Islam kan zichzelf niet moderniseren

Leon+de+Winter

Leon de Winter

Anderhalve week geleden drukte NRC-Handelsblad een curieus interview af met drie Nederlandse moslims. Ze uitten zich als radicale gelovigen (Nausicaa Marbe wijdde er een sterke column aan afgelopen vrijdag).

Een van de radicalen had een paar maanden geleden op zijn website een gesprek geplaatst dat hij met Tofik Dibi had, het uit de kast gekomen ex-Kamerlid van GroenLinks. Daarin had de radicaal tegen Dibi gezegd: „Dat (het uit de kast komen) hoort toch nooit te kunnen? Effe serieus Tofik, wij zijn toch geen Nederlanders, wij zijn moslims.” En over homoseksualiteit merkte de radicaal tegen de krant op: „Ik heb de mening, zoals alle aanhangers van monotheïstische geloven, dat homofilie niet mag.”

De monotheïstische God houdt inderdaad niet van homo’s; een verlicht mens concludeert vervolgens dat God de wijsheid niet in pacht heeft.

Vanaf ongeveer 1200 vóór Christus, een proces dat in totaal zo’n tweeduizend jaar duurde, zijn in een woestijnomgeving de monotheïstische teksten ontstaan, en in die culturen was ’sodomie’ taboe. De heilige teksten ontstonden in een langdurig en nooit opgelost conflict tussen de universele ambities van de monotheïsmen en de tribale tradities van de woestijnvolken. De Thora van de Joden is voor een deel het geschiedenisverhaal van het samengaan van stammen; Paulus probeerde het jodendom geheel te detribaliseren en Mohammed herhaalde het monotheïstische karwei met de polytheïstische bedoeïenen en nam aspecten van hun tradities over, zoals de steenaanbidding (de Kaaba).

Er zijn geen aanwijzingen dat Mozes, die de Vijf Boeken van Mozes zou hebben geschreven, echt heeft bestaan. Voor Paulus’ bestaan zijn er wel bewijzen, maar voor Mohammeds bestaan zijn er evenmin objectieve bewijzen. Net als Mozes bestaat hij alleen als literaire figuur.

In de moslimwereld bestaat er geen equivalent voor wat bij Joden en christenen wel bestaat: Bijbelwetenschap. Wetenschappelijk Koranonderzoek is ten strengste verboden in de moslimwereld, en wordt dus alleen bedreven in het Westen. Vanuit de eigen boezem kan de islam niet worden gemoderniseerd – dus woekeren de Arabische opvattingen en sociale mores van de zevende en achtste eeuw tot in onze tijd voort.

Ook veel orthodoxe Joden verafschuwen homo’s, maar ondertussen kent Tel Aviv een van de grootste ’Pride Parades’ in de wereld en trekt de meerderheid van de Joden zich niets aan van de homofobe ideeën van hun God.

De drie eerdergenoemde Nederlandse radicalen zijn niet bij machte om zichzelf te corrigeren ten aanzien van ’de mening dat homofilie niet mag’; in hun ogen had Tofik Dibi nooit aan zijn seksuele geaardheid mogen toegeven. Het probleem is: deze radicalen vertegenwoordigen de meerderheid van moslims.

In een PEW-onderzoek uit 2013 dat in zesendertig landen met een grote moslimbevolking werd uitgevoerd, kwamen treurige cijfers naar voren. Moslims in het zuidoosten van Europa antwoordden op de vraag of homoseksualiteit ’moreel aanvaardbaar’ is, in grote meerderheid negatief: in Albanië vond slechts vijf procent dat het wel aanvaardbaar was, onder Russische moslims was dat slechts één procent.

In Azië varieerde het percentage moslims dat homoseksualiteit aanvaardde tussen de één en drie procent, op Bangladesh na, waar opvallend genoeg tien procent van de ondervraagden homoseksualiteit aanvaardde. Het Midden-Oosten en Noord-Afrika scoorden niet hoger dan één of twee procent. In Tunesië, bekend als vooruitstrevend, vond slechts twee procent van de ondervraagden dat homoseksualiteit moreel aanvaardbaar was. Marokko was niet bij deze onderzoeksvraag betrokken, maar het zou vreemd zijn als de Marokkaanse cijfers sterk van die van Tunesië afweken.

In de Koran staat op verschillende plekken dat Allah homoseksualiteit verafschuwt en dat de straf daarvoor de dood is. Tot op de dag van vandaag zijn er islamitische landen waar die doodstraf ook echt wordt uitgevoerd. Iran heeft sinds 1979 op basis van sharia-wetgeving duizenden homo’s vermoord. De Opperste Leider van de Revolutie Khamenei heeft meerdere malen in navolging van Allah zijn afschuw over homoseksualiteit uitgesproken, recentelijk nog: ’Er bestaat geen ergere vorm van degeneratie dan homoseksualiteit’.

Wat Omar Mateen als individu in Orlando heeft gedaan, homo’s doden en daarmee van elke gayclub een doelwit maken, is overheidsplicht in de volgende islamitische landen: Jemen, Iran, Mauretanië, Irak, Nigeria, Qatar, Saoedi-Arabië, Somalië, Soedan, Verenigde Arabische Emiraten.

Mateen was een psychopaat en speelt Trump in de kaart, zijn de meest gehoorde opvattingen. Voor het feit dat de meeste moslims homofoob zijn en dat in een hele rij islamitische landen de doodstraf staat op homoseksualiteit, houden de politiek-correcten zich doof.

Moslims leven te midden van ons; het wordt tijd dat ze in meerderheid hun heilige teksten met een korreltje zout gaan nemen en dat de drie eerdergenoemde radicalen bizarre uitzonderingen worden. Dat heet verlichting.

Bron: http://www.telegraaf.nl