Van Arabische Lente tot uitslaande brand

Leon de Winter

SchermafbeeldingVandaag niet een column over het referendum (hopelijk heb ik u er eerder al van overtuigd om néé te stemmen), maar over de Arabische Lente. Daarover ontdekte ik vorige week iets wat ik met u wil delen.

De Arabische Lente begon op 17 december 2010, om half elf ’s ochtends, in Sidi Bouzid, een stad met veertigduizend inwoners in het binnenland van Tunesië. Daar werd de 26-jarige Mohammed Bouazizi lastiggevallen door een politievrouw.

Bouazizi verkocht fruit en groente. Zijn winkel was een handkar waarmee hij in de hoofdstraat van Sidi Bouzid aan de kost kwam. Het was de gewoonte om corrupte politiemannen af te kopen met wat geld, of een kilo appels, ook al was het niet duidelijk of straatverkopers een vergunning nodig hadden.

Die ochtend raakte Bouazizi buiten zinnen toen de politievrouw hem een klap in het gezicht gaf. Bouazizi had niet willen betalen. Zijn fruit en groente werden op de grond gesmeten. Machteloos beende hij naar het kantoor van de gouverneur, die in Sidi Bouzid zetelt, om te klagen over het onrecht dat hem was aangedaan. De politievrouw had zijn twee elektrische weegschalen geconfisqueerd, en Mohammed eiste die terug van de gouverneur. Maar Mohammed kwam niet voorbij de poort. Hij kocht vervolgens een jerrycan met benzine en stak zichzelf voor het gouvernementsgebouw in brand, een uur na de klap. Op vier januari 2011 stierf hij aan zijn brandwonden.

Demonstraties verspreidden zich als een olievlek. Tien dagen na Bouazizi’s dood vluchtte president Ben Ali, de machtige dictator van Tunesië, naar Saoedi-Arabië. De mythe van de Arabische Lente was geboren.

Mohammed Bouazizi kwam uit een straatarm gezin. Zijn vader overleed toen Mohammed drie jaar oud was, zijn moeder hertrouwde met zijn vaders broer – een verschijnsel dat in tribale culturen vaker voorkomt. Hij had zes broers en zussen; grote gezinnen horen ook bij de traditie, ook als de ouders zo veel kinderen niet kunnen onderhouden.

Mohammed maakte zijn school niet af en onderhield het hele gezin, want zijn stiefvader-oom was chronisch ziek. Na allerlei baantjes redde hij het met zijn fruitkar. Volgens de berichten kende iedereen in Sidi Bouzid hem. Hij was er op negenentwintig maart 1984 geboren, en hij zou er ook als oude man zijn gestorven als hij die fatale decemberdag niet in woede was ontstoken.

De werkloosheid in Sidi Bouzid bedraagt misschien wel vijftig procent. Er is geen hoop op een redelijke baan, en er zijn te veel jonge mensen. Wat in de rest van de Arabische werelden de volken kwelt, is in Sidi Bouzid ruimschoots aanwezig: uitzichtloosheid, gebrek aan serieus onderwijs, machtsmisbruik, corruptie.

Mohammed, die eigenlijk Tarek heette en in de stad Basboosa werd genoemd, was ondanks zijn armoedige achtergrond en zijn eenvoudige handeltje een trotse man. Want een jongen hoort in een traditionele Arabische omgeving te worden opgevoed met trots en in het besef dat hij gelukkig geen meisje is. Hoe arm je als man ook kunt zijn, je bent altijd nog de baas over je zusjes, je vrouwen, je dochters.

Op die ochtend van 17 december 2010 werd Mohammed door een politievrouw geslagen, nog wel in het openbaar. Dit was een vernedering die hij als Arabische man niet kon verdragen. De Britse krant The Independent berichtte een week na de vlucht van de president: ’Leila, 24, een van Mohammeds zes broers en zusters, beaamde dat de klap van de beambte, met name van een vrouw, haar broer schaamte had gebracht.’

Schaamte. In een tribale omgeving bijna identiek aan de dood. Mohammed was niet zo maar afgeperst, hij was afgeperst door een vrouw, die vervolgens zijn handelswaar op straat smeet, hem een klap in het gezicht gaf, en zijn twee weegschalen in beslag nam.

Intense schaamte

Was de Arabische Lente, die later de Arabische werelden in een diepe winter dompelde, ooit ontstaan als Mohammed Bouazizi door een man was geslagen? Had hij dan ook een schaamte gevoeld die zo intens was dat hij een einde aan zijn leven wilde maken? Vermoedelijk niet. Berichten van familieleden die later verschenen, benadrukten alle het feit dat hij door een vrouw was geslagen – dat was een feit waarvan iedereen in Sidi Bouzid de reikwijdte kon bevatten. Wie zoiets overkomt, wordt tot het ergste gedreven. Dat begrijpt men op het Tunesische platteland.

De tragische dood van Mohammed Bouazizi was een echte Arabische dood; hij reageerde op een publieke vernedering die hij door de tribale betekenis – de ontmanteling van zijn eer – niet kon relativeren. Zijn dood leidde een kettingreactie in die uiteindelijk leidde tot de val van Kaddafi en Moebarak en tot het begin van de Syrische en Libische burgeroorlogen: een uitslaande brand.

Nee, Mohammed snakte niet naar vrijheid. Het enige wat hij als arme fruitverkoper bezat, was zijn mannelijke trots. De hele Arabische Lente werd geïnspireerd door zijn dood, maar alles berust op een misverstand: Mohammed stierf niet als vrijheidsstrijder, maar als een in zijn eer gekrenkte Arabische man.

Bron: http://www.telegraaf.nl