Heb elkaar lief…

Geplaatst op donderdag 5 oktober 2017, 13:11 door Dirk van Genderen

‘Een nieuw gebod geef Ik u namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt’ (woorden van de Heere Jezus, Johannes 13:34 en 35).

Van de eerste gemeente wordt in Handelingen 2:47 gezegd: ‘Zij loofden God en vonden genade bij heel het volk. En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe.’

Met verdriet in mijn hart schrijf ik dit commentaar. En sommigen zullen direct weten waarom.
Weet u: het is mijn verlangen dat mensen die op deze website komen, onder de indruk raken van de liefde, de geestelijke eenheid die er is onder degenen die reageren. Zoals van de eerste gemeente, in het begin, in Handelingen, wordt gezegd: ‘Ze vonden genade bij heel het volk.’
En zoals de oproep van de Heere Jezus in Johannes 13: ‘…zoals Ik u liefgehad heb, moet ook u elkaar liefhebben.’

In de reacties die zijn geplaatst, is de liefde naar elkaar toe soms ver te zoeken. Niet bij allen, maar vaak regelmatig. En dat geldt niet alleen voor het commentaar van vorige week, maar dat gebeurt vaker. Daar komt nog bij dat ik sommige reacties heb verwijderd, die echt over de grenzen van fatsoen en betamelijkheid heen gingen.

Sommigen die reageren, beschouwen deze website als het podium om hun eigen gedachten telkens opnieuw te promoten, met name over de opname van de gemeente, de verhouding tussen Israel en de gemeente en het houden van de sabbat en de feesten die de Heere aan Zijn volk heeft gegeven. Als dat zo is, kunt u beter een eigen website beginnen.

Gelukkig zijn er ook positieve uitzonderingen. Mensen die in bewogenheid, gedreven door de liefde, reageren. Ik verlang ernaar om alleen maar zulke reacties te kunnen plaatsen. Dat de ander niet wordt veroordeeld, dat het eigen gelijk niet wordt gepromoot, maar dat je in de reacties iets van de bewogenheid en van de liefde van de Heere Jezus proeft. Bid voor elkaar.
Moet dan alles maar kunnen, reageert u misschien? Moeten we niet opkomen voor de waarheid? Jazeker, zeg ik nadrukkelijk, maar wel in zekere mildheid.

Als het over de doop gaat, wil ik dat de kinderdopers en de volwassendopers – om de beide groepen maar even zo te noemen, u begrijpt het wel – elkaar accepteren. Dat geldt ook voor degenen die in de opname van de gemeente geloven, zeven jaar voor de wederkomst van de Heere Jezus en voor hen die de opname plaatsen op ongeveer hetzelfde moment dat de Heere Jezus terug zal komen op de Olijfberg en voor hen die (nog) niet in een toekomstige opname geloven. Dit geldt ook voor de feesten. Leg elkaar niet de wet op.

Ik betitel de verschillende opvattingen over de doop, over de opname, niet als dwaalleringen, het zijn verschillen van inzicht. In de commentaren wil ik wel af en toe dwaalleringen blijven ontmaskeren, waarin Gods Woord geweld wordt aangedaan. Dat is ook waartoe Efeze 5:11 oproept: ‘En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer.’

Opnieuw vraag ik u alleen op mijn commentaar te reageren en niet op elkaar. De praktijk wijst uit dat het dan telkens weer uit de hand loopt. En houdt u zich ook aan de regel om maximaal twee keer per commentaar te reageren. Nog steeds zijn er die vaker reageren.
Vanaf heden zal ik de reacties echt streng gaan beoordelen. Een positieve opmerking naar de ander mag, maar ga in uw reactie de ander niet corrigeren. Wanneer ik uw reactie niet plaats, zult u op de site te zien krijgen: ‘Reactie is om inhoudelijke redenen geweigerd.’ Ik ga daar niet met u over in discussie, daar heb ik geen zin in en geen tijd voor.
Het alternatief is dat ik de mogelijkheid om te reageren afsluit, maar dat vind ik op dit moment nog een te rigoureuze stap.

Later in de hemel, en in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde, en in het nieuwe Jeruzalem, zullen we mensen tegenkomen die als kind gedoopt zijn en mensen die als volwassene zijn gedoopt. Of denkt u dat die andere groep er niet zal zijn? Hier hebben we nog de luxe om de ander te veroordelen of af te schrijven. Denk maar niet dat zoiets in een land als Noord-Korea gebeurt.

Aan de hemelpoort zal niet worden gevraagd hoe je bent gedoopt, waarmee ik het belang van de doop niet ontken. De doop is volstrekt Bijbels, maar laten we elkaar, als we wederom geboren zijn, accepteren, hoe we ook zijn gedoopt, als broeders en zusters voor wie de Heere Jezus Zijn leven heeft gegeven.

Voor alle gelovigen bidt de Heere Jezus in Johannes 17, tot Zijn Vader: ‘…opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt.
En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij één zijn;
Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad’ (vers 21-23).

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Waarom laat God dit toe?

Toen ik de verschrikkelijke verwoestingen zag, die de orkaan Irma had aangericht op Sint-Maarten, vroeg ik me af: ‘Waarom laat God dit toe?’ Er zullen toch zeker christenen zijn geweest die de Heere gesmeekt hebben om bescherming van het eiland… Hij Die de wind gebiedt, had de koers van de orkaan toch af kunnen buigen?


De orkaan Irma, die met windsnelheden van 300 km. per uur over Sint Maarten raasde, vanuit de ruimte gezien, met in het midden het ‘oog’ van de orkaan.

Er zijn geen gemakkelijke antwoorden op deze vragen mogelijk. Allereerst wil ik erop wijzen dat het probleem niet bij God ligt, maar bij ons. Als we ons afvragen waarom God zulke rampen toelaat – in het wereldgebeuren, en soms ook in ons eigen leven – dan roepen we in feite Hem ter verantwoording.
Hebben wij soms verdiend dat God ons altijd een plezierig leven geeft, in voorspoed, zonder lijden en natuurrampen? Nee toch…

Zondeval
In Genesis 1:31, aan het einde van de zes scheppingsdagen, toen God alles zag wat Hij gemaakt had, zag Hij dat het zeer goed was. Er was geen lijden, geen ziekte, geen pijn, er waren geen natuurrampen, geen oorlogen, niets van dat alles.
Het is onze eigen schuld dat de dood in de wereld is gekomen, het lijden, het verdriet. Dat onthult Genesis 3, de zondeval van de mens. De slang, en door hem heen de satan, zei tegen de vrouw dat ze als God zou worden, kennende goed en kwaad, als ze van de vrucht van de boom van de kennis van goed en van kwaad zou eten (vers 5). God had gezegd dat ze daarvan niet mochten eten, ‘want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven’ (Genesis 2:17). Eva at toch en zij gaf van de vrucht aan Adam en ook hij at.

Vanaf dat moment is het lijden en de dood in de wereld gekomen. Nooit kunnen en mogen we God daarvan de schuld geven, het is onze eigen schuld. In Adam als onze voorvader, hebben ook wij Gods gebod overtreden.
Geen kind, hoe lief ook, wordt onschuldig geboren. Het kwaad zit er in, de zonde erven we van onze voorouders. Maar door wedergeboorte, geloof in de Heere Jezus en bekering wordt de relatie met God hersteld.

Maar hoe zit het dan met het lijden, de rampen die deze wereld en de mens treffen. Stuurt God het kwaad, laat Hij het toe? En waarom? Om de mens te straffen, om zijn aandacht te krijgen, om zijn geloof te testen? Gaat u mee op reis door de Bijbel?

Het volk Israel
In Deuteronomium 8 gaat het over de reis van het volk Israel door de woestijn. Nadat ze vanwege hun ongeloof het land Kanaän niet binnen mochten en als straf nog veertig jaar in de woestijn rond moesten trekken, staat er in vers 2: ‘Ook moet u heel de weg in gedachten houden waarop de HEERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn geleid heeft, opdat Hij u zou verootmoedigen, en u op de proef stellen om te weten wat er in uw hart was, of u Zijn geboden in acht zou nemen of niet.’

God kan moeilijkheden toelaten, zelfs sturen, om te zien wat er in ons hart is, of we ook in de moeilijkheden ons vertrouwen op Hem stellen.
Psalm 10:14 zegt het zo: ‘…U aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geeft.’

Asaf
Zoals in zoveel psalmen gaat het ook in Psalm 73 over een dichter die worstelt met de moeilijkheden in zijn leven. Asaf – hij schreef deze psalm – ziet dat het de ongelovigen voor de wind gaat, terwijl de gelovigen te kampen hebben met tegenslagen en moeilijkheden. Hij begrijpt dat niet,’…totdat ik in Gods heiligdom binnenging, en op hun einde lette’ (vers 17).

Asaf besefte dat het einde van de ongelovigen hun eeuwige ondergang zou betekenen, terwijl de gelovigen aan het einde van hun leven Gods heiligdom mogen binnengaan. Hij zal beseft hebben dat God moeilijkheden en tegenslagen gebruikt om de gelovigen te vormen naar Zijn beeld, waar ook Jeremia over schrijft, over God als de grote Pottenbakker (Jeremia 18).

Job
Ik denk aan Job. Als er iemand in de Bijbel is die veel heeft moeten lijden, is het Job wel. De satan kreeg van God de vrije hand om Job te treffen, alleen zijn leven mocht hij hem niet ontnemen. De satan had God erop gewezen dat het geen wonder was dat Job oprecht en vroom was, godvrezend, omdat God hem rijk zegende.
Alles raakte hij kwijt, ook zijn gezondheid. Een lange lijdensweg volgde. Zijn zogenaamde vrienden dachten precies te weten waarom Job zoveel moest lijden. Hij zal wel gezondigd hebben en dit is Gods straf…

Aan het einde van het aangrijpende boek zweeg Job en beleed hij: ‘Ik weet dat U alles vermag, en geen plan is onmogelijk voor U. Wie is hij, zegt U, die Mijn raad verbergt zonder kennis? Zo heb ik verkondigd wat ik niet begreep, dingen die te wonderlijk voor mij zijn en ik niet weet. (…) Alleen door het luisteren met het oor had ik U gehoord, maar nu heeft mijn oog U gezien. Daarom veracht ik mijzelf en ik heb berouw, op stof en as’ (Job 42:2, 3, 5 en 6).
En nadat hij voor zijn vrienden bidt, brengt God een omkeer in het levenslot van Job.

‘Ik schep het onheil’
In Jesaja 45:7 lezen we: ‘Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, de HEERE, doe al deze dingen.’
Opmerkelijke woorden: ‘Ik schep het onheil.’ Woorden waar wij niet goed raad mee weten. Dit wil niet zeggen dat de Heere de bewerker van het kwaad is. Bij ‘onheil’ moet je hier onder meer denken aan de ballingschap, als oordeel van God over de zonden van het volk Israel.

Jona
In de geschiedenis van Jona zie je dat God een heftige storm stuurt om Jona te stoppen op zijn vlucht bij Hem vandaan en hem tot inkeer te brengen. Later stuurt God een worm die de wonderboom steekt, zodat die verdort en Job weer in de brandend hete zon zit. Hierdoor spreekt God nogmaals tot Jona.
Hier zie je Gods genadevolle hand tegenslagen en moeilijkheden kan sturen om ons te stoppen op een weg die bij Hem vandaan leidt en ons terug te brengen bij Hem. Dat zie je ook in de geschiedenis van de verloren zoon (Lukas 15).

Habakuk
Denk ook eens aan Habakuk, aan zijn bekende woorden uit hoofdstuk 3:17-19. Ook als alles tegenzit, blijft Habakuk de Heere vertrouwen en zich in Hem verblijden.
‘Al zal de vijgenboom niet in bloei staan
en er geen vrucht aan de wijnstok zijn,
al zal de opbrengst van de olijfboom tegenvallen
en zullen de velden geen voedsel voortbrengen,
al zal het kleinvee uit de kooi verdwenen zijn
en er geen rund meer in de stallen over zijn
ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen,
mij verheugen in de God van mijn heil.
De HEERE Heere is mijn kracht,
Hij maakt mijn voeten als die van de hinden,
en Hij doet mij treden op mijn hoogten.’

Toren in Siloam
In Lukas 13 komen we een situatie tegen die – zij het heel in het klein – wellicht te vergelijken is met de verschrikkingen die een orkaan aanricht. In Siloam was een toren omgevallen, waarbij achttien mensen waren omgekomen. Dat was niet omdat die achttien slechter waren dan de andere mensen. Zoiets kan gebeuren in een gebroken, onvolkomen wereld. Een toren kan omvallen, misschien wel door een plotselinge storm of door een ondeugdelijke bouw.

We lezen in de verzen 4 en 5: ‘Of die achttien, op wie de toren in Siloam viel en die daardoor gedood werden, denkt u dat zij meer schuld hebben gehad dan alle andere mensen die in Jeruzalem woonden? Ik zeg u: Nee, maar als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen.’

De Heere Jezus zegt hier dat de mensen in Siloam, die omkwamen toen de toren op hen viel, geen grotere zondaars waren dan de andere mensen. Dat geldt dan toch ook voor de mensen die zo zwaar getroffen zijn op Sint Maarten of waar dan ook. Wij zijn geen haar beter dan zij.
Maar Hij voegt er wel iets aan toe. De Heere spreekt door zulke rampen ook tot ons: ‘Als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen.’

De doorn in het vlees
Paulus bad drie keer of de Heere de doorn uit zijn vlees wilde verwijderen. De Heere had hem die doorn gegeven, opdat hij zich niet zou verheffen vanwege het feit dat hij was opgenomen tot in de derde hemel en daar onuitsprekelijke woorden had gehoord.
De doorn werd niet verwijderd, maar de Heere bemoedigde hem met de woorden: ‘Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht’ (2 Korinthe 12:9).

Genade
Dwars door de (natuur)rampen en het lijden in de wereld spreekt God tot ons, tot de wereld. Hij roept op tot bekering, anders zullen ook wij omkomen, aan het einde van ons leven, waarbij in deze opmerking van de Heere Jezus ook een verwijzing naar het laatste oordeel doorklinkt.

Tragedies en andere vormen van lijden wil de Heere gebruiken om ons dichter bij Hem te brengen en meer te veranderen naar Zijn beeld. Altijd wijzen mensen met de vinger omhoog naar de hemel, alsof God verantwoordelijk is voor alle ellende.
‘God probeert door deze rampen heen onze aandacht te krijgen,’ schreef de 98-jarige evangelist Billy Graham deze week. ‘Maar zolang we Hem kwalijk nemen dat deze dingen gebeuren, kunnen we Zijn stem niet horen.’

Het is genade van Hem als Hij ons stilzet, door rampen in het wereldgebeuren of door moeilijkheden in ons persoonlijke leven. Hij wil onze aandacht, Hij wil ons laten zien dat we de Heere Jezus nodig hebben. Alleen in Hem is rust, vrede, veiligheid en vergeving van onze zonden te ontvangen.

Een brullende leeuw
En laten we ook niet vergeten dat de satan nog steeds rondgaat als een brullende leeuw, die overal dood en verderf wil aanrichten. De Heere Jezus noemde hem in het Johannes Evangelie de overste van deze wereld. Laten we zijn macht niet onderschatten, maar ook niet overschatten. De Heere is machtiger. Denk aan Job. God gaf de grenzen aan voor de satan. Bij de Heere zijn we werkelijk veilig, wat niet wil zeggen dat ons geen moeilijkheden zullen overkomen.

Dit is geen gemakkelijk onderwerp om over na te denken, zeker als het ons persoonlijk raakt. Als er tegenslagen in ons leven zijn, als er rampen in de wereld plaatsvinden, is het altijd goed ons af te vragen of de Heere ons iets te zeggen heeft. Romeinen 8:28 zegt: ‘En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.’

Ik denk ook aan Hebreeën 12, waar wordt gesproken over de tuchtiging door de Heere, met de bedoeling ons deel te laten krijgen aan de heiligheid van God de Vader. Die tuchtiging doet pijn, maar geeft aan het einde een vreedzame vrucht van gerechtigheid (vers 10 en 11).

Eindtijd
Er is ook een andere kant die ik wil noemen. De Heere Jezus wijst in Zijn eindtijdrede, die is opgetekend in Mattheus 24, Markus 13 en Lukas 21, op natuurrampen, aardbevingen en ander onheil, die Zijn terugkeer naar deze aarde aankondigen. Denk ook aan het Bijbelboek Openbaring, aan de oordelen die over deze aarde zullen komen.
Lukas 21 spreekt over benauwdheid onder de volken, die in radeloosheid zijn vanwege het bulderen van zee en golven (vers 21). Dat is exact wat er gebeurt bij de extreem krachtige orkanen die momenteel in het Caraïbisch gebied dood en verderf zaaien.

De boodschap luidt: Word wakker, wees waakzaam, maak het met God in orde, want de wederkomst van de Heere Jezus is aanstaande. ‘Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is’ (Lukas 21:28).

Gods wegen zijn hoger dan onze wegen en Zijn gedachten dan onze gedachten (Jesaja 55). Laten we ontzag voor Hem hebben, voor de Heilige.
Soms redt de Heere op wonderlijke wijze, beantwoordt Hij de gebeden van de Zijnen, stuurt Hij een storm net een andere route op, beschermt Hij ons, geneest Hij, spaart Hij ons van de dood. Maar een andere keer gebeurt dit niet, hoewel er indringend en aanhoudend gebeden is. Ik begrijp dat niet, maar ik ben ervan overtuigd dat we het eenmaal wel zullen begrijpen, als we bij de Heere Jezus zijn. Hij maakt geen fouten. Nooit loopt de situatie Hem uit handen. Hij zit op de troon. Dat mag ons troosten, bemoedigen.

En ondertussen voelen we ons verbonden met allen die getroffen zijn door deze vreselijke rampen. We bidden voor hen, ondersteunen hen.

‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw’
In verwachting mogen we uitzien naar de dag dat de Heere Jezus alles nieuw zal maken. Een nieuwe hemel, een nieuwe aarde, het nieuwe Jeruzalem. Nooit meer een orkaan, nooit meer een aardbeving, nooit meer een ramp, nooit meer ziekte, nooit meer dood. Altijd leven, vrede, vreugde, blijdschap…

‘Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij Die op de troon zit, zei: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar’ (Openbaring 21:3-5).

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Crisisdreiging

We leven in spannende tijden. Afgelopen week lanceerde Noord-Korea weer een raket, die een eindje voorbij Japan in zee verdween. Israel is zeer alert met het oog op de naar de Golan oprukkende Iraanse milities. En zowel Amerika als Azië wordt zeer zwaar getroffen door bijzonder ernstige overstromingen. Kunnen we dit duiden? Wat gaat er gebeuren? En wat betekent dit voor ons leven van elke dag? Het is crisistijd.

Het valt mij op dat diverse rabbijnen momenteel aangeven dat de komst van de Messias nabij is. Ze baseren dit op bepaalde interpretaties van de Tenach (Oude Testament) of op profetieën/gezichten van rabbijnen die soms al eeuwen geleden leefden. Ze voorspellen onder meer een groot militair conflict rondom Noord-Korea, een militair treffen met Iran en rampen in de Verenigde Staten. Laat je er niet door verontrusten!
Maar ook onder christenen is er grote belangstelling voor ‘profeten’ die ervan overtuigd zijn dat God hun dingen duidelijk heeft gemaakt over de nabije toekomst.

Veel mensen zijn nieuwsgierig naar de toekomst. En als christenen zoeken we ook naar wat de Bijbel zegt over de tijd waarin we leven en proberen we allerlei ontwikkelingen te herkennen in het profetische Woord.
Immers… ‘Wij hebben het profetische Woord dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de Morgenster opgaat in uw hart’ (2 Petrus 1:19).

Laten we alert zijn, waakzaam, altijd bereid om de Heere Jezus te ontmoeten als Hij komt of als het einde van ons aardse leven aanbreekt. En zeker, ook ik geloof dat onze verlossing aanstaande is en dat we omhoog mogen kijken, ons hoofd omhoog mogen heffen, in verwachting (Lukas 21:28). Laat je niet verontrusten door welke profeet dan ook. Stel je vertrouwen alleen op de Heere Jezus en op Zijn Woord.

Maar er is ook een andere kant, die wij misschien wel eens te weinig benoemen. Het kan zijn dat het nog wel even duurt voordat het zover is dat de Heere Jezus komt om ons tot Zich te nemen. Wat betekent dat dan voor ons leven vandaag?

Ik krijg soms de indruk dat sommigen zo gericht zijn op de opname, op de wederkomst, dat ze bijna met hun armen over elkaar zitten te wachten tot het zover is. En zeker, we worden opgeroepen Hem te verwachten, naar Hem uit te zien, maar kennen we ook wat 1 Petrus 4:2 zegt: ‘…om nu, in de tijd die ons nog overblijft in het vlees, niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God te leven.’

Wellicht herkent u wel het dubbele gevoel: enerzijds het verlangen naar de komst van de Heere Jezus, anderzijds het verlangen om de tijd die de Heere nog geeft, te leven tot eer van Hem en tot zegen van anderen…

Ik hoor het zo vaak van mensen: ‘Ik hoop dat het nog even duurt voordat het zover is, omdat mijn man nog niet gelooft, mijn vrouw, mijn kinderen, mijn kleinkinderen. Laat het dan een troost voor u zijn dat een krachtig gebed van een rechtvaardige veel tot stand brengt (Jakobus 5:16).
Blijf voor uw geliefden bidden, breng ze voor Gods troon, en zie uit naar wat de Heere in hun leven gaat doen. Hij wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen (2 Petrus 3:9).

Stel uw leven beschikbaar aan de Heere, zolang Hij nog niet is gekomen. ‘Wijd uw lichaam aan God, als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk’ (Romeinen 12:1). ‘Heere, hier is mijn leven, als U mij gebruiken kunt, gebruik me…’

Wandel met de Heere Jezus zoals Henoch met Hem wandelde. Hij zoekt mensen die Hij in kan zetten in Zijn dienst. In deze laatste dagen voor Zijn komst. Om door Hem gebruikt te worden. Er zijn nog zoveel mensen die de Heere Jezus niet kennen. En wij leven vaak rustig voort, terwijl we het als christenen onder elkaar vaak zo prettig hebben.

We worden geroepen tot eenheid, één in de Heere Jezus? Denk aan het gebed van de Heere Jezus tot de Vader in Johannes 17: ‘…opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt’ (vers 21).
Wees een getuige van Hem, in de samenleving, in het open veld, naar uw collega’s toe, uw buren, vrienden, gemeenteleden, kennissen, familie… Ondersteun het werk in Zijn dienst, heel praktisch en ook in uw gebeden.

Beseffen we dat de wereld kapot gaat zonder het Evangelie van de Heere Jezus? Geef dan het Evangelie door, in woord en daad en op de knieën, in het verlangen dat nog velen gered zullen worden voordat Hij komt.

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

 

Laatste halve uur

‘Het moeilijkste gedeelte van het geloof is het laatste halve uur, voordat Gods antwoord komt,’ schreef iemand mij. Wellicht kennen we dit wel uit ons eigen leven, en ook de Bijbel laat zien dat niet iedereen het volhoudt om dit laatste halve uur te blijven geloven.

Eerst een paar voorbeelden uit de Bijbel. Om te beginnen Sara. Zij kon niet wachten op de vervulling van Gods belofte aan Abram, dat Hij hem een ontelbaar groot nageslacht zou geven (Genesis 16). Zij kwam daarom met het alternatief Hagar op de proppen.
Een ander voorbeeld vinden we in Exodus 32. Toen het volk Israël vond dat Mozes te lang bij God op de berg bleef, eisten ze van Aäron dat hij goden zou maken die ze konden aanbidden, wat uitmondde in het gouden kalf.

Denk ook eens aan de geschiedenis van Saul in 1 Samuël 13. Voordat hij de strijd aan mocht gaan met de Filistijnen, moest hij wachten op Samuël, die eerst offers zou brengen. Nadat ze al zeven dagen hadden gewacht en het leger angstig werd en weg begon te lopen, bracht Saul zelf die offers. Nauwelijks was hij daarmee klaar, of Samuël kwam alsnog. In sterke bewoordingen keurt Samuël Sauls handelen af en kondigt aan dat zijn koningschap geen stand zal houden.

We leven in een tijd waarin geloven vooral prettig en aangenaam moet zijn. Wij willen geloven en direct zien. Net zoals Sara, het volk Israël en Saul. Wanneer we ziek zijn, willen we nu genezing ontvangen. Wanneer we een probleem hebben, moet God liefst vandaag nog antwoorden. En wanneer dit niet gebeurt, gaan we onze toevlucht zoeken bij eigen wijsheden en eigen oplossingen.

Ook in het Nieuwe Testament vinden we de gedachte terug dat het aankomt op het laatste moment, op het volharden in het geloof. Het geloof in en vertrouwen op God tot het einde vasthouden (Hebreeën 3). Niet zien en toch geloven (Hebreeën 11). De beproefdheid van uw geloof werkt volharding uit (Jakobus 1). Het is genade van God als we het volhouden, in Zijn kracht.

U wacht misschien al zo lang op de bekering van uw man, uw vrouw, uw kind, uw kleinkind. Blijf voor hem, voor haar bidden, in vertrouwen, in geloof, met verwachting. U mag daarbij pleiten op Gods Woord. 2 Petrus 3:9 zegt immers dat de Heere niet wil dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.

Soms zit er een lange tijd tussen de belofte van God en de vervulling van die belofte. Dan komt het aan op het wachten op God, op het vertrouwen in Hem, omdat Hij de absoluut Betrouwbare is. En dat wachten kan lang duren. Dat laatste halve uur duurt in uw situatie misschien al jaren. Laat het los, geef het in Zijn hand. Zijn weg is de beste.

Laten we ons ook maar niet verheffen boven mensen die dit wachten niet vol (hebben) kunnen houden, omdat ze niets van God zagen of ervaarden. Door ons ongeloof kan Hij vaak weinig krachten doen. We hebben heel veel genade van de Heere nodig om wel op Hem te blijven vertrouwen.

U zegt misschien: ‘Je zou mijn situatie eens moeten kennen… Ik zie geen uitkomst meer’. God kent onze strijd en onze pijn. Hij kent elk detail van ons leven. Hij hoort de niet uitgesproken schreeuw uit een gebroken hart. Ons probleem is dat wij meestal niet zien wat God achter de schermen al aan het doen is, maar misschien wel anders dan wij voor ogen hebben.

Denk aan de drie vrienden van Daniël. Zij weigerden te knielen voor het beeld van Nebukadnezar. Hun laatste uur leek geslagen tot de koning hen in de vurige oven liet gooien. Juist op dat moment stuurde de Heere Zijn engel om hen te sparen en te redden (Daniël 3)
Denk aan Elia, die moest vluchten voor koning Achab en zich lange tijd moest verborgen bij de rivier Krith. Hij had nog wel water, maar geen voedsel meer. De Heere stuurde toen raven naar hem toe, zoals Hij had toegezegd, om Elia brood te brengen en hem in leven te behouden.

Lees Psalm 56 eens. De dichter, David, die bang is, spreekt zichzelf aan om op God te vertrouwen. ‘Op de dag dat ik vrees, vertrouw ik op God’ (vers 4). En in vers 12 klinkt het: ‘Ik vertrouw op God, ik vrees niet; wat zou een mens mij kunnen doen?’Die weg mogen ook wij gaan.
Dan kan het gebeuren dat de Heere ons wijsheid en kracht geeft om noodzakelijke stappen te zetten in bepaalde situaties. Hij is bij machte om op wonderlijke wijze te voorzien.

Komt er dan altijd een oplossing in de aardse leven? Nee. Het kan ook Zijn weg zijn om ons op te nemen in Zijn heerlijkheid. Ook dan mogen we, dat laatste uur van ons leven hier op aarde, ons vertrouwen op Hem blijven stellen.
Nooit kan het geloof teveel verwachten. ‘Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen’ (Efeze 3:20).

Nog een laatste gedachte: Je kunt ook de eindtijd het laatste halve uur voor de komst van de Heere Jezus noemen. Zijn komst is aanstaande, onze verlossing is nabij. Waak dan, val niet in slaap, ‘want de zaligheid is nu dichter bij ons dan toen wij tot geloof kwamen’ (Romeinen 13:11b).

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

 

Het is bijna 23 september 2017 en dan…

Een deel van de christelijke wereld is in rep en roer. Het is namelijk bijna 23 september: de datum waarop het beeld waarover Openbaring 12:1 spreekt, zichtbaar zal worden aan de hemel. Althans, dat geloven velen. Ze verwachten iets bijzonders op die datum: de wederkomst van de Heere Jezus, de opname van de gemeente of iets opzienbarends voor Israel.

 


In de talloze YouTube-filmpjes op internet zie je veel van dit soort plaatjes. Het sterrenbeeld Maagd (Virgo), met daarboven het sterrenbeeld Leeuw (Leo).

In Openbaring 12:1 lezen we: ‘Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd.’
De vrouw die in de hemel zal worden gezien, staat voor het sterrenbeeld Maagd, stellen degenen die iets bijzonders verwachten op 23 september. Juist op die datum is volgens hen de maan zichtbaar onder haar voeten en bevinden zich de zon en Jupiter in het sterrenbeeld Maagd.

Voor de krans van twaalf sterren op het hoofd van de vrouw wordt verwezen naar het sterrenbeeld Leeuw, dat juist boven het sterrenbeeld Maagd staat. Omdat dat sterrenbeeld volgens hen maar negen sterren telt, worden Mercurius, Venus en Mars er ook nog bijgeteld, die dan in de buurt van het sterrenbeeld Leeuw staan, om in totaal op 12 sterren uit te komen.
Daar komt nog bij dat op 23 september het ‘Feest van de bazuinen’ wordt gevierd. De bazuin zal immers klinken… Mooier kan toch niet… Juist op die dag…

In Openbaring 12 wordt ook nog gesproken over een ander teken dat aan de hemel zal verschijnen, zegt vers 3: een grote vuurrode draak. In sommige van de genoemde filmpjes over 23 september 2017 wordt hierbij verwezen naar het sterrenbeeld Draak, maar verder wordt er niet uitgebreid op ingegaan.

Hoe serieus moeten we dit alles nemen? Staat er echt iets te gebeuren? Soortgelijke vragen stromen bij mij binnen. Dat is de reden dat ik er nu dieper op inga. Omdat ik zie dat mensen in verwarring raken en meer gericht zijn op berekeningen en op data dan op de Heere Jezus.

Op YouTube zijn tal van filmpjes te vinden die ingaan op 23 september 2017, compleet met computersimulaties om hun gelijk aan te tonen.
Volgens sommigen is dit een zeer zeldzaam evenement, dat slechts één keer in de zevenduizend jaar voorkomt. Anderen beweren dat deze constellatie nooit eerder heeft plaatsgevonden. Het moet daarom wel de vervulling van Openbaring 12 zijn. Hierbij is echter wel een aantal kanttekeningen te plaatsen.

Het is namelijk helemaal niet bijzonder dat de zon in het sterrenbeeld Maagd verschijnt. Elk jaar verblijft de zon een maand in elk van de twaalf sterrenbeelden. Maar het klopt niet dat de zon al op 23 september in het sterrenbeeld Maagd staat. Dat gebeurt pas halverwege oktober.
Ook is het niet ongewoon om de maan beneden het sterrenbeeld Maagd te vinden. In ruim 27 dagen draait de maan om de aarde en bevindt zich elke maand dus een dag of twee in de nabijheid van elk sterrenbeeld; nu op de 23 september vlak eronder.
Je moet trouwens behoorlijk wat moeite doen om in het sterrenbeeld Maagd een vrouw te zien met twee voeten. Duidelijk is dat in ieder geval niet, maar sommigen zeggen dat erin te zien of plaatsen de lijnen zo dat je er een vrouw in ziet.

Jupiter heeft twaalf jaar nodig om een baan om de zon te maken en staat telkens dus ongeveer één jaar in elk sterrenbeeld, en nu dus in Maagd. Elke twaalf jaar vindt ongeveer eenzelfde stand van de sterren en planeten plaats zoals nu op 23 september. De vorige keer was in 2005. Dus zo bijzonder is de huidige stand niet, hoewel wel wordt gedaan alsof, met behulp van – in veel filmpjes – het computerprogramma Stellarium.

Verder is het onjuist dat wordt gesteld dat het sterrenbeeld Leeuw maar negen sterren heeft, het zijn er meer. Dat zie je ook in de filmpjes die gebruik maken van ‘Stellarium’, maar de lijntjes die worden getrokken, gebruiken maar negen sterren van Leeuw en maken daarmee een soort leeuwfiguur. Maar het is niet fraai dat ze daarbij sterren overslaan en ook niet eerlijk.

En je moet goed je best doen om de negen genoemde sterren, aangevuld met de drie genoemde planeten, vanwege de grote afstand tot het sterrenbeeld Maagd als kroon daarvan te zien.
Er is een veel meer voor de hand liggende oplossing voor de kroon van twaalf sterren op het hoofd van de vrouw. In het sterrenbeeld Maagd bevindt zich de kleine constellatie Coma Berenices (Haar van Berenice), die duidelijk de vorm van een kroon heeft.

De planeet Jupiter in het sterrenbeeld Maagd zou voor het Kind staan, waarvan de maagd zwanger is, zeggen degenen die ‘in 23 september 2017’ geloven. Dan ben je direct bij de vraag wat dit beeld uit Openbaring 12 betekent. Moeten we dit letterlijk nemen? Dat is niet aannemelijk, omdat vaker beelden in Openbaring in symbolische zin worden gebruikt.

Vrij algemeen wordt aangenomen dat de vrouw in Openbaring 12 Israel is en het Kind dat de vrouw baart, de Heere Jezus. Dat betekent dat het eerste deel van Openbaring 12 al is vervuld in de eerste eeuw. Het vervolg van Openbaring 12 gaat over de vervolging van de gelovigen uit Joden en heidenen. De draak voert oorlog tegen hen. Deze profetie is nog niet volledig vervuld.

Degenen die geloven in de 23 september-vervulling van Openbaring 12, wijzen er ook nog op de planeet Jupiter zich negen maanden in het sterrenbeeld Maagd bevindt. Omdat dat precies de periode van een zwangerschap is, trekken ze de conclusie dat het hier over de gemeente gaat.
En omdat Openbaring 12:5 zegt dat het Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon, weten ze precies waar dit op wijst: De opname van de gemeente, op 23 september 2017.
Echter: het klopt niet dat de planeet Jupiter zich negen maanden lang in het sterrenbeeld Maagd bevindt. Van mei 2017 tot half juli 2017 was dat niet het geval.

U ziet het: tal van beweringen kloppen niet. Laat uw hoofd en uw geest niet op hol brengen door allerlei beweringen, die ook nog eens aantoonbaar onjuist zijn. Niemand weet wanneer deze dingen gebeuren. ‘Die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader,’ zegt de Heere Jezus in Mattheus 24:36.
‘De dag van de Heere komt als een dief in de nacht’ (1 Thessalonicenzen 5:2). Gelovigen mogen zich echter door die dag niet laten overvallen (vers 4 en 5), omdat zij kinderen van het licht zijn.

De ontwikkelingen in deze wereld laten zien dat de dag van de Heere nabij is. Zijn we bereid om de Heere Jezus te ontmoeten als Hij komt om ons tot Zich te nemen, misschien nog wel vóór 23 september? Wees niet gericht op datums, wees gericht op de Heere Jezus. En als het langer duurt, laten we elkaar blijven toeroepen, in blijde verwachting: ‘Maranatha, de Heere komt eraan…’

Dirk van Genderen
(Bronnen o.a. Answering in Genesis)

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Een aangename geur, een welgevalllig offer, welbehaaglijk voor God

Aardse banken kunnen omvallen en in de financiële problemen komen. Banken moeten worden gered van de ondergang. Maar de hemelse bank zal nooit in de problemen komen. Het tegoed wat de Heere daar op onze rekening bijschrijft, zal gegarandeerd worden uitbetaald.

Onlangs las ik Filippenzen 4, waar Paulus de Filippenzen prijst vanwege hun vrijgevigheid aan hem. Af en toe ontvangt hij financiële ondersteuning vanuit Filippi. Paulus was als het ware hun ‘werker in het Evangelie’, die ze (voor een deel) onderhielden.
Paulus weet wat het is om gebrek te lijden, hij weet ook wat het is om overvloed te hebben, schrijft hij in vers 12. Elders lezen we dat Paulus ook regelmatig zelf werkte, naast zijn arbeid voor het Evangelie, om te voorzien in zijn eigen levensonderhoud.
Soms deed hij dit om een voorbeeld te stellen voor die andere gemeenten, zoals in Thessalonica, om hen aan te sporen in hun eigen onderhoud te voorzien (2 Thessalonicenzen 3:11).
In Korinthe vroeg hij geen ondersteuning, om geen belemmering op te werpen voor het Evangelie (1 Korinthe 9:12). Toch was het kennelijk niet voldoende, wat hij daarmee verdiende.

Paulus is geen super-christen, die even laat zien dat hij trouw bleef aan de Heere, ondanks de perioden van gebrek en tekorten. Zijn geheim was Christus. In vers 13 getuigt hij: ‘Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft.’ Van Hem ontvangt hij zijn kracht, in tijden van tekorten en in tijden voor voorspoed. O, wat een troost voor ons! Zo wil de Heere ook voor ons zorgen. Als we overvloed hebben, maar ook als we gebrek hebben.

Ik weet dat er lezers zijn die financieel nauwelijks kunnen rondkomen. Staan we ervoor open dat de Heere sommigen van ons wil gebruiken om in de noden van anderen te voorzien?
Het gaat niet om de hoeveelheid die we geven, maar om het hart. De Heere Jezus zag een arme weduwe die twee muntjes in de schatkist bij de tempel wierp (Lukas 12:41-43). In waarde was het veel minder dan wat de rijken erin wierpen, maar in de ogen van de Heere Jezus was het veel meer. Het was het laatste wat ze had.

Paulus bedankt de Filippenzen voor hun giften, jazeker, maar allereerst bedankt hij de Heere daarvoor. In vers 10 merkt hij op: ‘Ik ben zeer verblijd geweest in de Heere dat uw denken aan mij eindelijk weer is opgebloeid.’ Kennelijk waren ze enige tijd niet in de gelegenheid geweest om hem te ondersteunen, maar nu had hij weer een gift van hen ontvangen.
‘U hebt er goed aan gedaan,’ schrijft hij in vers 14. En in vers 18: ‘Ik heb alles ontvangen en ik heb overvloed; ik ben geheel voorzien, nu ik door middel van Epafroditus ontvangen heb wat door u gezonden was.’

In vers 17 schrijft Paulus: ‘Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht die op uw rekening toeneemt.’
Wat een les is dit ook voor ons. Het gaat Paulus niet in de eerste plaats om de gift die hij ontvangen heeft, hoe dankbaar hij daar ook voor is. Het gaat hem veel meer om de gevers, om de geestelijke vrucht, die ze erdoor ontvangen.

De Bijbel zegt dat het zaliger is te geven dan te ontvangen. De zegen, de rente, zal op hun rekening worden bijgeschreven. Het is de vrucht die op hun rekening toeneemt. We hebben als het ware een spaarrekening in de hemel, bij de hemelse bank. De Heere ziet het als we geven aan werkers en werk in Zijn Koninkrijk en Hij beloont dat. Het is pure genade van Hem! Op grond van Zijn volbrachte werk aan het kruis!

Bij aarde banken kan de winst opeens verdampen. Banken kunnen omvallen, in een financiële crisis terecht komen. De hemelse bank valt nooit om. 2 Korinthe 9:6 en 7 zegt: ‘Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten. Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.’

Prachtig is ook dat in vers 18 de gift van de Filippenzen aan Paulus wordt omschreven als een aangename geur, een welgevallig offer, welbehaaglijk voor God.
De Heere heeft er een welgevallen aan als we aan Hem geven. Het is als een aangename geur voor Hem. Je kunt het ook lezen als een ‘lieflijke geur voor de Heere’.

Dat komen we ook tegen in het Oude Testament, als de offers worden gebracht. De Heere verheugde Zich daarover. Het was Hem welgevallig, het was een aangename, een lieflijke geur voor Hem. Zo verheugt Hij Zich ook over wat we geven aan Hem, voor het werk van het Evangelie, en de werkers in het Koninkrijk. De Filippenzen geven een gift aan Paulus, maar ten diepste geven ze hun gift aan de Heere Zelf.

In Efeze 5:2 wordt deze uitdrukking – een aangename geur voor God – gebruikt voor het offer van Christus aan het kruis: ‘…en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.’

Dan volgt er in vers 19 nog een heerlijke belofte voor de Filippenzen, vanwege de gift die ze Paulus geschonken hebben: ‘Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.’
Paulus zegt hier: jullie hebben in mijn behoefte voorzien, nu zal mijn God jullie in elke behoefte voorzien, naar Zijn heerlijkheid, door Christus Jezus. Wat ze nodig hebben, zal de Heere hun geven. Niet misschien, maar zeker! Geen twijfel mogelijk.

De Heere wordt van het geven niet armer. Hij is onmetelijk rijk. Van Hem is al het goud en het zilver, het vee op duizend bergen. Zijn rijkdom in heerlijkheid is zichtbaar in Christus.

Paulus besluit met een lofprijzing en geeft God de eer, in vers 20: ‘Onze God en Vader nu zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.’ Wat een geweldige lofprijzing! Wat een uiting van blijdschap.
Hem komt toe alle eer, lof, aanbidding en dankzegging. Het woordje ‘zij’ staat er eigenlijk niet. Dat maakt het nog sterker! Onze God en Vader nu de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.’

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

Zondag gebedsdag voor de verkiezingen

Geplaatst op donderdag 9 maart 2017, 21:44 door Dirk van Genderen

Er staat veel op het spel bij de verkiezingen aanstaande week. Daarom roep ik alle predikanten en voorgangers op om in de samenkomsten te bidden voor de verkiezingen. Ik proef een strijd, een geestelijke strijd, die woedt om de ziel van ons land. Gaan we naar een samenleving waarin de dood vrij spel krijgt – levensbeëindiging op verzoek en een nog vrijere abortuswetgeving – of houden we vast aan de joods-christelijke grondslagen van ons land? Een stemadvies geef ik niet, laat ieder stemmen voor Gods aangezicht.

 


Afgelopen dinsdag werd in de Bovenkerk in Kampen een interkerkelijke gebedsavond gehouden met het oog op de verkiezingen.

Eén stem kan beslissend zijn voor de toekomst van ons land. In de Tweede Kamer wordt beslist over dood en leven, over steun aan of kritiek op Israel, wel of geen volledig opgaan in de EU, over de vrijheid om in het openbaar Gods Woord na te spreken, op straat, in de kerk en op school.
Laten we op onze knieën gaan voor de verkiezingen en de Heere Jezus vragen of Hij de uitslag zal leiden, zoals Hij weet dat het goed is voor ons land en ons volk. Tot eer van Hem. Dan is het belangrijk dat we ons voor Hem verootmoedigen en onze zonden en de zonden van ons volk belijden.

Op 4 maart jl. werd er in Den Haag een gebedsdag gehouden met het oog op de verkiezingen, zoals er deze dagen meer soortgelijke gebedsbijeenkomsten zijn. Op die dag werd Daniel 4:17 aangehaald. Dat is een Bijbelvers met een opmerkelijke inhoud. Nebukadnezar vertelt daar aan Daniël een droom die hij te zien kreeg en woorden die hij hoorde.

We lezen in vers 17: ‘Dit bevel berust op het besluit van de wachters en dit verzoek op het woord van de heiligen, opdat de levenden erkennen dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van mensen, en dat geeft aan wie Hij wil, en daarover zelfs de laagste onder de mensen aanstelt.’

Door Gods genade mogen wij, als we de Heere Jezus kennen en liefhebben, wachters van Hem zijn, heiligen, die op de bres staan voor ons land en voor ons volk.

We mogen in Gods Naam proclameren tegen de geest van de dood, die oprukt in ons land.
We mogen in Gods Naam proclameren tegen de verdere toename van de islam in ons land.
We mogen in Gods Naam proclameren tegen de opmars van humanisme, liberalisme en alle antichristelijke leringen en richtingen.
We mogen in Gods Naam zegen proclameren over Israel en het Joodse volk.
We mogen in Gods Naam het Leven proclameren over ons land en over ons volk.

De uitslag is deze keer totaal onvoorspelbaar. Afgaande op de opiniepeilingen maken nog diverse partijen kans om de grootste te worden, zoals de VVD, de PVV, het CDA en D66. Verscheidene bidders laten weten dat de Heere hun de overtuiging heeft gegeven dat het CDA de verkiezingen zal winnen. Het zou kunnen, maar mij heeft de Heere dit niet laten weten.

We mogen dankbaar zijn voor de CU en de SGP. Ik bid om genade en zegen voor deze partijen, om trouw aan Gods Woord, om positieve invloed van hen op de koers van het CDA en mogelijke samenwerking, en dat zij tot zegen voor ons land zullen zijn. God kan deze partijen als Gideons gebruiken om ons land terug te brengen bij God.
Dan is er nog de partij ‘Jezus leeft’. Lijsttrekker Floris van der Spek heeft alleen al door zijn deelname aan de campagne veel mensen bereikt met het Evangelie.

De invloed van D66 is groter dan de politieke partij alleen. De aanhang van D66 in de rechtspraak, de media en in andere maatschappelijke functies is groot. Het gedachtegoed van D66, al vanaf de oorsprong, is het uitwissen van de invloed van het christelijke geloof in de politiek en in de samenleving. De geestelijke strijd die bij deze verkiezingen woedt tussen het CDA (en CU en SGP) aan de ene kant en D66 aan de andere kant. En ook veel andere partijen gaan mee in de keuze voor de dood van D66.

We hebben het niet verdiend dat de Heere ons genadig zal zijn. Wij zijn niet beter dan landen die zwaar getroffen zijn door vreselijke rampen. Maar we mogen bidden of de Heere Zich nog over ons land wil ontfermen.

Laten we de Heere bidden om ons volk te leiden in het maken van een goede keuze op de verkiezingsdag. Laat het deze zondag een dag van gebed en voorbede zijn, van verootmoediging en dankzegging.

Sommige lezers zijn wellicht gewend altijd op dezelfde partij te stemmen, zonder er eigenlijk echt bij na te denken. Ook hen wil ik oproepen goed over hun keuze na te denken en het in gebed voor te leggen aan de Heere. Laat u leiden door Hem. Hij zou via u de uitslag kunnen sturen.

Het wordt zeker spannend op woensdag 15 maart. Wie wordt de grootste partij? Wie kan/wil met wie regeren? Maar stop na de verkiezingsdag niet met bidden. Blijf bidden voor de formatie van een nieuw kabinet. Laten we de Heere vragen of we een minister van Buitenlandse Zaken zullen krijgen, die zich verbonden weet met Israel. Dat zal tot zegen zijn voor ons land.
En blijf ook bidden voor degene op wie u hebt gestemd. Sluit als het ware een verbond met diegene. U kunt best eens een keer een mailtje of een brief sturen, ter bemoediging. Dat wordt zeer op prijs gesteld. Om te laten weten dat u hem of haar gedenkt in uw gebeden.

De Heere regeert. Te midden van onrust en onzekerheid in deze wereld. Het is in Zijn hand wie de verkiezingen wint en wie de nieuwe premier wordt. ‘De Allerhoogste is Heerser over het Koningschap van de mensen en geeft dat aan wie Hij wil’ (Daniël 4:25 en 32).

Dirk van Genderen

Bron: http://www.dirkvangenderen.nl

 

Opwekking hier, opwekking daar, opwekking…

Dirk_van_Genderen_groot
Gepubliceerd op donderdag 14 juli 2016 om 07:30 – bron: Dirk van Genderen
‘Deze week is de opwekking begonnen in Frankrijk,’ las ik onlangs in een nieuwsbericht, waarin ook nog werd gemeld: ‘Een paar honderd doven kunnen nu weer horen.’ En eerder in een ander bericht: ‘De opwekking in het westen van Amerika duurt nu al twee maanden. Vele honderden mensen zijn al tot geloof gekomen.’ En een paar maanden geleden: ‘Bijna alle aanwezigen, zo’n duizend Joodse mensen, kwamen in deze bijeenkomst tot geloof.’

Wekelijks krijg ik zulke berichten toegestuurd. In allerlei nieuwsbrieven. En begrijp me goed: Ik ben zeer dankbaar over elke zondaar die tot geloof in de Heere Jezus komt. Evenals wanneer zieken worden genezen en Joodse mensen tot geloof in de Messias komen.
Maar de vraag is wel: Hoe betrouwbaar zijn deze berichten, wat wordt er bedoeld met het woord ‘opwekking’ en wat met ‘tot geloof komen’?
Wanneer ik alle berichten over opwekkingen van de afgelopen twintig, dertig jaar in gedachten neem – wat trouwens onmogelijk is – zou heel de wereldbevolking al tot geloof zijn gekomen. Sommige organisaties spreken zelfs over tientallen, ja honderden miljoenen bekeerlingen door de ‘gezegende bedieningen’ van hun zendelingen – grote namen. En veel mensen horen zulke berichten graag. Maar wat zou de Heere God van zulke berichten vinden?
In alle enthousiasme worden gemakkelijk veel te hoge aantallen genoemd. En wie worden er allemaal bij opgeteld? Aanwezigen, mensen die naar voren komen, mensen die hun hand opsteken? Of kunnen mensen misschien simpelweg niet meer tellen…

Wanneer ik alle berichten over opwekkingen van de afgelopen twintig, dertig jaar in gedachten neem zou heel de wereldbevolking al tot geloof zijn gekomen
Ik kan me ook niet aan de indruk onttrekken dat soms veel hogere aantallen bekeerlingen worden genoemd om meer geld uit de achterban los te krijgen. Als de Heere immers zo’n geweldige zegen geeft, willen we daar graag deel van uitmaken, al is het maar door het geven van een – aanzienlijke – gift. Dan is het ook een beetje onze opwekking.
Laten we als gelovigen, als christenen, alleen de waarheid doorgeven, zeker als het gaat over aantallen mensen die tot geloof komen.
En wat betekent tot geloof komen? Ik heb de indruk dat soms te snel wordt gezegd dat mensen tot geloof in de Heere Jezus zijn gekomen. Iemand kan door het bidden van het zogenaamde zondaarsgebed werkelijk tot geloof komen, maar velen bidden dit gebed zonder dat er iets in hun leven verandert. Het gebeurde in een opwelling, in een emotioneel moment, zonder dat men werkelijk besefte wat het betekende. En men leeft weer door zoals voorheen…
Het is onmogelijk om direct na een bijeenkomst te zeggen hoeveel mensen er tot geloof zijn gekomen. Dat zal pas na verloop van tijd zichtbaar worden.
Tot geloof komen, houdt in: wederom geboren worden, tot bekering komen. Breken met de zonde, voor de Heere gaan leven. Het is een werk van God zelf, van boven geboren worden. Geen mensenwerk, maar door de Heilige Geest. Van dood levend worden. Uit het duister in het licht komen. Het licht van de Heere Jezus, Die zelf het Licht is.

Het is onmogelijk om direct na een bijeenkomst te zeggen hoeveel mensen er tot geloof zijn gekomen. Dat zal pas na verloop van tijd zichtbaar worden
Toch kom je ook in de Bijbel tegen dat er soms aantallen worden genoemd wanneer er (grote groepen) mensen tot geloof komen. Dat mag ook, en dat geeft aan hoe machtig de Heere werkt.
In Handelingen 2:41 lezen we dat ongeveer 3000 zielen op die dag werden toegevoegd aan de jonge gemeente. En in vers 47 staat nog dat de Heere dagelijks mensen die zalig werden toevoegde.
Wanneer er ook maar één persoon tot geloof in de Heere Jezus komt, is er blijdschap in de hemel bij de engelen van God, zegt Lucas 15:10. Laten ook wij de Heere danken voor die éne persoon die tot geloof komt. En als het er door Gods genade meer zijn, prijs Hem!
En als er nu niemand tot geloof komt… Dat komt ook voor in ons land. In tal van gemeenten is er sprake van achteruitgang, leegloop, mensen die het christelijk geloof vaarwel zeggen… Dan komt het erop aan trouw te blijven, de Heere te zoeken, Hem te dienen en uit te zien naar wat Hij gaat doen.
Laten we nooit bij de pakken neer gaan zitten, maar het van de Heere blijven verwachten.
De achteruitgang kan ook worden veroorzaakt doordat het Evangelie niet langer wordt verkondigd, maar een eigen boodschap. Dan is er ook geen zegen meer te verwachten en helaas is dit nogal eens de oorzaak van de leegloop.

Laten ook wij de Heere danken voor die éne persoon die tot geloof komt
Predikers, voorgangers, breng geen eigen boodschap, maar predik Gods Woord. Alleen dat is levend en krachtig.
Ook ik zie ernaar uit dat er in deze eindtijd, nu de wederkomst van de Heere Jezus dichterbij komt, in ons land nog velen tot geloof in de Heere Jezus zullen komen. De ongerechtigheid grijpt om zich heen en de zonden van ons land en van ons volk – ook van onszelf – roepen tot de Heere in de hemel.
O, ik smeek ik: Belijd de zonden van ons land en van ons volk en smeek de Heere ons genadig te zijn, en in te grijpen in ons volksleven en Zijn Geest in grote kracht en volheid uit te storten. Zodat niet langer er hier één, daar twee en elders tien mensen tot geloof komen, maar werkelijk duizenden, tienduizenden tot geloof in Hem zullen komen.
Als dat gebeurt, hoeven we er geen reclame voor te maken. Dan is het niet nodig persberichten de wereld in te sturen met de aantallen mensen die tot geloof zijn gekomen. Dan komen de mensen zelf.
De één zal uitroepen: ‘Ik heb gezondigd, ik ga voor eeuwig verloren, is er voor mij nog redding?‘
En weer een ander zal de Heere loven en prijzen om Zijn geweldige daden.

Acht in nederigheid de ander voortreffelijker dan jezelf

Geplaatst op donderdag 23 juni 2016, 9:16 door Dirk van Genderen

Wat geloof jij nu precies? Hoe denk je over genezing? Geloof je in de opname van de gemeente voor de grote verdrukking? Geloof je in de kinderdoop of in de volwassendoop? Geloof jij dat God machtig is mensen te bevrijden van homoseksualiteit? Geloof je in een Duizendjarig Rijk? Hoe zie je de toekomst van Israel? Dit zijn nog maar enkele van de vragen die de afgelopen weken in gesprekken en via de e-mail op mij werden ‘afgevuurd’.

 

Samen_bidden
Ga samen bidden rond een open Bijbel, in plaats van discussiëren over de Bijbel.

Ik word meestal niet blij van zulke vragen. Theoretische discussies leiden zeker niet tot meer eenheid in het geloof in de Heere Jezus. Hete hoofden, koude harten, is niet zelden het gevolg.
Terwijl we elkaar zo nodig hebben. De wereld staat in brand en wij zijn bezig met het recht hangen van schilderijen in een brandend huis. Met bijzaken. O, hoe dwaas. De Heere Jezus bad tot Zijn Vader dat de Zijnen één zouden zijn, niet dat ze allemaal precies hetzelfde zouden denken en geloven.’
‘Ik bid (…) opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt’ (Johannes 17:21).

Een groot deel van de mensheid dreigt voor eeuwig verloren te gaan omdat ze de Heere Jezus niet kennen. Laten we ons inspannen om hen te bereiken, in plaats van het verdoen van onze tijd en onze energie met zulke discussies.

Zeker, de Bijbel heeft het laatste woord. Gods Woord is de waarheid, de enige waarheid. Laten we daaraan vasthouden en de Bijbel naspreken en niet discussiëren met woorden als ‘ik geloof dit… ik geloof dat…’, maar: ‘Dit zegt de Bijbel… er staat geschreven…’

Laten we onze medegelovige, die op sommige punten misschien net iets anders denkt, van harte liefhebben en accepteren als onze broeder en zuster, voor wie de Heere Jezus ook Zijn leven heeft gegeven.
Als Hij zegt: ‘Je hoort bij Mij, je bent Mijn kind, Mijn zoon, Mijn dochter’, wie zijn wij dan om te zeggen: ‘Je past niet bij ons omdat je iets anders denkt dan wij geloven.’

Denkt u dat de vervolgde christenen zich druk maken over bovenstaande vragen? Ze hebben de Heere Jezus lief en elkaar. Geloof, hoop en liefde, zelfs hun vijanden, voor wie ze bidden. En als je vandaag nog kan worden opgepakt of doodgeschoten, dan vraag je niet aan elkaar of je in de opname van de gemeente voor de grote verdrukking gelooft, maar dan vraag je of het goed is tussen jou en de Heere, of je Hem kunt ontmoeten, of je mag weten dat Hij ook voor jou Zijn leven heeft gegeven.

Wat zei Paulus ook alweer tegen de Korinthiërs over de boodschap die hij verkondigde? ‘…ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd’ (1 Korinthe 2:2).
Dat moet de kern van onze boodschap zijn! Daar moeten we elke boodschap aan toetsen! Hij moet centraal zijn, altijd weer, Hij alleen. Jezus Christus. Gekruisigd. Opgestaan. Verheerlijkt. En komend op de wolken van de hemel.

Laten we ons maar wat bescheidener opstellen. Wij, die het soms zo goed weten. Te goed! Wij, die ons verheffen boven anderen. De Heilige Geest heeft ons immers het juiste inzicht gegeven… denkt u… Terwijl Filippenzen 2:3b zegt: ‘…laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf.’

Wanneer zullen wij stoppen met het beoordelen van elkaar? Het veroordelen van elkaar? Hier op aarde pas als we vervolgd worden, denk ik. Of als we bij de Heere zijn. Ik vermoed dat we dan zeer verbaasd zullen zijn. We zullen daar mensen zien van wie het absoluut niet verwacht hadden. Ze leerden immers een andere doop, ze hadden een andere visie op de toekomst. En toch zijn ze welkom bij de Heere Jezus.

En samen met hen zullen we dan de Heere Jezus loven, prijzen en aanbidden. Het Lam, staande als geslacht. Daar kunnen we toch beter hier op aarde al mee beginnen, en onze kritische houding naar elkaar toe afleggen. De Heere zegene u.

Dirk van Genderen

Eigen visie dominee staat haaks op de Bijbel

Gepubliceerd op woensdag 13 april 2016 om 07:30 – bron: Dirk van Genderen

Dirk_van_Genderen_groot

Afgelopen maandag stond er een opmerkelijk artikel over de toekomstvisie van Christenen voor Israël in het Reformatorisch Dagblad. Geschreven door Wim de Bruin, predikant van de christelijke gereformeerde kerk van Zutphen. Een artikel dat – mijns inziens – op meerdere punten haaks staat op wat de Bijbel over de toekomst van Israël zegt. Vandaar dat ik erop reageer.

De EO-documentaire ‘Breng de Joden thuis’ was voor dominee De Bruin aanleiding voor het schrijven van het artikel met de kop ‘Toekomstvisie Christenen voor Israël niet altijd Bijbels’. In dat programma werd Koen Carlier – verbonden aan Christenen voor Israël – gevolgd, die Joodse mensen in Oekraïne opzoekt en aanspoort om met spoed naar Israël te vertrekken. Volgens dominee De Bruin gebruikt hij daarbij hele en halve waarheden en hele leugens.
Concreet noemt hij: ‘de slechte situatie in Oekraïne (hele waarheid), in Israël is het veel beter (halve waarheid) en: in Duitsland worden de Joden vervolgd (leugen).’
Apocalyptisch scenario
De predikant verbaast zich over het apocalyptische scenario, dat Koen Carlier schetst: ‘In 1948 heeft God de staat Israël gesticht. Nu is de tijd gekomen dat God Zijn volk opnieuw zal verzamelen in Israël. Als dat gebeurd is, zal de Messias komen en zal heel Israël in Hem geloven. Als dat gebeurt, breekt de heilstijd aan.’
‘Zo’n apocalyptisch script leidt tot enorm veel dadendrang,’ aldus de Zutphense predikant. ‘Er is een duidelijk einddoel (een heilsstaat) en een duidelijke weg daarnaartoe (breng de Joden thuis), dat zorgt voor een effectieve manier om die energie bij mensen los te maken.’

“De Bruin doet alsof de profetieën betreffende de terugkeer van het Joodse volk van over de hele wereld naar hun eigen land geen enkele betekenis meer heeft”
Het is wel een erg simplistisch beeld wat dominee De Bruin schetst. Hij vergeet voor het gemak maar even te wijzen op het Woord en op het gebed, wat voor Carlier essentieel is. Bij zijn bezoeken aan de Joodse mensen leest hij altijd met hen de Bijbelse profetieën en bidt hij met hen. Ook vergeet hij te vermelden dat Carlier zich door de Heere geroepen weet om zich in te zetten om de Joodse mensen terug te laten gaan naar Israël.
En tegelijk is het de vraag of het wel terecht is om de theologische visie van Carlier te bestempelen als de theologische visie van Christenen voor Israël.
God brengt Zijn volk thuis
Wat betreft mijn visie hierop: Vele tientallen keren wordt in de Profeten voorzegd dat de Heere het Joodse volk, dat over de hele aarde verstrooid is, terug zal brengen naar hun aloude land. Sinds 1948 hebben ze weer hun eigen land en al meer dan een eeuw keren Joodse mensen van over de hele wereld terug naar huis. Voor mij is dat zeker vervulling van Bijbelse profetie.
God brengt Zijn volk thuis. Hij doet het. ‘Ik zal…’ lezen we in tal van profetieën. Dat moet ons bescheiden maken. Het hangt niet van ons af, hoewel die indruk soms wel wordt gewekt.
Tegelijk geloof ik zeker dat Hij mensen inschakelt om dat te doen. Carlier ziet zichzelf als visser, met de roeping zoveel mogelijk Joodse mensen te ‘vangen’ (vis-terminologie) en in Israël te brengen.
Je moet altijd voorzichtig zijn met een oordeel over een documentaire, waar je in een beperkte tijd een impressie ziet van vele uren opnamen. Ik zou graag willen zien wat de programmamakers hebben weggelaten. Toen ik naar het programma keek, vond ik dat Carlier, mede door zijn grote gedrevenheid, soms wel heel sterke druk uitoefent op de mensen die hij ontmoet. Maar ik zeg er direct bij dat het maar de vraag ik of er in de documentaire een correct beeld wordt geschetst van het werk van Carlier.
Bent u bereid? 
Tegelijk is het onzeker wat de toekomst zal brengen. We moeten er, op grond van de Bijbel, rekening mee houden dat de wereld zich steeds meer tegen Israël en tegen het Joodse volk zal keren. Dat is ook één van de drijfveren van Carlier, om voordat de situatie voor Joodse mensen nog slechter wordt, zoveel mogelijk van Israël naar Israël te brengen. Dat gebeurt ook letterlijk, want de achterban van Christenen voor Israël betaalt ook de reiskosten met het vliegtuig voor hen.

“Ik acht het heel goed mogelijk dat de laatste grote menigte Joden pas naar Israël komt wanneer de Messias in aantocht is of er misschien al is”
En ik stel u toch ook de vraag: Bent u bereid om Joodse mensen te helpen of tijdelijk op te vangen als het zover komt dat ze moeten vluchten naar Israël? Dat klinkt misschien vreemd, maar de geschiedenis leert dat er telkens weer tijden geweest zijn dat Joodse mensen moesten vluchten.
Ik kan niet meegaan in de stelling van Koen Carlier dat de Heere Jezus pas terug zal komen wanneer alle Joden terug zijn in Israël. Dat vind ik nergens in de Bijbel. Dat zou betekenen dat het nog een hele poos zal duren voordat het zover is, omdat nog miljoenen Joden buiten Israël wonen. Ik acht het heel goed mogelijk dat de laatste grote menigte Joden pas naar Israël komt wanneer de Messias in aantocht is of er misschien al is. En zeker, ze zullen allemaal komen, niemand zal elders achterblijven.
 
Theologische aspecten
Vervolgens gaat dominee De Bruin in op theologische aspecten. Hij stelt dat nergens in het Nieuwe Testament wordt gesproken over een tweede terugkeer uit de ballingschap. Ook betoogt hij ‘dat het Nieuwe Testament de gebeurtenissen rondom Jezus ziet als de voltooiing van die terugkeer (denk alleen aan de nieuwe intocht van Gods volk in Kanaän bij de doop in de Jordaan)’.
Ook meent hij dat ‘alle details van Jezus’ eschatologische rede in Mattheus 24 betrekking hebben op Jezus’ dood en opstanding en de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 en dat we volgens die hoofdstukken allen nog de komst van de Heere in heerlijkheid hebben te verwachten.’
Ook stelt hij dat het in Romeinen 11, ‘waar Paulus spreekt over de strategie om zijn volksgenoten bij de Messias te brengen, nergens gaat over het weer thuisbrengen van de Joden uit de verstrooiing.’
Verder beweert hij dat de ‘stukken uit het Oude Testament die volgens velen nog onvervuld zijn, al wel vervuld zijn, maar alleen op een ander manier dan je op het eerste gezicht zou zeggen (bijv. Mattheus 2:15).’
Tegenover het script van Christenen van Israël stelt dominee De Bruin ‘zijn’ script van Jezus, met de oproep om waakzaam te zijn en trouw, in het besef dat ‘niemand de dag en het uur weet, zelfs de Zoon niet, dan alleen de Vader (Mattheus 24:36).’ Tot zover dominee De Bruin.
Geschokt
Ik ben werkelijk geschokt door wat deze predikant allemaal beweert. Dit staat zo haaks op de boodschap van de Bijbel. De Bruin doet alsof het Oude Testament afgedaan heeft, alsof de profetieën betreffende de terugkeer van het Joodse volk van over de hele wereld naar hun eigen land, in het laatste van de dagen, geen enkele betekenis meer heeft. Terwijl de Heere Jezus, Zijn discipelen en de eerste gemeenten alleen het Oude Testament hadden, waarin al zoveel stond over gebeurtenissen in de laatste dagen voor de wederkomst van de Heere Jezus. Het is werkelijk onmogelijk dat al die beloften vervuld zijn in de eerste komst van de Messias.

“Zeker, de gemeente is erbij gekomen, maar de gemeente is niet in de plaats van Israël gekomen”
De Bruin wijst op Mattheus 2:15: ‘Uit Egypte heb ik Mijn Zoon geroepen’. Het gaat daar – in dat kader staan die woorden er ook – over de vlucht van Jozef en Maria met Jezus naar Egypte en over zijn terugkeer naar Israël. In Hem werden die woorden vervuld.
Ik vind het ongepast om deze woorden te koppelen aan de tientallen profetieën over de terugkeer van het totale Joodse volk naar Israël.
Romeinen 11
Volgens de predikant is er in Romeinen 11 niets te vinden over het ‘thuisbrengen van de Joden uit de verstrooiing’. Dit hele hoofdstuk gaat over het zalig worden van het Joodse volk. En waar gebeurt dat? Juist, in Israël. Op het moment dat ze de Heere Jezus zullen zien, bij Zijn wederkomst. Lees Zacharia 12:9 – Zacharia 13:1 maar.
Lees ook wat Ezechiël daarover zegt. Het dal vol dorre doodsbeenderen, die bijeengebracht zijn uit de hele wereld, als beeld van alle teruggekeerde Joodse mensen in Israël, komt tot leven, doordat de Geest hen levend maakt. En heel nadrukkelijk wordt erbij vermeld dat het daar gaat over heel het huis van Israël.
Als ik het artikel van dominee De Bruin goed lees, vermoed ik dat hij geen speciale toekomst meer ziet voor Israël. Alle beloften voor het Joodse volk zijn immers vervuld in de Heere Jezus. Het volk Israël heeft dan afgedaan, het is dan een volk als alle andere volken.
Zulke gedachten gaan lijnrecht in tegen de Schrift. Luister maar naar Romeinen 11:1: ‘Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet!’ En vers 2 zegt: ‘God heeft Zijn volk, dat Hij van tevoren kende, niet verstoten.’ Hier staat het onomwonden: Israël is en blijft Gods volk. Zeker, de gemeente is erbij gekomen, maar de gemeente is niet in de plaats van Israël gekomen.
De Bijbel spreekt duidelijke taal
Ter verduidelijking nog enkele teksten uit de profeten.
Jeremia 16:14-16:
14 Daarom, zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat er niet meer gezegd zal worden: Zo waar de HEERE leeft, Die de Israëlieten uit het land Egypte geleid heeft,
15 maar: Zo waar de HEERE leeft, Die de Israëlieten uit het land in het noorden en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had, geleid heeft. Ik zal hen terugbrengen in hun land, dat Ik hun vaderen gegeven heb.
16 Zie, Ik ga boden tot vele vissers zenden, spreekt de HEERE, dat zij hen moeten opvissen. En daarna zend Ik boden tot vele jagers, dat die hen moeten opjagen van elke berg en van elke heuvel, en uit de kloven van de rotsen.
Nog nooit is deze profetie volledig vervuld en ik ben ervan overtuigd dat we ons nu middenin de vervulling van deze profetie bevinden. God schakelt vissers in om Zijn volk thuis te brengen. En de tijd zal aanbreken en is wellicht aangebroken, in de vorm van toenemend antisemitisme, dat God jagers zal zenden om Zijn volk naar huis te jagen.

“Israël is wellicht het belangrijkste teken van de eindtijd”
Luister ook naar Amos 9:14 en 15:
14 Ik zal een omkeer brengen in de gevangenschap van Mijn volk Israël.
Zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen,
zij zullen wijngaarden planten en de wijn ervan drinken,
zij zullen tuinen aanleggen en de vrucht ervan drinken.
15 Ik zal hen in hun land planten,
en zij zullen nooit meer weggerukt worden uit hun land,
dat Ik aan hen gegeven heb, zegt de HEERE, uw God.
God zal Zijn volk Israël in hun land planten en nooit zullen ze meer uit hun land, dat de Heere hun gegeven heeft, weggerukt worden.
Wie zegt, zoals dominee De Bruin, dat al die profetieën uit het Oude Testament zijn vervuld in de Heere Jezus, komt grandioos in de knoop met de verwoesting van Jeruzalem in de eerste eeuw van onze jaartelling. Daarna, ook de eeuw erna, zijn de Joden weggerukt uit hun land. Dat botst keihard met de geciteerde verzen uit Amos 9.
Het is mijn hoop, mijn verlangen en mijn gebed dat de ogen van deze predikant open zullen gaan voor het bijzondere plan dat God nog met Zijn volk Israël heeft.
Het belangrijkste teken van de eindtijd 
Deze genoemde Bijbelverzen zouden met tientallen andere kunnen worden aangevuld, die allemaal op hetzelfde neerkomen. Er komt een tijd dat God Zijn volk vanuit de hele wereld terug te brengen in hun eigen land. In 1948 heeft het volk hun eigen land weer terug ontvangen van de Heere, want het land is van Hem.
Israël is wellicht het belangrijkste teken van de eindtijd. Op de Olijfberg zal de Heere Jezus terugkomen. God zal Hem de troon van Zijn vader David geven. En als Hij komt, zal heel het volk zalig worden. Romeinen 11 zegt dat dat tot een geweldige zegen voor de hele wereld zal zijn. En tot eer van de Heere Jezus. Daar gaat het ten diepste om: de eer en de glorie van Zijn grote Naam.