WEG UIT DAMASCUS!

Damascus-jongen-1-768x467

Weblog van Bas van Twist, april 2016

Hoe is het toch mogelijk dat veruit de meeste gelovigen niet willen zien dat wij leven in de laatste dagen? Dat ze zo lauw reageren als het om Gods eindtijdscenario gaat? Waar is de gave van onderscheiding gebleven (1 Korintiërs 12:10)? Ik vraag me dat dikwijls af. Want is er ooit een tijd geweest waarin zoveel profetieën tegelijk zo zichtbaar en tastbaar in vervulling zijn gegaan als in onze tijd?

Het belangrijkste teken dat God ons geeft over de tijd waarin we leven, is natuurlijk de terugkeer van het Joodse volk uit de diaspora naar het aloude Vaderland. Maar zelfs dát teken is voor de meesten al niet meer zichtbaar, beïnvloed als ze zijn door de religie van de humanistische kerk, waar de mens Gods gerechtigheid heeft ingeruild voor wat hijzelf goed vindt (Openbaring 3:16). Voor deze verdwaalde gelovigen is er geen weg terug, alleen nog een terug naar de Weg!

Helaas toont de manier waarop het (christelijke) westen reageert op het vluchtelingenprobleem aan, dat zij de Weg behoorlijk kwijt is. Maar het toont ook de hypocrisie van het westen aan, alsof dit allemaal niet te voorzien was!

Geopolitieke kunstgreep

Om met dat laatste te beginnen, moeten we even terug naar de vorige eeuw, toen het imperialistische westen uit de resten van het Ottomaanse Rijk, eenentwintig Arabische staten kunstmatig creëerde. De Europese grootmachten zal het ontgaan zijn dat ze daarbij een werktuig waren in de hand van de Almachtige. Zonder zich te realiseren wat de gevolgen daarvan zouden zijn, accepteerden de westerse grootmachten, inclusief de Volkenbond, de grenzen van de Arabische staten, zoals Sir Percy Cox, de Britse gouverneur van Bagdad, die in 1922 met een simpel potlood had getrokken op een kaart van het Midden-Oosten. Met deze geopolitieke kunstgreep dacht het westen zijn strategische en economische belangen het beste te kunnen waarborgen. Dat de landsgrenzen dwars door etnische en religieuze bevolkingsgroepen werden getrokken, werd niet als een probleem onderkend door de Franse en Britse koloniale machten. Maar de toekomst heeft inmiddels geleerd wat een bloedige, onomkeerbare blunder dat geweest is.

Met Libanon en Irak is Syrië, dat in 1946 een onafhankelijke staat werd, misschien wel het duidelijkste bewijs van deze westerse vergissing. Deze gekunstelde, samengestelde republiek van rivaliserende bevolkingsgroepen, wordt sinds haar bestaan verscheurd door onderlinge strijd. Een strijd, die in 2011 is geëscaleerd in een bloedige burgeroorlog.

Inmiddels is de burgeroorlog overgeslagen naar de aangrenzende landen, waar de verschillende groepen hun volks- en geloofsgenoten in Syrië humanitaire en militaire steun geven.

De burgeroorlog in Syrië heeft zelfs mondiale gevolgen gekregen, omdat geen van de wereldmachten zijn belangen en invloed in het Midden-Oosten wil verliezen ten koste van de ander en daarom partij heeft gekozen voor de vijanden van zijn vijanden.

De burgeroorlog, die vooral een bloedig conflict is tussen de twee belangrijkste islamitische stromingen van soennieten en sjiieten, heeft tot nu toe naar schatting een half miljoen mensen het leven gekost. Miljoenen burgers zijn gevlucht en velen daarvan proberen een nieuw bestaan op te bouwen in het welvarende Europa.

Naïef

Vanuit het besef dat onze Europese beschaving de bakermat is van alle beschaafde landen en daarom een ‘teken van menselijkheid’ moet geven, hebben de naïeve Europese leiders hun grenzen grootmoedig opengezet voor allen, soenniet of sjiiet, die op de vlucht zijn voor de oorlog en in het vrije westen een veiliger en welvarender bestaan willen opbouwen. Dat de Europese leiders daarmee onbedoeld het conflict binnen hun grenzen hebben gehaald, ontgaat hen. Maar langzaamaan begint wel het besef door te dringen, dat ze met hun ruimhartige migrantenbeleid een doos van Pandora hebben geopend (Jesaja 30:28).

Ondanks hun genereuze beleid, zijn de Europese regeringen hypocriet, omdat zij de kwalijke rol verzwijgen die de Europese grootmachten hebben gespeeld bij het ontstaan van de moderne staat Syrië, waarin vroeg of laat wel een bloedige burgeroorlog moest uitbreken.

Contrast

Maar ook anderszins zijn de Europese regeringen hypocriet. Het was in christelijk Europa waar de Joden eeuwenlang gehaat, geminacht, vervolgd en oneerlijk behandeld werden. Het was in christelijk Europa waar zes miljoen Joden systematisch werden vermoord, terwijl het instituut kerk zweeg. ‘Nooit meer Auschwitz!’, klonk het na de oorlog vergoelijkend. Maar zeventig jaar later worden tegelijk met al die vluchtelingen ook tienduizenden van Jodenhaat vervulde moslimmigranten welkom geheten in Europa. Duitsland is jullie ‘land van hoop en kansen’, verzekerde Angela Merkel de moslimmigranten in 2015. Wat een schrijnend verschil met wat de Joden toegesnauwd kregen in de eerste helft van de vorige eeuw in Duitsland.

Het Europese collectief geheugen bleek trouwens al eerder van korte duur te zijn, want sinds de tachtiger jaren is er een toenemende sympathie voor de islamitische fantasten die, met keffiyeh getooid of in maatkostuum gestoken, openlijk of heimelijk streven naar eenzelfde Endlösung als hun Duitse voorbeeld.

Wat er momenteel in Syrië en in Damascus gebeurt, is naar de mens gesproken verschrikkelijk. De beelden die we te zien krijgen, zijn schokkend en ontluisterend, maar kunnen de gelovigen die hun Bijbel serieus nemen, niet verrassen. Want zo’n vijfentwintig eeuwen geleden voorzegden de profeten Jesaja en Jeremia deze catastrofe al.

Werktuig

Syrië – wat is afgeleid van Assyrië – en zijn hoofdstad Damascus, komen we verschillende malen tegen in de Bijbel. Damascus bestond al in de tijd van Abraham (Genesis 14:15). Het was lange tijd de hoofdstad van Aram, het machtige rijk der Arameeërs. Aram was voortdurend in oorlog met Israël, maar in de zevende eeuw vóór onze jaartelling veroverden de Assyriërs – overigens een broedervolk van de Arameeërs (Genesis 10:22) – de stad en werd Damascus de belangrijkste residentie van het Assyrische rijk.

Maar elk volk, hoe machtig ook, is niets vergeleken met God. De volken zijn in Zijn ogen als een druppel in een emmer, als een stofje op een weegschaal (Jesaja 40:15; Jesaja 17:13-14; Job 34:18-19). De macht die de wereldbeheersers menen te hebben, hebben ze van God gekregen (Johannes 19:10-11). De heidenvolken en hun koningen zijn dan ook niet meer dan een werktuig in Gods hand. De ene keer tot zegen voor Israël (Jesaja 60:10), de andere keer tot vloek.

Vanwege hun ongehoorzaamheid strafte God het koninkrijk Israël, het Tienstammenrijk. Hij liet het door de Assyriërs in ballingschap wegvoeren.

Jesaja 10:5-6 – Wee Assyrië, gesel van Mijn toorn, stok waarmee Ik in Mijn woede sla. Je koning zend Ik naar een goddeloos volk, Ik stuur hem af op het volk dat Mij tergde, om te plunderen en te roven en buit te behalen, en hen te vertrappen als vuil op straat.

Assyrië was de stok, waarmee God in Zijn woede het ongehoorzame Israël sloeg. Hij liet de Israëlieten als ballingen meevoeren naar Assyrië, omdat ze andere goden waren gaan vereren (2 Koningen 17).

Zo’n anderhalve eeuw later zou ook Juda als straf voor zijn ongehoorzaamheid in ballingschap worden gevoerd door de Babyloniërs, die ondertussen de macht van de Assyriërs hadden overgenomen (2 Koningen 24; Jeremia 25).

Maar deze wereldmachten zijn, zoals gezegd, niet meer dan een werktuig in Gods hand. Ze stellen niets voor, al wanen hun koningen zich een god en menen ze de Allerhoogste te kunnen evenaren. Nee, God rekent met ze af, nadat Hij eerst Zijn volk van hun juk heeft bevrijd. Zo verging het ook de Assyriërs.

Jesaja 14:25 – Ik breek de Assyrische heerschappij over Mijn land, Ik verbrijzel Assyrië op Mijn bergen. Mijn volk wordt van zijn juk bevrijd,
zijn last wordt van hun schouders genomen.

Toen God de vreemde overheersers uit Zijn land had verjaagd, maakte Hij de weg vrij voor Zijn volk. Hij gaf de Perzische koning Cyrus bevel alle Israëlieten in zijn rijk – dat rijk omvatte ook het vroegere Assyrische en Babylonische rijk – op te roepen om terug te keren naar Jeruzalem en de Tempel te herbouwen. Tienduizenden Israëlieten, uit de twaalf stammen afkomstig, gaven aan de oproep gehoor en gingen terug naar Israël (Ezra 2).

Hoewel Assyrië zijn heerschappij over het Joodse land al vijfentwintig eeuwen geleden is kwijtgeraakt, is bij de inwoners van het land de haat tegen Gods volk altijd blijven bestaan. Ook de moderne republiek Syrië, met Damascus als zijn hoofdstad, heeft, innerlijk verscheurd als het is, nimmer het goede voor Israël gezocht. Het land is voortdurend uit op de vernietiging van Gods land en volk, net zoals in de tijd van Israëls koningen. Het was mede Syrië dat in 1948, 1967 en 1973 tegen Israël een complot smeedde om het volk te verdelgen, zodat Israëls naam nooit meer zou worden genoemd (Psalm 83:9). En tot op de dag van vandaag is het land een broeinest van allerlei islamitische terreurbewegingen die stuk voor stuk streven naar de vernietiging van Israël.

De vijgenboom en de andere bomen

Net als de wijnrank en de olijfboom is de vijgenboom een beeld van Israël (Jeremia 8:13; Hosea 9:10; Joël 1:7).

Zou Jeshua – toen Hij de discipelen erop wees dat ze moesten kijken naar de vijgenboom en al de andere bomen – niet juist hebben willen wijzen op de tijd waarin Israël en de omringende landen, na lange tijd, elk weer een zelfstandige natie zouden worden (Lucas 21:29-31)?

Zeker is dat er nog verschillende profetieën niet in vervulling zijn gegaan met betrekking tot deze volken. En hoewel geen van de Israël voorheen omringende volken als natie nog bestaat – in tegenstelling tot het Joodse volk! – worden al die landen weer bewoond door bevolkingsgroepen die zich doorgaans identificeren met de oorspronkelijke bewoners, inclusief hun diepe haat tegen Gods land en volk.

Weg uit Damascus!

Bijbelse tijden herleven. Sinds Damascus de hoofdstad is van de moderne republiek Syrië, staan beide weer bekend als aartsvijanden van Israël. Ondanks de bloedige burgeroorlog worden nog altijd vanuit het zuiden van Syrië met regelmaat raketten afgeschoten op Noord Israël. Ook klinkt nog steeds de oproep tot vernietiging van de Joodse staat. De ene keer uit de mond van een officiële regeringsvertegenwoordiger uit Damascus, de andere keer uit de mond van een islamitische terroristenleider.

Uit de Bijbel weten we dat God dit nooit ongestraft laat. Israël is immers Zijn oogappel. En daarom neemt Hij het brandend van liefde op voor Jeruzalem en is Hij ziedend van woede op de zelfgenoegzame volken, die met alle middelen streven naar de vernietiging van Zijn volk (Zacharia 1:14-15). Maar elk volk dat de ondergang van Israël nastreeft, zal vroeg of laat de beker wijn van Gods woede te drinken krijgen (Jeremia 25:15-38, 30:16).

Als ik de beelden zie van het door burgeroorlog kapotgeschoten Damascus, dan denk ik onwillekeurig aan de woorden die de HEER bij monde van Zijn profeten over deze stad uitsprak en die nooit eerder in vervulling zijn gegaan:

Jesaja 17:1 – De stad Damascus zal niet meer bestaan, het zal een bouwval, een ruïne worden.

Jeremia 49:24-25 – Damascus heeft de moed verloren. De inwoners zijn nu al op de vlucht geslagen, aangegrepen door paniek. Ze sidderen en beven, zoals een vrouw in barensnood. Waarom toch wordt Damascus nog verdedigd, die schitterende stad waarin Ik vreugde vond?

Europa

Ook Europa zal niet aan Gods toorn ontkomen. Want geen continent heeft zoveel Joods bloed aan zijn handen als Europa. Misschien is de ongeremde toestroom van al die miljoenen moslimmigranten wel een onderdeel van Gods straf voor Europa. Heb je je nooit afgevraagd waarom al die ‘Syrische vluchtelingen’ in het van oorsprong christelijk Europa asiel aanvragen en niet in één van de vele islamitische buurlanden? Dat zou toch veel logischer zijn, gezien de afstand en hun goeddeels gemeenschappelijke afkomst, religie, taal en cultuur?

De met een warm welkom onthaalde moslimmigranten zullen weleens als een katalysator de islamisering van Europa kunnen versnellen, met als onvermijdelijk gevolg dat wij in hetzelfde tempo onze vrijheden, onze welvaart, ons gevoel van veiligheid en onze identiteit zullen kwijtraken. Wie weet hoe snel al, zullen de Europese regeringen knarsetandend moeten toegeven aan de eisen van de groeiende moslimminderheid. Het zal ons voorgehouden worden als dat het een verrijking is van onze Europese beschaving, maar er zal geen autochtone burger meer zijn die het nog gelooft. Het gezag van de overheden zal verder afbrokkelen en her en der zullen anarchie en revolutie de kop opsteken.

Zo succesvol als de integratie in Israël verloopt van de duizenden Joden die vanuit de hele wereld alija maken en in Israël een veilig onderkomen zoeken – precies zoals God had beloofd (Jeremia 29:14, 31:10; Micha 2:12) – zo dramatisch verloopt de integratie in Europa van de moslimmigranten uit Syrië en de andere moslimlanden.

De HEER liet de Arameeërs zo’n zevenentwintig eeuwen geleden door de Assyriërs uit hun land verdrijven naar Kir, een gebied in Mesopotamië, het huidige Irak (2 Koningen 16:9; Amos 1:1-5). Kir heeft de sinistere betekenis van een plaats, gereserveerd voor verbannen gevangenen. Europa kan wel eens het Kir zijn van de verdreven Syriërs.

Naar Damascus

Maar er komt een dag, wanneer God de volken heeft gestraft voor hun rebellie tegen Hem en Zijn gezalfde (Psalm 2), dat het woord van de HEER Syrië zal bereiken en zal rusten op Damascus (Zacharia 9:1). Dan klinkt het niet meer: Weg uit Damascus! Nee, dan zal er een gebaande, van alle puin vrijgemaakte weg lopen naar Damascus!

Jesaja 19:23-24 – Op die dag zal er een weg lopen van Egypte naar Assyrië. Dan zullen de Assyriërs naar Egypte komen en de Egyptenaren naar Assyrië, en samen zullen zij de HEER dienen. Op die dag zal Israël zich als derde bij Egypte en Assyrië voegen, tot zegen voor de hele wereld. Want de HEER van de hemelse machten zal hen zegenen met de woorden: ‘Gezegend is Egypte, Mijn volk, en Assyrië, werk van Mijn handen, en Israël, Mijn bezit.’

Bron: http://www.neverbesilent.org