God kan drama’s veranderen in grote zegeningen

Geplaatst op vrijdag 1 juli 2016, 9:25 door Dirk van Genderen

God verandert drama’s soms in grote zegeningen. Dat kan in ons eigen leven gebeuren, in onze gemeente, in Israel, in de wereld, overal. Soms staan we sprakeloos en begrijpen we er niets van. En kunnen we niet anders dan de Heere aanbidden. Om Zijn geweldige grootheid. Machtig is Zijn grote Naam!

nepalkerk
Dankzij steun uit het buitenland konden er in Nepal weer kerken worden gebouwd (foto: Stichting HVC).

Dit mag ons hoop geven voor als het stormt in ons leven. ‘Groter dan de Helper, is de nood toch niet,’ zingt lied 7 in de bundel van Johannes de Heer.
En ik weet het: de storm kan met orkaankracht op ons afkomen. De golven torenen hoog boven ons uit. Zolang Petrus op de Heere Jezus zag, liep hij op het water. Maar toen hij zich bang liet maken door de enorme golven, zakte hij in het water en dreigde hij te verdrinken.
‘Heere, geef mij genade om op U te zien. Altijd. Als de golven mij dreigen te verslinden. Als het vuur mij bijna verbrandt. Draag mij er dwars doorheen. Met U zal ik gaan.’

Deze gedachten gingen door mij heen toen ik las over de invloedrijke Tibetaanse monnik Chandra, die zo geraakt werd door de hulp die christenen verleenden na de zware aardbeving in Nepal op 25 april 2015, dat hij tot geloof in de Heere Jezus kwam. Die aardbeving was een vreselijke ramp, waarbij 9000 mensen om het leven kwamen, 22.000 mensen gewond raakten en grote verwoestingen werden aangericht. Nog steeds wonen 600.000 Nepalezen in tijdelijke onderkomens.

Christenen worden geconfronteerd met geweld en tegenstand
Onlangs werd in het voormalige hindoe-koninkrijk Nepal een wet aangenomen, die het land voortaan als een seculier land beschouwt. Het is voor elke religie verboden om bekeerlingen te maken.
Christenen hebben er vaak te maken met geweld en tegenstand. Toch groeit het percentage christenen in het land snel, aldus de World Christian Database.

In 1951 was er in Nepal waarschijnlijk nog geen enkele christen. In 1952 werd de eerste kerk gesticht, die 29 christenen telde. In 1961 waren er 458 christenen, in 2000 werd hun aantal geschat op ruim 100.000. Nepalese christelijke leiders schatten het aantal christenen momenteel op tussen de 1 en 2 miljoen, misschien wel 10 procent van de bevolking, terwijl de overheid aangeeft dat 1,5 procent van de bevolking christen is, zo’n 350.000 mensen.

Nog maar enkele weken geleden meldde Eurasia Review dat in de Nepalese stad Dolokha zeven mensen werden opgepakt, die ervan werden beschuldigd kinderen tot het christendom te willen bekeren. Ze hadden aan 885 scholieren een Bijbels handboek gegeven.
Tot de arrestanten behoorden docenten van de christelijke organisatie Teach Nepal en de directeuren van twee privéscholen. Artikel 26 van de Nepalese grondwet verbiedt het preken tot schoolkinderen.

God gebruikte aardbeving
God gebruikte de aardbeving en de gevolgen ervan om de monnik Chandra te redden voor de eeuwigheid. Nu is hij een gedreven zendeling en wil hij het Evangelie doorgeven aan zoveel mogelijk mensen, las ik in een bericht van Christian Aid Mission.

Een groot getuigenis ging uit van de talrijke plaatselijke kerken in Nepal, die de handen in elkaar sloegen en na de aardbeving hulp boden aan mensen in nood. Ze zorgden voor onderdak, voedsel, water en andere hulp. Ze deden wat in hun vermogen lag om het land te herstellen. Ze hielpen iedereen, zowel mensen uit de laagste kasten als uit de hoogste kasten.

De grote inzet voor het land wordt zeer gewaardeerd door de overheid, maar ook door volgelingen van andere religies, zoals de al genoemde monnik.
De monnik Chandra had 1000 volgelingen, zijn woord was wet. Zeven dagen lang zag hij de christenen hulp bieden na de verwoestende aardbeving. Wat hij zag, raakte hem zo, dat hij tegen de christenen zei: ‘Nu wil ik ook christen worden, ik wil mijn leven aan Jezus geven.’

Dit was buitengewoon opmerkelijk, omdat deze boeddhistische leider voorheen zelfs Nepalese zendelingen verbood om in zijn gebied het Evangelie te brengen. En vaak liet hij zich zeer negatief uit over het christelijke geloof.

‘Waar zijn de 330 miljoen goden van het hindoeïsme?
Van zijn mede-monniken uit het klooster kreeg hij geen hulp na de aardbeving, van niemand, alleen van de christenen. ‘Waar zijn nu de 330 miljoen goden van het hindoeïsme? Waar zijn de boeddhisten? Ik heb hulp nodig en ze zijn er niet,’ aldus Chandra.
Hij kwam tot geloof in Christus, evenals zijn familie en veel anderen. Nu is hij de leider van een christelijke gemeente. Zijn twee zonen zijn onlangs ook gedoopt en zijn dochter is Bijbelleraar geworden voor de kinderen in de omgeving.

Chandra’s bekering heeft wel de nodige consequenties. Zijn voormalige boeddhistische collega’s hebben zich tegen hem gekeerd en vuren valse beschuldigingen op hem af.
Toch schrikt dit Chandra niet af. Hij geeft aan dat hij van plan is naar afgelegen gebieden in Nepal te gaan, aan de grens met Tibet, waar geen wegen zijn en waar het water schaars is, om daar het Evangelie te gaan verkondigen. ‘Ik wil daarheen gaan waar nog geen kerken zijn,’ merkt hij op.

(Uit veiligheidsoverwegingen is de naam Chandra gebruikt, wat niet zijn eigen naam is.)

Dirk van Genderen