Intimidatie vermomd als redelijkheid

Nausicaa

Nausicaa Marbe

Ze willen autochtone niet-moslims ter verantwoording roepen: ‘We moeten opstaan en zeggen: sodemieter op!’ Ze vinden dat moslims onrecht wordt gedaan, dus claimen ze: ‘We willen gebedsruimten. Overal. In alle scholen en ziekenhuizen.’ Ook eisen ze aanpassing, op hun voorwaarde: ‘Wij doen ons deel: we leren de taal en we werken. (…) het is aan de autochtone gemeenschap om zich aan ons aan te passen.’ ‘Ons’ roept ook: ‘We zijn toch geen Nederlanders, we zijn moslims!’ En: Moet je ons niet? Pech gehad, wij zijn er. Wen er maar aan.’

Wie zijn ‘ze’? Prediker Abou Hafs, blogger Nourdeen Wildeman en cabaretier Salaheddine, parels van het moslimactivisme ‘van het gestrekte been’. NRC Handelsblad reeg ze afgelopen zaterdag aaneen in een kritiekloos portret vol incoherent gemopper. Amok-journalistiek diskwalificeert zich vanzelf. Het gaat mij eerder om een patroon dat het integratiedebat frustreert en niveauverlagend werkt. Een slinkse truc waarmee redelijke stemmen in een gesprek klem worden gezet door unfaire debaters. Het gaat om de claim op redelijkheid van de onredelijken, van de haatschreeuwer die anderen onterecht verwijt met twee maten te meten. Veel in het ‘islamdebat’ loopt erop spaak.

Ook NRC Handelsblad trapte erin en begon het portret van de woedemoslims met een anekdote over een radiogesprek waaruit zou blijken hoe hypocriet de islam wordt bejegend. Kop van Jut was nu CDA-kamerlid Peter Oskam die het weren van ‘haatimams’ verdedigde, om hun opvattingen over vrouwen en joden. Nourdeen Wildeman

confronteerde Oskam met een afwijzende uitspraak van de Paus over homoseksualiteit. En de Paus mag wel Nederland in. Bingo! Ongelijke behandeling! Oskam viel stil. Hij had geen weerwoord op de onredelijke vergelijking van de Paus met de haatideologen van IS. De brave politicus zwichtte voor de geveinsde redelijkheid van dubieuze debaters die enkel gebruikt wordt als die hen uitkomt. Dus niet omdat die een gesprek zuiver en argumenten helder houdt, maar om te scoren als redelijkheid toevallig van pas komt. Deze schijnredelijkheid vloeit niet voort uit een samenhangend verhaal met logische argumenten. Het is een willekeurige debattechniek voor types die net zo goed tegen alle logica in in ‘dialoog’ gaan voor het eigen gelijk: met drogredenen, leugens, insinuaties en de jijbak. Net het verbale hooliganisme van trollen op het internet.

Arme Oskam. Hij verstomde door wat hem een redelijk verwijt leek. Zoals zovelen, ook in de politiek, in het onderwijs, in de hele samenleving verstommen door de schijnredelijkheid van respecteisers. Het kwam niet in Oskam op Wildeman het verschil uit te leggen tussen het effect van de uitspraken van de Paus en die van haatprekers op radicalisering en geweld. Wat de Paus ook roept, het leidt niet tot een jihadbeweging van katholieken die naar een verre katholieke theocratie des doods tuigen waar homoseksuelen, nu eens niet door steniging of ophanging afgemaakt worden, maar van hoge gebouwen worden geworpen. Haatimans zijn de ronselaars van het kalifaat, daarom weert men ze. Maakt dat de katholieke kerk discriminatievrij? Zeker niet. Maar de redelijkheid gebiedt de proporties en reële gevaren niet uit het oog te verliezen.

En nog iets over die ‘twee maten’: alle wetten en maatregelen die de islam frustreren, hebben te maken met de scheiding van kerk en staat of ze vloeien voort uit intolerante, asocial, agressieve en inhumane manifestaties van het islamisme dat Wildeman en zijn schuimbekkende consorten voorstaan. Want wat ben je anders dan islamist als je als moslim meent dat een Westers land zich aan jou moet aanpassen? Dat de autochtonen moeten ‘opsodemieteren’? En wat ben je anders dan een onredelijke herrieschopper als je stelt dat je als moslim geen Nederlander kunt zijn en tegelijk piept dat je er niet bij mag horen?

Achter elk verwijt van onredelijkheid van een islamist, schuilt de monumentale onredelijkheid van zijn geloof. Daarom belichaamt hij de dissonant in een redelijk debat. Omdat hij tolerantie eist, maar ook zijn islam wil opdringen aan Nederland, dominant in de openbare ruimte, cultureel bepalend wat integratie is. Omdat hij hoofddoeken, burqua’s en de ramadan promoot als nobele vrije keuzes en voorbij gaat aan alle groepsdwang, bestraffing en moord op ongehoorzamen. Omdat die ‘wen er maar aan’ roept, terwijl men allang gewend is aan de islam. Die kreet is dan ook geen oproep tot acceptatie, maar klinkt eerder als een bedreiging: slik in, Nederlander, je hebt geen keus, wij zijn weldra de baas.

Ook op dit punt is de agressieve, onsamenhangende jammerklacht van de woedemoslims niet bijster snugger. Want dat een samenleving aan iets went, betekent nog niet dat acceptatie en ‘erbij horen’ volgen. We zijn inmiddels gewend aan terreuraanslagen in steden dichtbij, maar het blijven abjecte geweldgolven. We zijn gewend aan islamitische segregatie in Nederland, maar dat blijft een teken van slechte integratie en een te bestrijden fenomeen. We zijn gewend aan de verwijtbombardementen van ‘moslimactivisten’, zelfs op het voorspelbare racisme en antisemitisme dat er vaak bijhoort. Maar dat maakt hun lawaai nog niet redelijk noch hun grieven relevant. Dit land is geen enkele hetzer iets verplicht. Tot het grote ‘ons’ dat zovelen met zoveel verschillen zo goed en kwaad als het kan verbindt, zullen ze nooit horen. En dat voelen ze. Net goed.

Bron: http://www.telegraaf.nl