Hoe het CDA Israël laat vallen

Nausicaa

Nausicaa Marbe

Een bezoek aan Israël doet wat met je imago, ondervond schrijver P.F. Thomése. Plots word je gebombardeerd tot deskundige, ondanks knagende twijfels. Hij vertelt daarover in het verhaal ’Hoe ik een Israël-deskundige werd’ uit zijn nieuwe bundel Verzameld Nachtwerk.

De schrijver ging erheen in 2010 met de NCRV. Al gauw bleek dat de omroep censureerde. Thomése over een interview over het Palestijnse leed waarop ingezoomd werd: ’Zelfs opper ik dat de Palestijnen het misschien toch ook wel een heel klein beetje aan zichzelf te danken hebben, met hun terroristische en corrupte regeringsleiders, maar dat wordt er later uitgeknipt. Het is de bedoeling dat de Palestijnen als slachtoffers worden gezien, anders klopt het format van het NCRV-programma niet meer.’ Hier moet vermeld dat de kritische romancier die over deze reis het fraaie boek Grillroom Jeruzalem publiceerde, geen Israël-verdediger is. Misschien trok hij daarom de aandacht van CDA’s meest notoire Israël-basher. Thomése: „Tijdens een lezing (…) zou ik oud-premier en Gaza-activist Dries van Agt tegen het lijf lopen. ’Een woord slechts, vrind, hoef ik van u te vernemen’, fluisterde hij samenzweerderig. Het gezicht gefronst tot vraagteken. ’Kunnen wij op u rekenen?’” Thomése denkt aan meisjes die in Gaza worden uitgehuwelijkt aan ’baardmannen met doffe, donkere moordenaarsogen’. Het ja-woord krijgt hij niet over zijn lippen.

De schrijver laat zich niet rekruteren door Van Agt. Maar het CDA, jarenlang voorstander van betrouwbare verhoudingen met Israël, lijkt nu op te schuiven richting Van Agt, die met zijn rabiate vijandigheid nooit de toon binnen die partij heeft gezet. Tijdens een stemming begin deze week over het Midden-Oosten bleek het CDA een rechtvaardige beoordeling van Israël los te laten. In een klimaat waarin brigades supermarkten die Israëlische producten verkopen belagen en winkeliers intimideren, stemde het CDA dubieus over de eenzijdige etikettering van die producten. Het CDA bleek bij een motie wel voor consequente etikettering, dus ook van producten uit de door Marokko bezette Westelijke Sahara. Maar de christendemocraten verwierpen de motie van VVD’er Han ten Broeke tegen een eenzijdige Nederlandse interpretatie van EU-richtlijnen voor etikettering die tot willekeur leidt.

Daarmee speelt het CDA de anti-Israëlische boycotbeweging BDS in de kaart, die internationaal druk uitoefent voor beschadiging van de Joodse staat. Ook steunde het CDA, voorstander van associatieverdragen met landen die allesbehalve onberispelijk de mensenrechten naleven, een motie die sancties voorstelt die het associatieverdrag met Israël in gevaar brengen. En ook een motie tegen ’de druk’ van Jeruzalem op mensenrechtenorganisaties. Dat zou inhouden dat Nederland zich keert tegen een Israëlische wet die transparantie eist van NGO’s die geld van buitenlandse overheden krijgen. Het CDA is kennelijk van mening dat een land in permanente oorlog met terroristen in de regio, geen recht heeft om te weten welke regeringen die de vernietiging van ’de zionistische staat’ beogen, evengoed terreuraanslagen als activisten financieren.

Na dit labiele stemgedrag steunde het CDA gisteren uiteindelijk een motie tegen de directe en indirecte financiering van de BDS-beweging, waar via via overheidssubsidies belanden. Wat een gekronkel. De partij die Jeruzalem financiële controle ontzegt, stemt ineens wel voor financiële transparantie thuis. De verwarring moet bij het CDA compleet zijn.

Maar feit blijft dat die partij, in een internationaal klimaat waarin het ’antizionisme’ dat ordinair antisemitisme huisvest steeds hatelijker voor de verdwijning van Israël ageert, in de Tweede Kamer de linkse partijen die voor het onrechtvaardig hard aanpakken van de Joodse staat zijn aan een stemmenmeerderheid helpt.

En dat terwijl het CDA zich als redelijke en betrouwbare middenpartij wil positioneren. Dat las ik tenminste begin juni in deze krant, in een interessante analyse over hoe de felle oppositiepartij een mildere toon aanslaat voor de kiezersgunst. Maar die ’milde toon’ klinkt soms als oeverloze prietpraat. Dat bleek weer uit een interview met partijleider Buma in NRC Handelsblad, waarin hij stelt dat het CDA alleen wil meeregeren als ’de gekkigheid van nu’ voorbij is. Daarmee werd bedoeld ’de verabsolutering van de vrijheid van meningsuiting’. ’Er bestaat geen recht op beledigen’, riep Buma. Ook vond hij dat de meningsvrijheid ’veranderd is in het hoogste individuele recht. Zonodig ten koste van anderen’. Ook insinueert hij dat alles roepen leidt tot chaos en geweld. Ook bij Buma lijkt alle redelijkheid verdampt als hij de vrijheid reduceert tot belediging en individualisme louter negatief definieert. Onredelijk verwijt hij chaos en zelfs geweld aan de vrijheid, zonder de sociale en bestuurlijke oorzaken van onvrede te onderzoeken. En zonder te erkennen dat het leed onmetelijk groter zou zijn zonder vrijheid. Het lijkt erop dat hij immer beledigde moslims die geen kritiek of satire dulden naar de mond praat. Vooral uit die hoek die maar niet kan of wil wennen aan de democratische complexiteit, komt dat gemekker over ’het recht om te beledigen’. En het CDA, tollend van de electorale wanhoop, mekkert mee. Ook tegen Israël. Als de christendemocraten deze dwalingen niet corrigeren, doet de kiezer dat geheid bij de stembus.

Bron: http://www.telegraaf.nl