Schade en schande van kinderuitbuiting

Nausicaa

Nausicaa Marbe

Ze schuifelden over de bodem van trams en trolleybussen, over straatstenen en winkeldrempels. Hun benen waren zelden in zicht, soms leek enkel een bovenlichaam over de grond te scheren. Met de meest mismaakte hand werd de voorbijganger aangeklampt, de kinderpalm krulde, droevige ogen in een smoezelig gezicht smeekten om een muntje. Datzelfde jatje kon ook zakkenrollen.

Als de politie op het bedelende grut afstormde, konden er twee dingen gebeuren. Vanuit de kluwen lompen die de lichaampjes bedekten sprongen rap twee gezonde benen tevoorschijn waarmee het bedelkind het op een rennen zette. Of het mormel bleef aan de grond genageld, daadwerkelijk verminkt, verlamd. Nooit zag ik een politieagent zo’n kind oppakken en wegdragen, voor zorg. Op barmhartigheid van voorbijgangers kon het evenmin rekenen. Voor hen waren Roma net schurftige honden. Zij wisten dat zigeuners de armen en benen van hun kroost expres braken voor het zieligheidseffect bij het bedelen. Helaas was dat niet altijd een vooroordeel.

Ik dacht deze ellende achter me te hebben gelaten, toen ik Roemenië verliet. Maar sinds de val van het communisme en de opening van de grenzen met Oost-Europa wordt dit kinderleed ook naar het Westen geëxporteerd. Deze week haalde weer zo’n topje van een ellende-ijsberg het nieuws: in Spanje zijn twee leden van een internationale bende opgepakt die honderden weggelokte of ontvoerde kinderen inzetten voor criminele activiteiten. Deze twee Oost-Europeanen hadden kinderen bij zich die uit het asielzoekerscentrum in Ter Apel waren verdwenen. Ze stonden nota bene onder toezicht van Jeugdzorg.

Je vraagt je af hoe dat mogelijk is. Hoe laks zijn de toezichthouders bij de keer op keer falende Jeugdzorg en in de azc’s? Maar je zou ook kunnen stellen dat het probleem te groot is voor het bevattingsvermogen van westerse landen die niet tijdig de signalen van kinderuitbuiting herkennen.

Neem de accordeonkinderen die rond 2007, nadat Bulgarije en Roemenië tot de EU toetraden, het nieuws haalden. De hele zomer speelden ze op Nederlandse straten, lusteloos, uitgeput, vaak uitgehongerd. De politie surveilleerde, maar ach, las je dan in de krant, die kinderen zeggen dat ze ’vrijwillig’ muziek maakten en tja, wat doe je eraan. Niets, daar kwam het op neer. We leven immers in een vrij land. Maar de accordeonkinderen verrichten dwangarbeid, vond de Raad voor de Kinderbescherming die korte metten maakte met ons liberale gedogen. Verwaarloosde kinderen moesten teruggebracht naar het verblijfadres van de ouders. Desnoods werd de rechter ingeschakeld. Een harde werkelijkheid vroeg om harde maatregelen.

Dat besef drong in Europa moeilijk door. Al sinds begin jaren negentig luidden organisaties voor kinderrechten de noodklok over seksueel misbruik van (ontvoerde) kinderen. Omdat de wetgeving per land verschilde, was een efficiënte aanpak onmogelijk. Toch duurde het tot 2011 eer het Europees Parlement instemde met strenge wetgeving tegen seksuele uitbuiting van kinderen. Pas twintig jaar nadat de problemen zichtbaar werden kwam de EU in beweging. Een rampzalige slakkengang.

Door schade en schande leert men. Zo is er nu internationaal rechercheonderzoek naar bendes die kinderen uitbuiten. Europese landen werken samen en Europese jurisprudentie zorgde ervoor dat overheden aansprakelijk zijn voor kinderhandel en -misbruik op hun territorium. In Nederland publiceert de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen rapport na rapport. Ook dringt nu het besef door dat men gehersenspoelde en getraumatiseerde kinderen niet louter als draaideurcriminelen moet beschouwen, maar als slachtoffers die een veilige opvang nodig hebben. Daarna begint de jacht op hun uitbuiters.

Maar nog steeds vinden er rampen plaats. Afgelopen april sloeg Europol alarm over duizenden vluchtelingenkinderen die in de seksindustrie belandden. Soms werden die al tijdens de vlucht door de Balkan geronseld: in landen die geen minderjarige asielzoekers laten doorreizen, bieden criminele ’voogden’ zich aan als begeleider. In Nederland blijken vier criminele netwerken actief, ook in het azc in Ter Apel. Dat zoiets mogelijk is, toont hoe slecht het toezicht op vluchtelingen is. De gebrekkige controle op de instroom was vorig jaar al nieuws. Maar na de aanslagen in Parijs beloofde het kabinet een betere aanpak. Helaas. Vorige maand bleek uit onderzoek van de Inspectie Veiligheid en Justitie dat duizenden asielzoekers nauwelijks gescreend zijn. De mankracht en apparatuur daarvoor ontbreken. Dit soort broddelwerk schept het ideale gedoogklimaat waarin niet alleen terroristen, maar ook criminelen die het op kinderen gemunt hebben toeslaan. Het is een immense schandvlek op westers beleid dat juist een veilige haven voor minderjarigen zou moeten bieden.

Het lijkt wel of niet alleen politici, maar ook de samenleving niet kan wennen aan de gedachte dat negentiende-eeuwse toestanden kunnen herleven, waarin kinderen, losgerukt van hun ouders, een gekweld bestaan leiden onder dwang van misdadigers die het slechtste met ze voor hebben. Het is tijd voor een drastische mentaliteitsverandering. Van de EU die nog steeds geen speciaal agentschap tegen kinderhandel en -mishandeling heeft tot de burger die alerter moet zijn op misstanden rond kinderen en in actie moet komen. Iedereen is verantwoordelijk.

Bron: http://www.telegraaf.nl