‘Jagers en vissers’ geen thuisbrengers Joden

sas-eb2a01432ce1949634062bee9043a54a

In tegenstelling tot wat dikwijls organisaties beweren die Joden naar Israël – volgens hen hun thuis –brengen, zijn ‘jagers en vissers’ niet degenen die mede voor dat traject zorgen. Die ‘jagers en vissers’ uitJeremia 19 verdrijven het volk niet náár dat land, maar juist eruit, constateert directeur Ton Stier van het zich met Bijbelverspreiding onder Joden bezig houdende Israël en de Bijbel in IB Magazine.

Wat die ‘jagers en vissers’ betreft, gaat het volgens Stier trouwens niet over ontwikkelingen in de 20e en 21e eeuw, maar is de profetie van Jeremia al vervuld in de ballingschap naar Babel.

Stier maakt zijn opmerkingen in een stuk over tijden en gelegenheden, die veelal in verband met de eindtijd worden genoemd. Men moet, is zijn boodschap, daar wel voorzichtig mee zijn. Men moet niet alleen de profetieën kennen, maar ook inzicht hebben in de wijze waarop die in vervulling gaan. Stier ziet wel dat nu contouren van het eindtijddecor zichtbaar worden, maar waarschuwt voor vroegtijdige speculatieve interpretaties.

Hij verwijst naar de uitspraak van Petrus dat de Schrift geen eigenmachtige uitleg toelaat. “Als bijvoorbeeld de Heere door Mozes zegt dat Hij Zijn volk op arendsvleugelen gedragen en tot Hem gebracht heeft (2 Pet. 1:23), dan zijn die arendsvleugelen nog geen vliegtuigen, waarmee God Zijn volk in de afgelopen decennia zou hebben teruggebracht. Spreekt Jesaja 35 over de wildernis die zich zal verheugen en in bloei staan als een roos, dan laat de context zien dat het hier niet gaat om delen van de Negevwoestijn die nu door ingenieuze irrigatiesystemen tot leven zijn gewekt. Het daarop volgende vers onthult namelijk de context: ‘Zij zullen zien de heerlijkheid van de Heere, de glorie van onze God’. Hooguit kunnen wij verzuchten: Was het maar zover.’”

Bron: http://www.uitdaging.nl