Conferentie Parijs 14 en 15 januari 2017

images

Het recht van de Staat Israël.

Naar aanleiding van Veiligheidsraad resolutie 2334 en de toespraak op 28 December 2016 van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Kerry,  spreken wij onze diepe bezorgdheid uit over de voorgestelde conferentie in Parijs op zondag 15 januari 2017.

Het lijkt erop dat leden van de Veiligheidsraad en andere landen, zonder toestemming van Israël, maatregelen willen treffen die duiden op het aannemen van- of erkenning geven aan de volgende standpunten die door de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie sinds de jaren 1970 worden bepleit, en die Israël betwist. Deze maatregelen omvatten:

  • Erkenning van de 1949 wapenstilstand lijnen (de “4 juni 1967 lijnen”) als de standaard de facto “grenzen” tussen Israël en “Palestina” in het geval er geen overeenstemming kan worden bereikt over dit onderwerp tussen de PLO en Israël;
  • Erkenning van het zogenaamde “recht” van het Palestijnse volk op een onafhankelijke staat Palestina, en “Oost-Jeruzalem” nomineren als hoofdstad van de “staat Palestina”; en
  • Erkenning van een verplichting aan Israël zich “terug te trekken uit de bezette Palestijnse gebieden” (misschien binnen een opgegeven tijd) op de basis dat alle Israëlische nederzettingen in deze gebieden illegaal zijn en/of dergelijke bezetting is “illegaal.”

Naar ons oordeel dient, elke resolutie of  internationaal ondersteunde maatregel die tot strekking heeft één van deze voorwaarden zonder toestemming van Israël te implementeren als–‐contra productief en ondermijnt de echte kansen voor vrede, omdat zij een éénzijdig verhaal ondersteunen dat volledig voorbij gaat aan Israëls echte historische, religieuze en veiligheidsproblemen.

Maar net zo belangrijk is het, dat een dergelijke resolutie of maatregel zelf inbreuk zal maken op een aantal belangrijke beginselen van het internationaal recht:

  1. Deze maatregelen zouden een ernstige schending betekenen van de legitieme aanspraken en rechten van de staat Israël en het Joodse volk met betrekking tot de soevereiniteit over “Oost-Jeruzalem” en de “Westelijke Jordaanoever” volgens het volkenrecht. De San Remo-resolutie (1920) en het Mandaat voor Palestina (1922) erkende de bestaande rechten van het Joodse volk op zelfbeschikking –‐ gebaseerd op hun nauwe historische band met het land. Onder het Mandaat voor Palestina had het Joodse volk recht op “nederzettingen” in heel Palestina. Deze rechten, erkend en gemaakt onder deze bindende instrumenten van internationaal recht zijn uitdrukkelijk overgenomen in artikel 80 van het VN-Handvest, en in geen enkele manier afgewezen of beëindigd. Ook uit hoofde van het beginsel “uti possedetis juris” bepaalden de grenzen van het Mandaat voor Palestina de grenzen van de nieuwe staat Israël op 14 mei 1948.
  1. Zij ondermijnt volledig de rechten van Israël onder de Oslo akkoorden en zou in strijd zijn met de verplichtingen van de PLO onder deze overeenkomsten. Zij zou ook een inbreuk zijn op de verplichtingen van de Verenigde Staten en Rusland als ondertekenaars van deze overeenkomsten. Deze overeenkomsten, die geldig en bindend voor de partijen blijven, geven aan dat alle kwesties rond de “permanente status” zoals de status van Jeruzalem, “nederzettingen”, “veiligheidsregelingen” en “grenzen” dienen te worden vastgesteld door middel van bilaterale onderhandelingen tussen Israël en de PLO. Door voorwaarden op te leggen – direct of indirect–‐ door middel van VN resoluties, is de PLO ernstig in strijd met zijn verplichtingen uit hoofde van de Oslo-akkoorden, en met de goedkeuring van dergelijke claims zijn de ondertekenaars van die akkoorden ook in strijd met hun verplichtingen.
  1. Zij afbreuk zou doen aan het principe van soevereine gelijkheid van staten en het fundamentele recht van de staat Israël aan territoriale integriteit/onschendbaarheid, politieke onafhankelijkheid, zoals omschreven in het Handvest van de VN en Veiligheidsraad resoluties 242 en 338. Alle VN-lidstaten zijn verplicht deze rechten te erkennen, en zij hebben geen enkele bevoegdheid om de grenzen te bepalen van een andere soevereine VN lidstaat of op enigerlei andere wijze afbreuk mogen doen aan Israëls recht op territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid.
  1. Door de afwezigheid van robuuste veiligheidsregelingen, is het aanvaarden van de “4 juni 1967 lijnen” als de facto grenzen een ondermijning van het bestaansrecht van Israël als een soevereine staat, met veilige grenzen. Het wordt algemeen erkent dat, zonder bindende garanties en afdwingbare veiligheidsregelingen op de grond, de  wapenstilstand lijnen van 1949 volledig onverdedigbaar zijn.
  1. Door “Oost-Jeruzalem” en de “Westelijke Jordaanoever” deel te laten gaan uitmaken van een Islamitische staat Palestina, zonder verdere overeengekomen maatregelen, zou de bescherming van de rechten van alle niet-‐Moslim minderheidsgroepen om te bidden ontnemen en de vrijheid van godsdienst in Jeruzalem, Judea en Samaria beperken. In het algemeen hebben de Palestijnse instellingen volledig gefaald in het aantonen dat zij niet bereid zijn en in staat om Joden en christenen de toegang tot hun heilige plaatsen in de gebieden die onder hun controle staan, met inbegrip van de Tempelberg – de heiligste plaats in het Jodendom, en een belangrijke plaats voor veel christenen, te garanderen. Integendeel, zij hebben openlijk gepleit voor de verwijdering van alle Joden uit deze gebieden. De huidige Israëlische overheid van “Oost-Jeruzalem”, aan de andere kant, heeft sinds 1967 bewezen dat het zowel bereid is, als in staat is, om op te komen voor de bescherming van de vrijheden van minderheidsgroepen, veel meer dan enig andere natie in het Midden-Oosten.
  1. Zij ondermijnt het VN-Handvest beginsel van het verbod van de overname van grondgebied door geweld, en de verplichting van alle VN-lidstaten zich te onthouden van daden van agressie en beslechting van hun geschillen op vreedzame wijze. De wapenstilstand lijnen van 1949 waren zelf het resultaat van de gewapende aanval op de jonge staat Israël op 15 mei 1948. De facto erkenning van deze lijnen als “grenzen” erkent de geldigheid van deze aanval op de staat Israël, en impliciet valideert het het consistent gebruik van gewapend geweld door de PLO om zijn doelen te bereiken.
  1. Ten slotte, zou het voorbijgaan aan het feit dat “Palestina” niet voldoet aan de criteria als Staat krachtens het internationaal recht. In het bijzonder, ontbreekt het “Palestina” volledig aan een effectief gezag dat in staat is Oost-Jeruzalem, Gaza en de Westelijke Jordaanoever te besturen. Totdat een dergelijke autoriteit is gevestigd kan de staat Palestina gewoon niet bestaan krachtens het internationaal recht, en het is de taak van de VN-lidstaten een dergelijke staat niet te erkennen totdat een rechtmatige autoriteit is vastgesteld.

Wij roepen de internationale gemeenschap op om deze beginselen te eerbiedigen, zodat de kans op daadwerkelijke verzoening en echte vrede mogelijk blijft. De enige weg naar vrede in Israël/Palestina in volledige overeenstemming met het volkenrecht is door middel van wederzijdse acceptatie, onderhandelingen en samenwerking–‐ niet door middel van eenzijdige maatregelen.

eu-obsessie