Grunberg: “Dit is een heel bittere erfenis”

Eenzijdig vanuit alleen Palestijns perspectief gebracht, vooral vanuit het paradigma als zou er een rechtstreeks verband bestaan tussen het lot van de Palestijnen en wat er eerder in Europa is gebeurd.

De laatste zin van dit artikel is overigens een herkenbare opmerking.

za 18/06/2016 – 10:45Nicky Aerts, correspondent in Jeruzalem
“Als dit de erfenis is van de Jodenvervolging in Europa, dan is dat een heel bittere erfenis.” Dat zijn de woorden van de Nederlandse schrijver Arnon Grunberg halverwege de tweede dag van het vijfdaags bezoek dat hij brengt aan Israël en aan de bezette Palestijnse gebieden. Nicky Aerts, onze correspondent in Jeruzalem sprak Grunberg aan het begin en aan het eind van zijn bezoek.

De auteur is in de regio op uitnodiging van de Israëlische ngo “Breaking The Silence” en het Amerikaanse- Israëlische schrijverspaar Michael Chabon en Ayelet Waldman. Naast Grunberg zijn er nog 27 andere schrijvers uitgenodigd om getuige te zijn van de Israëlische bezetting. Het is de bedoeling om volgend jaar, als de bezetting haar 50e jaar ingaat, een boek uit te brengen met daarin de bijdrages van de verschillende auteurs.

Jerusalem Day

Arnon Grunberg landt op de Israëlische luchthaven Ben Gurion op zondag 5 juni. Hij wordt samen met een vijftal andere auteurs op dag één van hun bezoek meteen geconfronteerd met de controversiële vlaggenparade in Jeruzalem voor Jerusalem Day. Dat is een nationale feestdag waarop de Israëli’s de bevrijding van Jeruzalem in 1967 vieren.

Ik zou Grunberg pas de volgende dag ontmoeten, maar toeval wil dat ik hem vlak voor de eigenlijke vlaggenparade in de Oude stad tegen het lijf loop. Hij is omringd door Nederlandse cameraploegen. De NOS maakt een reportage voor Nieuwsuur.

Ik observeer hem van op afstand en vraag me af wat er door hem heen gaat als hij ziet hoe deze Israëlische jongeren Jerusalem Day vieren. Ze lopen luidkeels scanderend, zingend, dansend en vaandelzwaaiend door de straten van het Arabisch kwartier.

De meeste Arabische handelaars hebben hun winkels uit voorzorg moeten sluiten. Het komt namelijk geregeld tot rellen. Dit jaar is het bijzonder spannend, want de Ramadan, de vastenmaand, staat voor de deur. Als ik hem de volgende dag vraag naar de parade, zegt hij: “Ik wist wel dat die bestond, maar het is toch anders om er tussen te lopen.”

De Westelijke Jordaanoever

Dag twee zit ik dichter op zijn huid. We krijgen ’s ochtends eerst een briefing van Yehuda Shaul van “Breaking The Silence”, een Israëlische ngo die getuigenissen verzamelt en publiceert van Israëlische soldaten en zo de harde feiten van de bezetting blootlegt. De briefing is heel persoonlijk. Shaul vertelt aan alle schrijvers waarom hij doet wat hij doet. Arnon Grunberg luistert aandachtig.

Na de briefing gaat het richting bus, want we gaan een paar plekken bezoeken op de Westelijke Jordaanoever. We stoppen eerst en vooral in Mitzpeh Danny, een outpost niet ver van Ramallah. “In een nederzetting ben ik al vaker geweest. Mijn zus woont in een settlement”, zegt Grunberg. “In die zin is de Westbank mij niet vreemd, maar in een outpost was ik nog nooit.”

Arnon Grunberg maakt er geen geheim van dat zijn zus in een nederzetting woont. Zij woont er uit religieuze overtuiging. Ik vraag hem hoe hij zich daarbij voelt: “Ik heb mijn zus vanochtend bezocht met dezelfde Palestijnse taxichauffeur die mij later naar een Palestijns dorp bracht. Kijk, mijn zus is mijn zus en ik ben niet verantwoordelijk voor haar ideologie of voor haar opvattingen. En daar spreek ik ook nog nauwelijks met haar over. Ze vroeg me ook niet wat ik hier deed. Dat gesprek vermijd ik eigenlijk”, aldus Grunberg.

“Zij vindt bijvoorbeeld ook dat ik religieuzer moet zijn, maar vermijdt dat gesprek eveneens. In die zin is het ook een manier om met mekaar om te gaan”, voegt hij er nog aan toe.

Gemengde gevoelens

Arnon Grunberg heeft al sinds 2001 niet meer in de settlement gelogeerd. Een niet-Joodse vriendin van hem mocht daar niet blijven overnachten tijdens de shabbat, de zaterdag. “Ik heb heel gemengde gevoelens”, vertelt hij me, “maar ik zie ook de nuances”. Zo zie ik dat de Palestijnse taxichauffeur daar regelmatig moet zijn om verpleegsters op te halen die er in een ziekenhuis werken. Ik zie ook dat de nieuwe huizen in de settlements, o ironie, gebouwd worden door de Palestijnen.

Ik vertel hem op mijn beurt dat de Palestijnen zeggen dat ze het niet erg vinden om die huizen te bouwen, omdat dat binnenkort toch hun huizen zullen zijn. Daar moet Grunberg heel erg om lachen. Ik heb de indruk dat hij er toch een beetje van geschrokken is.

“Misschien zal Israël verdwijnen. Dat zal best kunnen, maar ik hoop dat wat er in de plaats komt, iets is waar mensen ongeacht hun religie en etniciteit naast mekaar kunnen leven.”

Wat is er blijven hangen?

Arnon Grunberg komt wel vaker op de Westelijke Jordaanoever, maar in Hebron, ten zuiden van Jeruzalem, was hij lang niet geweest. “Dat was heftig in al zijn absurditeit en gruwelijkheid. Daar zie je ook de extremiteit van sommige settlers heel duidelijk”, voegt hij er nog aan toe.

In Hebron wonen zo’n 850 kolonisten te midden van 200.000 Palestijnen. Ze hebben zich met andere woorden in het hart van de Palestijnse stad genesteld en worden er beschermd door 650 soldaten. Het komt er regelmatig tot gewelddadige confrontaties, omdat de situatie onhoudbaar is.

Maar ook de checkpoints hebben indruk gemaakt. Grunberg bezocht ze met een Israëlische organisatie Machsomwatch. “Dat zijn oudere Israëlische dames, die bij de checkpoints gaan staan. Soms om vier uur in de ochtend om ooggetuige te zijn van de vernederingen die de Palestijnen daar moeten doormaken, maar ook om het allemaal te documenteren”, vertelt hij.

“Ze hebben bovendien een hele positieve werking, want er staan heel veel Palestijnen op een zwarte lijst voor redenen die er eigenlijk niet zijn en ze hebben al duizenden Palestijnen kunnen helpen om van die zwarte lijst te geraken.”

Arnon Grunberg was bijzonder onder de indruk, omdat hij een heel oude, kwetsbare dame zag die hem bovendien aan zijn moeder deed denken. Grunberg was ook nog op bezoek in een militaire rechtbank. “Daar worden Palestijnse burgers berecht, omdat ze bijvoorbeeld met stenen gegooid hebben of molotov cocktails. Maar dat is niet echt een rechtbank”, aldus Grunberg. “Het is misschien beter dan niets. Je hebt ten minste nog getuigen, maar je gaat naar Guantanamo Bay-achtige toestanden.”

Je kunt het nooit goed doen

Of hij na al deze ervaringen veranderd is als mens, vraag ik hem. “Ik heb wel veel dingen geleerd”, zegt hij na een lange pauze. “Ik volg het wel al lang en ik ben hier al vaker geweest, maar ik was al somber en ik nu nog iets somberder.”

En of hij weet dat ze hem een self-hating Jew noemen? “Kijk, dat vind ik helemaal niet erg. Het is ook niet waar. Ik begrijp heel goed het bestaan van de staat Israël, het was natuurlijk beter geweest als de geschiedenis in Europa anders was geweest en als je dat niet nodig gehad had, maar er gebeurt hier zoveel onrecht door alle partijen.” En hij voegt er nog aan toe: “Wat je ook over dit conflict zegt of schrijft, je maakt altijd twee kanten boos. Iedereen is altijd boos op je. Je kunt het nooit goed doen.”

Bron: http://www.deredactie.be