. Ze schrijven dat het waarschijnlijk is dat Maggie Zimmerman, een doctoraalstudent aan de Universiteit van Illinois, in 2009 als eerste de ’97 procent’-categorie heeft geïntroduceerd. Zij had samen met haar studiebegeleider twee vragen gesteld aan een grote groep wetenschappers. Zij vroeg: is de temperatuur op aarde gestegen, en is de mens daarbij een belangrijke factor?

De vragen zijn zo vaag dat iedereen, ook de sceptici, daarop met ja kan antwoorden. Wetenschappers op het gebied van de zon, de ruimte, natuurkundigen, zo schrijft de krant, werden niet bij het onderzoek betrokken. Van de 3146 ondervraagden waren slechts 79 deskundig op het gebied van klimaatonderzoek. 97 Procent van deze 3146 ondervraagden antwoordde bevestigend op de vragen. Het ’97 procent’-argument, dat discussies over het belang van klimaatverandering tegenwoordig de kop indrukt, was geboren.

Sinds wanneer wordt wetenschap bepaald door consensus? Consensus in wetenschap is een stupide categorie: het gaat om onderzoek, waarnemen, theorievorming, testen aan de werkelijkheid, aanpassing, opnieuw testen, opnieuw waarnemen, aanpassen aan de theorie, et cetera. Het is mogelijk dat één onderzoeker op iets waars stuit, en een miljoen andere niet. Op dit moment weten we nog te weinig over klimaatverandering. Keer op keer blijken de computermodellen niet door waarnemingen te worden gestaafd.

In Nederland houden we al anderhalve eeuw de waterstanden bij. De stijging is opvallend constant, en minimaal. April hebben we net achter de rug – het was op de hele aarde gemiddeld maar liefst een halve graad kouder, op het noordelijke halfrond zelfs een volle graad. Het KNMI houdt dat bij u weg, want het staat haaks op de opvatting dat we onderweg zijn naar een hete klimaatcatastrofe.

Alarmisten zijn al bijna een halve eeuw aan het waarschuwen dat het einde nabij is. De bioloog Paul Ehrlich, misschien wel de beroemdste alarmist, schreef in 1968 de bestseller The population bomb; dit boek kan worden beschouwd als de bijbel van de gedachte dat de mensheid door ongebreidelde economische en bevolkingsgroei (lees: kapitalisme) zijn eigen ondergang bewerkstelligt. Hij voorspelde dat de VS aan de vooravond staan van hongergolven waardoor tientallen miljoenen Amerikanen zouden sterven. Hij voorspelde ook dat in de jaren tachtig de meeste grondstoffen op aarde zouden zijn uitgeput. ’Als ik een gokker was’, zo zei Ehrlich in een speech in 1971, ’zou ik erom wedden dat Engeland niet meer bestaat in het jaar 2000.’ Nog steeds wordt Ehrlich als profeet beschouwd in de kringen van alarmisten. Dat zijn voorspellingen niet zijn uitgekomen, doet er niet toe.

Buiten de westerse wereld wordt dit alarmisme veel minder beleden. Het alarmisme is een intrigerende mix van ecologisch marxisme en christelijke schuldgevoelens over overvloed. Ontegenzeggelijk warmt de aarde sinds de laatste ijstijd op. Die begon ongeveer 12.000 jaar geleden en maakte het noordelijke halfrond uiteindelijk geschikt voor menselijke bewoning en het ontstaan van onze uitzonderlijke samenlevingen. De mens zal zeker bijdragen aan de toename van CO2 in de atmosfeer, maar het is onzeker – ja, u leest het goed: onzeker – of dat funest is. CO2 is essentieel voor het leven, elk leven; flora, fauna, alles. Het klimaat verandert continu, en of dat nu sneller gebeurt door hogere concentraties CO2 in de atmosfeer, en of dat erg is, is – nog een keer – onzeker.

Bret Stephens, een intelligente en moedige denker, was jarenlang een van de stercolumnisten van The Wall Street Journal. Hij stapte over naar The New York Times, en vorige week vrijdag verscheen daarin zijn eerste column onder de kop ’Climate of complete certainty’. Stephens schreef over de grenzeloze en onaangename zekerheid van klimaatalarmisten. De mailboxen van de Times explodeerden. Momenteel eisen actiegroepen van Times-lezers het directe vertrek van Stephens, een Pulitzer Prize-winnaar, die in die redeloze furie zijn gelijk bevestigd ziet. De bittere haat die hem treft, bewijst dat het klimaatalarmisme een religie is. Het is alsof Stephens Mohammed-cartoons heeft getekend; de gelovigen, met schuim op de mond, willen hem lynchen.

In Nederland is het niet anders gesteld. CO2 is slecht, alternatief is goed, ongeacht de prijs. En wie vragen stelt bij het verrassende huwelijk van alarmisten en ondernemers, die verlekkerd bergen groene subsidies zien groeien, is een ontkenner, en dus, zoals Marcel van Dam ooit over Pim Fortuyn heeft gezegd, ’een minderwaardig mens’.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

Erdogan wil nieuw Ottomaans rijk


Leon de Winter

Leon de Winter / Foto: De Telegraaf

Recep Tayyip Erdogan is een islamitische fascist die met indrukwekkende vasthoudendheid de seculiere staat van Kemal Atatürk heeft gesloopt. Hij gelooft heilig in religie als fundament van de samenleving. In zijn jeugd was hij al vol overgave gelovig, en tijdens zijn adolescentie en studententijd werd hij als gelovige politiek actief. Dat liet hij ook zien met zijn toneelstuk ’Maskomya’, dat hij op zijn 21e met een aantal vrienden schreef en dat succesvol werd gespeeld met Erdogan zelf in de hoofdrol.

Betsy Udink, schrijfster van meeslepende studies over Turkije en het Midden-Oosten, opent haar schokkende boek ’Meisjes van Atatürk, zonen van de sultan’ (2015) met een kaart van het Ottomaanse rijk in 1878. Dat strekte zich via Egypte uit tot en met het huidige Tunesië, omvatte via een strook langs de Rode Zee de heilige steden van de islam, reikte naar de Perzische Golf, had de Balkan in bezit. Het Verdrag van Lausanne legde in 1923, na de voor de Ottomanen fataal verlopen Eerste Wereldoorlog, de grenzen van het huidige Turkije vast.

In de kringen rond Erdogan is dat verdrag nog altijd een beschamend document. Vorig jaar werd het verdrag door Erdogan in een speech in Ankara bekritiseerd en er circuleren kaarten van Turkse nationalisten die een groter Turkije projecteren, met name dieper in Syrië, Irak en Armenië.

De titel ’Maskomya’, Erdogans toneelstuk, heeft een ver reikende betekenis. Udink schrijft: „’Mas’ zijn de eerste drie letters van het Turkse woord voor vrijmetselaars, ’kom’ staat voor communisten en ’yah’ zijn de eerste drie letters van het Turkse woord voor Jood: yahudi.”

Ofwel, dit zijn de drie aartsvijanden in Erdogans paranoïde belevingswereld.

Udink schrijft: „Als premier, en nu als president, steekt Tayyip Erdogan zijn antisemitisme niet onder stoelen of banken. Zijn Jodenhaat is voor iedereen duidelijk, ook al vermijdt hij het woord ’Jood’. Maar als hij beweert dat de ’rentelobby’ achter de demonstraties van enkele jaren geleden rond het Gezi Park in Istanbul zat, weet men in Turkije wie hij bedoelt.”

Een van de opmerkelijkste alinea’s in Udinks boek is de volgende: „Paranoia is de permanente gemoedstoestand van een behoorlijk deel van de inwoners van Turkije, niet alleen van islamisten, ook van nationalisten, van de Koerdische guerrillabeweging PKK, van ultralinks en van kemalisten – in Turkije is er geen ontsnappen aan. Iets is nooit wat het is. Er zijn altijd engerds die ergens – meestal in Washington en Tel Aviv, vaak ook in Londen – moslims en Turken trachten te manipuleren en erger nog: van de aardbodem te verdrijven. Over duistere bedreigingen van het vaderland leren Turkse kinderen al op de lagere school. Het natuurlijke gevolg van die waan is intolerantie, discriminatie van minderheden, censuur en despotisme.”

Erdogan zal nu, alleenheerser van een machtig land, ongehinderd zijn islamo-fascistische ambities nastreven. Hij wil de leider van de soennitische moslims worden, in navolging van de Ottomaanse leiders, en er bestaat geen grotere prijs in de ogen van de meeste moslims, en dus geen groter respect voor de man die dat veroorzaakt, dan het einde van de Joodse staat Israël, die een continue en onaanvaardbaar succesvolle provocatie is van de erfenis van de profeet Mohammed. Steun aan Hamas zal tot grote geweldsexplosies leiden. Maar dit is nog maar het begin.

Erdogan kent de verleiding om dieper betrokken te raken bij de etnische en religieuze oorlogen in Syrië en Irak: hier is de hoofdprijs de mogelijke uitbreiding van Turkije met Aleppo en Mosul, ooit welvarende parels in het Ottomaanse oosten. Hoe Poetin op deze ontwikkelingen zal reageren, is onbekend. Poetin zit vast in het Syrische moeras met zijn alliantie met Assad en Khamenei; zal hij proberen zich daarvan via Erdogan, vers lid van het gilde van autocratische heersers, te bevrijden en hem los te weken uit de NAVO?

Moderne Turken hebben een laag geboortecijfer, vergelijkbaar met dat van Europeanen. Turkse Koerden hebben veel hogere geboortecijfers; daarmee veranderen ze de demografische samenstelling van Turkije. Erdogan zal de Koerden nog meer onderdrukken en zijn conservatieve achterban oproepen meer kinderen te baren, waarmee hij ernstige risico’s neemt met de stagnerende economie, die gebaseerd is op binnenlandse consumptie met geleend geld. 41 procent van de bevolking (28,5 procent in Nederland) is jonger dan 25. Waar zijn de banen voor al die jonge mensen?

Gezien zijn positie en zijn overtuigingen, zal Erdogan voortdurend het Westen, Europa, en Israël beledigen en uitdagen. Hij moet externe vijanden kweken om zijn radicale regiem te legitimeren. De problemen die hij veroorzaakt, zal hij aan de ’engerds’ wijten. Het is een klassiek scenario, door alle tirannen toegepast.

Deze explosieve tragedie was decennia lang in de maak. Erdogan heeft een simpel manipulatiespel met onze Brusselse leiders gespeeld, en zij hebben zich graag laten misleiden om confrontaties te ontlopen. Toetreding tot de EU interesseert Erdogan niet. Integendeel: Europa is voor hem altijd een van de primaire vijanden geweest.

Wie kan Turkije redden? Dat zijn de moderne Turken. De verkiezingen van 2019, met de uitslag van het referendum als thema, zijn cruciaal voor de toekomst van een vrij en welvarend Turkije.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

Etnische zuivering van ongekende omvang

Bashir al-Assads inzet van gifgas is bescheiden vergeleken met die van Saddam Hoessein. In augustus 1983, ten tijde van zijn oorlog met Iran – die in feite een voorloper was van de huidige oorlog tussen soennieten en sjiieten -, zette Saddam voor het eerst mosterdgas in. Daarna gebruikte hij ook zenuwgas.

Leon de Winter

Leon de Winter
Foto: Johannes Dalhuijsen

Met zijn aanval op Iran reageerde Saddam op de sjiitische revolutie van 1979. Die revolutie transformeerde de sjiitische islam in een expanderende en agressieve ideologische kracht. Saddam besefte dat zijn onderdrukking van de sjiitische meerderheid in Irak op den duur door Iran zou worden aangevochten, en in het jaar na de revolutie viel hij Iran binnen. Hij werd door het westen gesteund.

Iran was door het impotente optreden van Jimmy Carter uit de westerse invloedssfeer verdwenen, en Saddam veronderstelde dat hij de olievelden in het zuidwesten van het verzwakte Iran zonder veel tegenstand kon innemen. Het werd een oorlog die acht jaar zou duren.

Saddam had graag de Iraanse provincie Khuzestan geannexeerd. De meerderheid van de bevolking daar is Arabisch en al lang een factor in Arabisch-Perzische conflicten. De Arabische bevolking wordt onderdrukt, de bodem beroofd van olie en gas: negentig procent van de Iraanse olie- en gasproductie vindt plaats in Khuzestan. Arabische separatisten plegen aanslagen op pijpleidingen en installaties.

Interessant is dat deze Arabieren ook sjiieten zijn, maar zich etnisch identificeren als Arabisch. Saoedi-Arabië steunt deze separatisten zoals Iran de onderdrukte sjiieten in het olierijke noorden van Saoedi-Arabië steunt – twee archaïsche conflicten die elkaars spiegelbeeld vormen met als inzet olie.

Op 21 oktober 2014 drukte The New York Times een artikel af met als kop: ’De geheime slachtoffers van Iraks achtergelaten chemische wapens’.

Dit schreef de Times in dat artikel: ’Vijf jaar nadat president George W. Bush troepen naar Irak stuurde, betraden deze soldaten een uitgebreid maar grotendeels geheim hoofdstuk van Amerika’s lange en bittere betrokkenheid met Irak. Van 2004 tot 2011 troffen Amerikaanse en door Amerikanen getrainde Iraakse troepen veelvuldig (…) chemische wapens aan die afkomstig waren uit de tijd van Saddam Hoesseins heerschappij. Amerikaanse troepen berichtten in het geheim dat zij ongeveer vijfduizend chemische raketkoppen, granaten en bommen aantroffen, aldus interviews met tientallen deelnemers, Iraakse en Amerikaanse autoriteiten, en zwaar geredigeerde inlichtingendocumenten die verkregen zijn onder de Freedom of Information Act.’

Dit artikel stond niet op de site van verblinde Bush-aanhangers maar op de pagina’s van de anti-Bushisten van de Times. Het is nooit door het algemene publiek aanvaard: de media wilden niet, het publiek wilde evenmin want al jaren stond vast dat ’Bush lied, people died’. Natuurlijk beschikte Saddam over massavernietigingswapens – het is de ’core business’ van elke Arabische tiran om dergelijke wapens te produceren en in te zetten.

Afgelopen vrijdag vroeg Rob de Wijk, de intelligente commentator van internationale betrekkingen, zich op Radio1 af of het gebruik van gifgas in Syrië eigenlijk wel was uitgevoerd door Assad aangezien De Wijk daarvoor geen reden kon bedenken.

Dat was een rationele vraag van een westerse intellectueel. De gedachte dat gifgas kan worden ingezet omdat het kan, omdat het indruk maakt of omdat het de vastbeslotenheid van het regiem aantoont, is moeilijk te verteren voor een waarnemer met een humaan postmodern mensbeeld. Het gebruik van massamoord als symbolisch en tactisch effect is een fenomeen dat in onze huidige westerse cultuur niet kan worden gevat.

In Irak en Syrië woedt een etnische zuivering van ongekende omvang, gevoed door eeuwenoude etnische en tribale tegenstellingen, en het is voor het westen uiterst onaangenaam om deze feiten te aanvaarden, feiten die uitdrukken dat onze wetten en waarden in grote delen van de wereld geen betekenis hebben. Soennieten worden momenteel massaal door sjiieten verdreven en een enorm gebied tussen de Middellandse Zee en de Perzische Golf wordt etnisch gezuiverd, terwijl wij machteloos toekijken. Assad heeft één ambitie: de bescherming van de alawitische minderheid die zich uit zelfbehoud verbonden heeft met de sjiieten. Want als Assad zijn stammen niet beschermt, zullen de alawieten worden uitgeroeid.

IS moet op dezelfde manier begrepen worden: IS is een reactie op de val van Saddam, wiens soennitische coalitie de sjiitische meerderheid in Irak bij de teugels hield om te voorkomen dat zijn soennieten door de sjiieten werden vernietigd.

Bij deze conflicten is elk middel geoorloofd, voor alle betrokken partijen; er wordt op grote schaal en met overgave verkracht, geroofd, geplunderd, gemoord – ook voor duizenden westerse moslimjongens is dat een verrukkelijke verleiding.

De strijd tegen IS is een ’sideshow’. De echte strijd, die tussen soennieten en sjiieten, is al veertienhonderd jaar oud. De strijders worden gedreven door tribale en religieuze trots; mannelijke onverschrokkenheid en doodsverachting zijn daarbij benijdenswaardige eigenschappen, net als het vermogen om de vijand te vernederen en lijken ritueel te verminken. De inzet van gifgas is daarbij een symbolische daad.

Westerse machten, gebonden aan ’rules of engagement’, oorlogsrecht, wantrouwige media, pacifistische culturele elites, staan buitenspel. We kunnen het bloeden niet stoppen, slechts hier en daar een wond afdekken. Het is een illusie om te denken dat we in één wereld leven. Het is verschrikkelijk, maar we moeten ze laten uitrazen.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

Politiek zit nog in tijdperk trekschuit

Nadat het volk heeft gesproken, wordt het volk volstrekt machteloos. Dat gebeurt vanzelf als het mechanisme van het achterkamertjesoverleg wordt aangezet. Indien de komende coalitie, welke dan ook, standhoudt, mag het volk over vier jaar weer spreken. In de tussentijd kan alles in onze razendsnel veranderende wereld veranderen, maar het volk moet zwijgen. Dit is het gevolg van twee vaste kenmerken van de Nederlandse democratie: die is vertegenwoordigend en leidt altijd tot een coalitie.

Leon de Winter

Leon de Winter
Foto: Johannes Dalhuijsen

Het model functioneerde goed in de tijd van de trekschuit, maar inmiddels bereiden we ons voor op het koloniseren van de planeet Mars. Wat eenieder van ons aan mogelijkheden met zich meedraagt in de vorm van een smartphone, staat in geen verhouding tot het negentiende-eeuwse mechanisme van politieke besluitvorming. Het is bespottelijk.

We hebben geen idee van wat nu binnenshuis besproken wordt, afgescheiden van onze oren en ogen, alsof het gaat om staatsgeheimen die voor ons verborgen gehouden moeten worden omdat bij openbaarmaking gevaar dreigt. Waarom mogen wij niet horen wat onze vertegenwoordigers met elkaar bespreken ten aanzien van onze hoogstpersoonlijke belangen? Zijn we niet bij machte de heren (ja, allen heer) te volgen? Of zijn zij ervan overtuigd dat wij niet weten wat goed voor ons is en dat het beter is dat zij de keuzen maken? Het is bespottelijk.

Hoeveel burgers zullen zich herkennen in alle punten van een partijprogramma? Dat programma is een compromis van de opvattingen binnen die partijhiërarchie. Na de gang naar de stembus is dat compromis onderhevig aan weer andere compromissen, en actuele gebeurtenissen kunnen na de coalitievorming het compromis dat na het compromis van het compromis werd besloten (volgt u het nog?), weer op z’n kop zetten omdat de omstandigheden in het land en in de wereld nu eenmaal continu veranderen.

De burger heeft al in het stemhokje moeten slikken aangezien hij beseft dat hij het volledige pakket van de partij van keuze moet aanvaarden; je kunt er niet je persoonlijke selectie uit halen maar je moet het hele pakket slikken ofschoon je weet dat er vervolgens achterkamertjesgesprekken gaan plaatsvinden die dat hele programma weer door de plee trekken; wat er vervolgens over blijft, is op het moment van stemmen volstrekt onduidelijk. De kans dat je in Holland Casino kunt voorspellen wat er met je centen gebeurt, is groter dan bij de landelijke verkiezingen van ons Koninkrijk. Het is bespottelijk.

Alle Nederlandse partijen bij elkaar hebben minder dan driehonderdduizend leden. De partij met de meeste leden is het CDA met minder dan vijftigduizend leden. De VVD, de grootste partij, heeft er minder dan zevenentwintigduizend, en dat is net zoveel als het ledenaantal van Feyenoords Legioen. Ajax heeft meer leden dan de VVD en het CDA bij elkaar. Is dit appels met peren vergelijken? En politici doen dat nooit? Deze kleine organisaties van vergaderratten bepalen voor een flink deel wie naar boven mag klimmen, en wie boven zit, stelt alles in het werk daar te blijven en het systeem van de vertegenwoordigende democratie in stand te houden. Want binnen dat systeem kan de politicus het best zijn partijorganisatie dienen, en natuurlijk zijn eigen positie. Dat laatste is niet schandalig: eigenbelang is geen zonde. Maar de burger kan alleen in droefenis toekijken hoe het programma dat hij in het stemhok met moeite heeft aanvaard, in vage gesprekken in Binnenhofkamertjes nog een keer door de molen wordt gehaald zonder de mogelijkheid om de uitkomst of delen daarvan weg te vetoën. Dat is bespottelijk.

Zijn er alternatieven? Zeker, die zijn er. Maar wie er in de huidige partijen voor pleit om in onze vertegenwoordigende democratie elementen van de directe democratie in te bouwen, ondermijnt zijn eigen positie. De meeste partijen willen niets veranderen en gaan ervoor op de loop, panisch voor machtsverlies. Dus blijven we aankijken tegen dit eigenaardige ritueel van informatie, formatie, en compromis na compromis; ofwel, op manipulatie en bedrog ten tijde van de campagne staat een bonus van vier jaar pluche. In een zelfbewuste democratie was iemand als Mark Rutte al lang geleden teruggetreden nadat gebleken was dat hij loze beloften doet en zo nu en dan gebruik maakt van een leugen. Maar niet in ons land. Het is bespottelijk.

Terwijl het individu in bijna elk opzicht de afgelopen anderhalve eeuw autonomer is geworden, hoger opgeleid, gezonder, welvarender – het indrukwekkende gevolg van wetenschappelijke en technische revoluties –, is zijn politieke macht afgenomen. Den Haag en Brussel opereren op basis van een wankel mandaat dat in de meeste gevallen bij een gebrek aan beter door de burger wordt verleend. We kunnen onze persoonlijke programma’s niet uitkiezen omdat er momenteel geen model is dat iets dergelijks toelaat.

Dus zijn we getuige van het negentiende-eeuwse tafereel van achterkamertjesoverleg door regenten die burgers gaan confronteren met hun compromissen zonder de burger het recht te gunnen daarover een oordeel te vellen. Het is bespottelijk.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

Ook rechts omarmt opwarmingsverhaal


Leon de Winter

Leon de Winter / Foto: De Telegraaf

Professor Richard Lindzen was hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), een van de beste technische universiteiten in de wereld. Hij is een ’atmosferische natuurkundige’ en notoire dwarsligger ten aanzien van gangbare opvattingen over ’klimaatverandering’. Op 23 februari schreef hij een open brief aan president Trump. Waar ging die brief over? Volgens Lindzen, en enkele honderden andere wetenschappers die medeondertekenden, zijn ’overheidsrestricties ten aanzien van de uitstoot van CO2’ nutteloos. Ja, u leest het goed: nutteloos.

Lindzen is niet zomaar een klimaatdissident. Hij is een autoriteit. Hij verzet zich al lang tegen de opvatting dat door mensen veroorzaakte CO2-uitstoot catastrofale gevolgen heeft.

Je zou verwachten dat de media zich op Lindzens brief zouden storten. Maar het bleef stil.

Na Lindzens brief reageerden op 2 maart boze collega’s van het MIT met hun eigen brief. Zij schreven aan Trump dat zij het niet met Lindzen eens waren. Hun argument: er zijn meer onderzoekers die denken zoals wij. Dit is het belangrijkste argument van de ’climate change community’: we zijn in de meerderheid. Dat is het allerergste wetenschappelijke argument dat je kunt bedenken, en het is nog maar de vraag of dat waar is, maar het wordt continu gebruikt om discussies te voorkomen.

Op 9 maart kwam Lindzen met een reactie op de reactie. Voor de duidelijkheid: Lindzen ontkent niet dat er klimaatverandering plaatsvindt. Er is namelijk altijd klimaatverandering zolang de aarde een levende planeet is. De vraag is: waardoor wordt die veroorzaakt? Horen de veranderingen tot ’normale’ fluctuaties of stoken we met CO2 de temperatuur flink op en is de aarde nu koortsig geworden?

In zijn tweede brief vermeldt Lindzen zes argumenten die hij van belang vindt bij het beoordelen van temperatuurfluctuaties.

Allereerst meldt hij dat het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de VN niet meer claimt dat het klimaat op aarde snel onmogelijk wordt voor menselijk overleven. Vervolgens schrijft hij dat het IPCC zich erbij heeft neergelegd dat opwarmingsperiodes van vóór 1960 niet veroorzaakt kunnen zijn door broeikasgassen die menselijke activiteiten uitgestoten hebben. Lindzen noemt twee opwarmingsperiodes: 1915-1950 en verder terug: 1850-1890. ’Niets hiervan kan veroorzaakt zijn door een toename van atmosferische CO2’, schrijft Lindzen.

Verder noemt hij: ’Projecties door modellen van opwarming gedurende de afgelopen decennia zijn dramatisch groter geweest dan wat waargenomen is.’ Lindzen stelt dat rekenmodellen niet bij machte zijn klimaatsituaties van het verleden te simuleren omdat er zoveel onbekend is.

Hij eindigt met twee vaststellingen: er zijn geen trends die een toename van overstromingen en droogte aantonen, en geen stijging van de zeespiegel die afwijkt van de bestaande, langdurige stijging van vijftien centimeter per eeuw. En: ’Bestaande niveaus van CO2, zo’n vierhonderd delen per miljoen, zijn nog steeds zeer gering vergeleken met de gemiddelden in de geologische geschiedenis, toen duizenden delen per miljoen voorkwamen en het leven op aarde en in de oceanen bloeide.’

Lindzen eindigt zijn brief met de verzuchting dat het tijd wordt dat onderzoek naar klimaatverandering gedepolitiseerd wordt: ’Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op emotieloze kwaliteitsklimaatwetenschap, niet op pogingen om het steeds meer wankelende verhaal over ’CO2-vervuiling’ overeind te houden.’

Lindzen gaat er zo hard in, dat je zou denken dat de Amerikaanse – en Nederlandse – media zouden uitpuilen van interviews met Lindzen. Niets daarvan. Lindzens ketterij is gebaseerd op enkele eenvoudige stellingen en waarnemingen; met name zijn aanval op de onhoudbaarheid van rekenmodellen valt moeilijk te pareren. In Nederland hebben we ook dwarsliggers: Salomon Kroonenberg bijvoorbeeld, die hoogleraar toegepaste geologie te Delft was, durft kanttekeningen te plaatsen, maar hij doet dat diplomatieker dan Lindzen en wordt daardoor misschien minder gedemoniseerd.

Windmolens

Ook rechts heeft inmiddels het opwarmingsverhaal omarmd, want het verhaal leidt tot economische activiteit: er moeten windmolens komen. Die kunnen niet draaien zonder subsidie en zonder wind, ze zijn foeilelijk en zijn gevaarlijk, maar ze moeten de uitstoot van CO2 reduceren en het klimaat redden, en wat is mooier dan het klimaat en dus de mensheid redden?

Ook ik heb de waarheid niet in pacht, maar ik luister graag naar eigenzinnige geleerden als Lindzen en Kroonenberg. Tegelijkertijd hoop ik dat de klimaatgelovigen gelijk hebben en dat CO2 dramatische effecten heeft op het klimaat. Misschien kunnen we met wat extra CO2 in de atmosfeer de komende ijstijd, die het leven op het noordelijk halfrond zal wegvagen en ons zal bedekken onder een kilometers hoge ijslaag, nog een paar jaar uitstellen.

We leven op een planeetje dat met een snelheid van meer dan 100.000 kilometer per uur om de zon suist. De baan om de zon verandert periodiek van cirkel naar ellips. De stand van de aardas verandert ook periodiek. En de aarde wiebelt periodiek ook een beetje. Die variaties zijn kosmische krachten die bij het ontstaan van ijstijden een hoofdrol spelen; ze zijn immuun voor CO2-uitstoot, al bouwen we de hele aarde vol met molens.

Lindzen is het vuurtje over CO2 flink aan het opstoken. Kan Lindzen niet een keer in een zaaltje in Amsterdam in gesprek met Mark Rutte, die inmiddels meer groen dan rechts is?

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

Erdogan wil een groot moslimrijk


Leon de Winter

Leon de Winter / Foto: De Telegraaf

Opinie Leon de Winter

Op een bijeenkomst in Istanbul eind mei 2016 sprak Yusuf al-Qaradawi, de hoofd-ideoloog van de Moslimbroeders en alom beschouwd als de meest invloedrijke islamgeleerde, president Erdogan aan met de titel ’sultan’. Een sultan is een machthebber die één treetje lager staat dan de kalief. Wanneer al-Qaradawi iemand een sultan noemt, is dat een belangrijk symbolisch moment. Met de aanspreektitel ’sultan’ plaatste hij Erdogan in de geschiedenis van machtige Ottomaanse heersers.

Al-Qaradawi, in 1926 geboren in het Egyptische dorp Saft Turab, kende al op negenjarige leeftijd de Koran uit het hoofd. Als student ontmoette hij Hassan al-Banna, de grondlegger van de Moslimbroeders die in 1949 op een markt in Caïro werd vermoord, vermoedelijk door leden van de Egyptische overheid. Hoe luidden de opvattingen van al-Banna (wiens kleinzoon Tariq Ramadan is, de clean-shaved propagandist van de Moslimbroeders en bijna gastprofessor in Rotterdam als dat niet door mensen als Carel Brendel was verhinderd)?

Al-Banna: „Islam is de universele waarheid en moslims hebben geen andere loyaliteit dan de islamitische. Het doel van de jihad is het vaandel van de islam te laten wapperen. De zonen van de islamitische natie moeten hun bloed en leven geven voor hun vaderland, totdat dit de hele wereld omvat. Deelname aan jihad is een plicht voor gelovigen. Het gaat om het afslachten van de ongelovigen, het plunderen van hun rijkdommen, de vernietiging van hun heiligdommen en het kapotslaan van hun afgoden.”

Sultan Erdogan zal zijn gedachtegoed niet zo formuleren, maar als islamist is hij bezig de seculiere revolutie van Kemal Atatürk af te breken; hij laat daarmee zien dat de orthodoxe islam de ziel is van zijn expansieplannen. Al-Qaradawi had dus alle reden om Erdogan te prijzen.

De organisatie van de Moslimbroeders, opgericht in 1928, was een reactie op de ondergang van het Ottomaanse kalifaat, dat als gigantische wereldlijke macht de glorie van de islam personifieerde maar door externe krachten gedurende de Eerste Wereldoorlog en door de interne krachten van de Jonge Turken (onder wie legerofficier Kemal Atatürk) ten onder was gegaan. De islamitische volken van Noord-Afrika en het Midden-Oosten zijn sindsdien op drift; de vele volken in het Ottomaanse rijk, alle in naam islamitisch maar verdeeld in tribale en etnische loyaliteiten, werden door een verfijnd en repressief bestuurssysteem bijeengehouden.

Het sterfproces van het Ottomaanse rijk was al sinds 1800 gaande; de competitie met het zich explosief ontwikkelende Westen, dat een nieuwe fase in de menselijke geschiedenis inluidde met de Industriële Revolutie, werd niet volgehouden. De implosie werd bezegeld door Atatürk, die de scheiding van kerk en staat afdwong en Turkije wilde opjagen in de vaart der westerse volken. Dat lukte ten dele.

De Ottomanen waren imperialisten zoals de Britten en Russen en Nederlanders imperialisten waren. Deze imperiale rijken zijn allemaal ten onder gegaan, maar de gevolgen van de Ottomaanse ondergang zijn heviger dan de andere. De islam is geen ’gewone’ religie, maar ook een ideologie die wereldlijk wil heersen; alle ideologieën met een staatsvorm hebben de moslims uitgeprobeerd: socialistisch, communistisch, kapitalistisch, pan-Arabisme, extreem nationalisme, alles is geprobeerd. Maar de islamitische ambitie om een staat te vestigen die alle moslims zou herbergen, werd door geen enkel model bevredigd. De Britten en Nederlanders behielden hun cultuur, ook zonder hun koloniën en wingewesten. Maar wat is de islam zonder een kalifaat? Dit is de inzet van Erdogan: de ombouw van Turkije tot een expanderende islamitische kracht, en daarmee de wereldlijke vervulling van de islam. De ’terugkeer’ naar Europa – al sinds het begin van de islam is Rome de hoofdprijs van de jihad – kan worden voortgezet met zachte middelen: demografische islamitische expansie in een krimpende Europese bevolking is daarbij een van de middelen. Al-Qaradawi heeft zich hierover vaak uitgesproken: daarvan staan talloze voorbeelden op YouTube.

Veel Turken echter zijn modern en willen van deze religieuze renaissance niets weten. Zij zijn in hart en ziel individualistische Kemalisten, maar hun stem is voorlopig onmogelijk gemaakt door Erdogans staatsgreep na de mislukte coup, die nog altijd in nevelen is gehuld. Het referendum dat hem ook de jure tot sultan zal verheffen, vindt op 16 april plaats.

Waarom doen te veel Turkse Nederlanders aan deze islamistische reactie mee? Omdat het oude rijk, dat Erdogan wil restaureren, een trotse identiteit biedt, ook voor Nederturken met een bijstandsuitkering. Door gebrekkige taalbeheersing, educatie en integratie zijn deze Nederturken in hun eigen subcultuur blijven hangen. Om hun positie te verklaren, beweren zij dat zij gediscrimineerd worden; dat zal zeker voorkomen, maar die discriminatie is niet institutioneel. In slecht Nederlands uitten zij op tv de klacht dat ’hun’ ministers respectloos zijn behandeld; in hun altijd furieuze leider sultan Erdogan vinden zij zelfrespect, niet in de vreemde Nederlandse identiteit. Zij zijn het resultaat van de ongedwongen integratiepolitiek van de afgelopen decennia.

Grote groepen Nederturken zijn op indrukwekkende wijze geïntegreerd en bewijzen dat de culturele stap naar het radicaal seculiere noordwesten van Europa mogelijk is. Dat is hun eigen verdienste, niet van een immigratieaanpak van cultuur en religie, want die hebben we niet.

Bron: http://www.telegraaf.nl

Wat Turkije écht wil in Europa

Foto: TLG /Leon de Winter

Wat is er aan de hand? Waar gaat dat Turkse referendum over en wat doen die Turkse politici in Europa?

Tussen 1950 en 1965 groeide de Turkse bevolking van 22 naar 31 miljoen. Het BBP per hoofd bedroeg in 1965 $385; dat betekende armoede. Nederland had in 1965 12,2 miljoen inwoners met een BBP per hoofd van $1700. Geen rijkdom, maar respectabel.

In die periode groeide de Nederlandse economie snel, de Turkse niet. Dus ronselde de Nederlandse industrie laag- of niet-opgeleide Turkse ’gastarbeiders’ uit straatarme streken als Centraal-Anatolië. Nu zijn er 400.000 Nederlanders van Turkse afkomst. Het Turkse BBP per capita in 2015 bedroeg $9950, wat een uitstekende prestatie is voor een land in ontwikkeling; in Nederland hadden we twee jaar geleden een BBP per capita van $48.860 – wij behoren tot de top in de wereld.

Tussen 1965 en 2015 heeft Nederland een bevolkingsgroei doorgemaakt van 12,2 naar 17 miljoen. De Turkse bevolking groeide van 31 naar 78 miljoen.

Die dramatische groei is niet genoeg voor president Erdogan, die razend geliefd is bij de helft van de Turkse bevolking (de andere helft vindt hem weerzinwekkend). Tien maanden geleden zei Erdogan: „We moeten het aantal nakomelingen verhogen. Er zijn mensen die over geboortecontrole, over gezinsbeperking praten. Geen moslimfamilie begrijpt of aanvaardt dat. Zoals Allah en de profeet zeiden, dit is onze weg. En in dit verband is dit de eerste plicht voor moeders.”

Het officiële Turkse werkloosheidscijfer bedraagt momenteel 12,1 procent, de officieuze ligt veel hoger. Om elke baan die een Turkse man vanwege ouderdom neerlegt, zijn twee jongemannen met elkaar in competitie. Geboortebeperking zou het devies moeten zijn, maar het tegenovergestelde is de politiek van de AK Partij.

Rond de Turkse verkiezingen van 2011 werd het ministerie van Vrouwen en Gezinszaken, dat gericht was op vrouwenemancipatie, vervangen door het ministerie van Familie en Sociale Zaken, dat de vrouw vooral als moeder behandelt. In 2015 werd Aysen Gurcan de (vrouwelijke) minister van dat departement en de eerste minister sinds de seculiere revolutie van Atatürk die een hoofddoek droeg. Haar opvolgster is minister Kaya, ook met hoofddoek, die zondagochtend de grens werd overgezet.

Wat lijkt de strategie van Erdogans AK partij te zijn? Hierop lijkt het: Erdogan wil het komende decennium persoonlijk de staatsmacht controleren en de bevolkingsgroei doorzetten. Hij kan Europa, waar de oorspronkelijke bevolkingen krimpen, overspoelen met etnische Turken. Daartoe moet hij de EU openbreken, het vuur van het Turkse islamitische nationalisme opstoken en vrouwen veel kinderen laten baren. Dat laatste propageren is het werk van minister Kaya. Voor het concentreren van de staatsmacht is het referendum bedoeld. Ik zal wel overdrijven, dus hecht niet te veel waarde aan wat hier staat.

Tot slot: worden Turkse Nederlanders gediscrimineerd in de Nederlandse verzorgingsstaat? Van de Turks-Nederlandse beroepsbevolking had per september 2015 9,7 procent een bijstands- en 11,3 procent een WAO-uitkering. Als dat discriminatie is, moeten we het begrip herdefiniëren.

Bron: http://www.telegraaf.nl

 

De grenzen van de verzorgingsstaat

Foto: De Telegraaf / Leon de Winter

Het blijft het essentiële conflict in de Europese verzorgingsstaten, ook al zullen politici het nooit op deze manier verwoorden: kan een verzorgingsstaat een immigratiestaat worden? Het is een retorische vraag, want het antwoord luidt néé. De voorwaarden voor een succesvolle verzorgingsstaat zijn gevormd in de loop van eeuwen waarin de betrokken volken zichzelf calvinistische discipline, individualisme, uitvoerige educatie en de scherpe scheiding van kerk en staat hebben opgelegd, met als gevolg – en dat is de indrukwekkende paradox van ons land – een hoge mate van onderlinge solidariteit.

De politieke discussies die we de afgelopen dagen hebben mogen gadeslaan, gaan in feite over de details van de verzorgingsstaat. Ofschoon er hier en daar over de grenzen van het verzorgen door de staat wordt gesproken, vinden zo goed als alle Nederlandse burgers dat het vanzelfsprekend is dat een overheersende overheid hun gehele leven reguleert, en onze politici twijfelen daar evenmin een seconde aan.

De verzorgingsstaat bestaat niet zo lang. Veel taken die we aan de overheid overlaten, waren taken waarvoor in het nabije verleden families zich inzetten, of organisaties die die taken meestal vanuit een religieus oogpunt op zich hadden genomen (het verzorgen van zieken was in de vroege Middeleeuwen voor nonnen en monniken een religieuze opgave; uit hun gasthuizen ontstonden de ziekenhuizen). De overheid haalt meer dan vijftig procent van wat de Nederlanders verdienen op, en herverdeelt dat volgens de programma’s van de politieke gezindheid. Dit is waar de discussies zoals in Carré over gaan: hoe verdeel je die gigantische belastingopbrengst? We zagen en hoorden dat die discussies niet gaan over fundamentele verschuivingen. Op de keper beschouwd zijn zelfs de verschillen tussen de VVD en de SP marginaal; niemand stelt de basis van de verzorgingsstaat ter discussie, want de belastingopbrengsten blijven hoog, ook in tijden van crises, en de maatschappelijke rust die door dit model ontstaan is, is uniek.

Alle discussies in Carré waren in feite doortrokken van één begrip: onderlinge solidariteit. Dat is nodig in een samenleving met 778.000 arbeidsongeschikten, 426.000 werklozen, 554.000 bijstandsontvangers en 3,36 miljoen AOW’ers (cijfers CBS per januari 2016).

Solidariteit is de basis van de verzorgingsstaat. Het is een begrip dat je niet kunt afdwingen. Daar zijn eeuwen voor nodig geweest en forse injecties calvinisme (alle succesvolle verzorgingsstaten zijn gebouwd op een protestants fundament). De Nederlanden hebben ten diepste geleden onder religieuze tegenstellingen; daarna kon in dit land van minderheden onderlinge solidariteit groeien, mede dankzij de relatieve betrouwbaarheid van regenten en elites voor wie een woord een woord was.

Een verzorgingsstaat is niet alleen een formeel model van pragmatici, maar een levende gemeenschap van hoogopgeleide individuen die een groot deel van hun autonomie hebben afgestaan aan een collectief van beroepspolitici, en deze politici dienen behoedzaam en zorgzaam om te gaan met ’de vruchten van uw arbeid’, zoals de Statenvertaling zegt.

Er zijn verzorgingsstaten, zoals Australië en Canada, die hoge opleidingseisen stellen aan migranten; daarmee wordt een selecte groep migranten toegelaten die zich soepeler kan schikken in het veeleisende model van de verzorgingsstaat. In een periode waarin Nederland arbeidskrachten nodig had door explosieve economische groei, werden ’gastarbeiders’ naar Nederland gebracht; velen laagopgeleid en zelfs analfabeet. Zij keerden niet terug naar het land van oorsprong; zonder dat daarover een essentieel debat werd gevoerd, werd Nederland een immigratieland. Maar hoe breng je mensen uit een collectivistische of tribale religieuze cultuur de eigenschappen bij die noodzakelijk zijn voor het bestaan in een moderne, tolerante, en uiterst vrijzinnige verzorgingsstaat?

Het CBS berichtte twee jaar geleden dat zeventig procent van de Somaliërs in Nederland een bijstandsuitkering heeft. Slechts één op de vijf had werk. Het CBS meldde toen: „Ook ruim de helft van de mensen met de Syrische, Iraakse of Eritrese nationaliteit heeft bijstand. Het gaat vooral om voormalige asielzoekers.”

Buiten het verzorgingsmodel is het duidelijk: zolang er ruimte is in een immigratieland, is iedereen die kan werken welkom, en zonder werk ga je dood als je geen familie hebt. Maar in een verzorgingsstaat? Het niet-bijdragen is een essentieel moreel en ethisch probleem; de onderlinge solidariteit, de brandstof van de open samenleving, wordt erdoor ondermijnd. Hoeveel niet-bijdragende migranten kan of wil een verzorgingsstaat opnemen?

In 2050 zullen naar schatting in Afrika 2,2 miljard mensen leven. Daarvan zouden er 800 miljoen naar Europa willen vluchten, weg van armoede en gebrek, zo heeft de Duitse onderzoeker Gunnar Heinsohn berekend. Europa zou in dat jaar naar schatting 700 miljoen inwoners tellen. Een dergelijke migratie zou het einde betekenen van de moderne Europese verzorgingsstaat en van de Europese vrede.

Wat zijn de grenzen van de verzorgingsstaat? Hoeveel niet-werkende Somaliërs zijn burgers bereid op te nemen? Natuurlijk moeten onze politici in de verkiezingsstrijd over zorg en scholing praten, maar de angel van onze tijd, de ’olifant in de kamer’, is migratie. Niet omdat we bang zijn voor andersdenkenden, maar omdat de verzorgingsstaat alleen in leven blijft wanneer burgers onderling solidair en loyaal zijn, moeten er eisen gesteld worden aan migratie. Een verzorgingsstaat met de open grenzen van een immigratiestaat is gedoemd onbetaalbaar te worden.