De historische fouten van de Arabieren en hun interacties met Israël

door Fred Maroun
31 Juli 2016


  • Wij, Arabieren, zijn erin geslaagd om onze relatie met Israël tot iets gruwelijks te maken, maar het ergste van alles is de huidige situatie van de Palestijnen. Onze grootste fout was het niet accepteren van de VN-partitie plan van 1947.
  • Misschien moet men geen oorlogen lanceren, als men niet bereid is de resultaten te accepteren van het eventuele verliezen ervan.
  • De Joden houden de Arabieren niet in kampen, wij wel.
  • Jordanië heeft sommige vluchtelingen geïntegreerd, maar niet allemaal. We konden dan wel hebben bewezen dat wij, Arabieren, grote en nobele mensen zijn, maar in plaats daarvan toonden we de wereld, als we blijven doen wat we doen, dat onze haat ten opzichte van elkaar en tegen Joden veel groter is dan een concept van een vermeende Arabische solidariteit.

In de huidige staat van de relatie tussen de Arabische wereld en Israël zien we een lappendeken van vijandigheid, gespannen vrede, beperkte samenwerking, rust en geweld. Wij, Arabieren, zijn er in geslaagd onze relatie met Israël tot iets gruwelijk te maken, maar het ergste van alles is de huidige situatie van de Palestijnen.

De oorspronkelijke fout

Onze eerste fout in de laatste eeuwen heeft plaatsgevonden ruim vóór de onafhankelijkheidsverklaring van Israël in mei 1948. Het bestond uit het niet erkennen van Joden als gelijken.

Zoals gedocumenteerd door een toonaangevende Amerikaanse geleerde, Mark R. Cohen, in de Joodse geschiedenis in de moslimwereld, is tijdens die era de Joden, net als de andere niet-moslims, de status gegeven van dhimmis [niet – moslims, die moeten betalen voor bescherming en afzonderlijke wetten moeten volgen om te worden getolereerd in de moslim-gecontroleerde gebieden]. Nieuwe huizen van aanbidding mochten niet worden gebouwd, en oude niet worden hersteld. Zij moesten nederig handelen in aanwezigheid van moslims. Ze moesten in hun liturgische praktijk de preëminentie eren van de islam. Ze waren verder verplicht om zich te onderscheiden van de moslims door hun kleding en het vermijden van symbolen van eer. Andere beperkingen hebben hen uitgesloten van posities van gezag in een islamitische regering”.

Op 1 maart 1944, terwijl de nazi’s bezig waren met het uitmoorden van zes miljoen Joden, en ruim voordat Israël zijn onafhankelijkheid verklaarde, verklaarde Haj Amin al-Husseini, toen Grand Mufti van Jeruzalem, op Radio Berlin: “Arabieren, rijs op als één man en vechten voor uw heilige rechten. Om de Joden te doden waar je ze zal vinden. Dit behaagt Allah, de geschiedenis en de religie. Dit geeft u eer. Allah is met u.”

Als we deze fout niet hadden gemaakt, hadden we op twee manieren kunnen profiteren.

De Joden zouden waarschijnlijk in grotere aantallen zijn gebleven in het Islamitische Midden-Oosten, en ze zouden de Midden-Oosterse beschaving hebben bevorderd in plaats van de beschavingen van die plaatsen waar zij naar toe vluchtten, vooral Europa en later de Verenigde Staten.

Ten tweede, als Joden zich veilig hadden gevoeld en geaccepteerd waren in het Midden-Oosten, onder Arabieren, hadden zij niet de behoefte gevoeld een onafhankelijke staat uit te roepen, die ons bewaard zou hebben van onze latere fouten.

De grootste vergissing

Onze tweede en ergste fout was het niet accepteren van het VN-verdelingsplan van 1947. VN-resolutie 181 vormde de juridische basis voor een Joodse staat én een Arabische staat, om te delen wat vroeger het door de Britten bestuurde Palestina was.

Zoals gerapporteerd door de BBC, voorzag die resolutie hierin:

“Een Joodse staat met 56.47% van het Palestina Mandaat (met uitzondering van Jeruzalem) met een bevolking van 498.000 Joden en 325.000 Arabieren. Een Arabische staat die 43.53% betrof van het Palestina Mandaat (met uitzondering van Jeruzalem), met 807.000 inwoners aan Arabische en 10.000 Joodse inwoners. Een internationaal onder curatele staand bestuur in Jeruzalem, waar een bevolking van 100.000 Joden en 105.000 Arabieren was.”

Hoewel het land dat aan de Joodse staat was toegekend iets groter was dan het land dat aan de Arabische staat was toegekend, was veel van het Joodse deel een totale woestijn, de Negev en Arava, en was het vruchtbare land toegewezen aan de Arabieren. Het plan was ook voordelig voor de Arabieren om twee andere redenen:

  • De Joodse staat had slechts een krappe meerderheid aan Joden, waarin de Arabieren bijna evenveel invloed zouden krijgen als de Joden in het bestuur van de Joodse staat, terwijl de Arabische staat bijna zuiver Arabisch was, die geen politieke voordeel toekende aan Joden die daarbinnen leefden.
  • Het hele geheel voorgesteld als staat bestond uit drie min of meer losgekoppeld stukken, resulterend om sterk geografische onderling afhankelijk te zijn tussen die twee staten. Mochten de twee staten op vriendschappelijke voet staan, ze waarschijnlijk samen hebben gewerkt in vele opzichten als een enkele Federatie. In deze Federatie hadden de Arabieren een grote meerderheid.

In plaats van de aanvaarding van het plan als een cadeau, toen het nog kon, besloten wij Arabieren dat wij een Joodse staat niet konden accepteren, punt. In mei 1948 heeft Azzam Pasha, de secretaris-generaal van de Arabische Liga, aangekondigd, met betrekking tot het voorgestelde nieuwe Joodse deel van de verdeling: dat “Dit een oorlog van uitroeiing zal worden, een gedenkwaardig bloedbad waarover zal worden gesproken zoals over de Mongoolse slachtingen en de kruistochten.” Wij begonnen dus met een oorlog die bestemd was voor de uitroeiing van de nieuwe staat in haar kinderschoenen, maar we verloren die, en het resultaat van onze fout was een veel sterkere Joodse staat:

  • De Joodse meerderheid van de Joodse staat groeide aanzienlijk als gevolg van de uitwisseling van bevolkingen die dan heeft plaatsgevonden, met veel Arabieren op de vlucht voor de oorlog in Israël en vele Joden vluchtende uit een vijandige Arabische wereld naar de nieuwe staat.
  • De Joden verwierven extra land tijdens deze oorlog die wij gelanceerd hebben, wat resulteerde in de wapenstilstandslijnen (vandaag de groene lijnen of pre-1967-lijnen genoemd), die Israël een deel van het land gaf dat eerder was toegewezen aan de Arabische staat. De Joodse staat verwierf ook veel betere aaneengeslotenheid, terwijl de Arabische delen werden verdeeld in twee stukken (Gaza en de Westelijke Jordaanoever) gescheiden door bijna 50 kilometer afstand.

Misschien moet men geen oorlogen lanceren, als men niet bereid is de resultaten te accepteren van het eventuele verliezen ervan.

In mei 1948 heeft Azzam Pasha (rechts), de secretaris-generaal van de Arabische Liga, aangekondigd om met betrekking tot het voorgestelde nieuwe Joodse deel van de verdeling: “Dit wordt een oorlog tot uitroeiing, een gedenkwaardig bloedbad, waarover zal worden gesproken zoals over de Mongoolse slachtingen en de kruistochten.”

Meer oorlogen en meer fouten

Na de Onafhankelijkheidsoorlog (de naam die de Joden aan de oorlog van 1947/1948 geven) was Israël in alle praktische doeleinden beperkt tot het land binnen de groene lijnen. Israël had geen autoriteit of zeggenschap over Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Als er gekozen was om vrede te sluiten met Israël op dat moment, hadden wij, Arabieren, twee opties gehad:

  • We hadden Gaza kunnen verenigen met Egypte, en de Westelijke Jordaanoever met Jordanië, en de Palestijnen kunnen voorzien van burgerschap in één van twee relatief sterke Arabische landen, die zowel getalsmatig als geografisch sterker waren dan Israël.
  • Wij hadden een nieuwe staat gemaakt in Gaza en de Westelijke Jordaanoever.

In plaats daarvan kozen we ervoor om door te gaan met vijandelijkheden met Israël. In de lente van 1967 vormden we een coalitie voor de aanval op Israël. Op 20 mei 1967 verklaarde de Syrische Minister van Defensie, Hafez Assad: “De tijd is gekomen over te gaan tot een slag van vernietiging.” Op 27 mei 1967 verklaarde de Egyptische President Abdul Nasser: “Onze fundamentele doelstelling is de vernietiging van Israël”. In juni kostte het Israël zes dagen om ons te verslaan en totaal te vernederen tegenover de wereld. In deze oorlog verloren we nog veel meer grond, met inbegrip van Gaza en de Westelijke Jordaanoever.

Na de oorlog van 1967 (die de Joden de Zesdaagse oorlog noemen) bood Israël ons het land aan voor vrede, om daarmee ons een kans te geven tot het herstellen van de fout van de Zesdaagse oorlog. We reageerden met de Khartoum-resoluties en met te verklaren: “Geen vrede met Israël, geen erkenning van Israël en geen onderhandelingen met Israël”.

Niet alleen hadden we niets geleerd van 1967, we hebben nogmaals een coalitie gevormd in oktober 1973 en probeerden opnieuw om Israël te vernietigen. We bereikten enige winst, maar vervolgens keerde het tij en we verloren het nogmaals. Na deze derde vernederende nederlaag, brak onze coalitie tegen Israël. En Egypte en Jordanië besloten zelfs om vrede met Israël te sluiten.

De rest van ons bleef zich hardnekkig verzetten tegen Israëls bestaan, zelfs Syrië, dat net als Egypte en Jordanië, land had verloren aan Israël tijdens de Zesdaagse oorlog. Vandaag bezit Israël nog steeds dat grondgebied, en er is geen enkele reële kans op dat het land ooit terug zal gaan naar Syrië. De Israëlische premier verklaarde onlangs: “Israël zal nooit de Golanhoogte verlaten”.

De tragedie van de Palestijnen

Het meest verwerpelijke en het meest tragische van onze fouten is de wijze waarop wij, Arabieren, de Palestijnen hebben behandeld sinds Israëls verklaring van onafhankelijkheid.

De Joden van Israël verwelkomden de Joodse vluchtelingen uit Arabische en andere moslimlanden in de Israëlische kudde, ongeacht de kosten of de moeilijkheden bij de integratie van mensen met heel verschillende achtergronden. Israël integreerde gretig de vluchtelingen uit verre landen, met inbegrip van Ethiopië, India, Marokko, Brazilië, Iran, Oekraïne en Rusland. Door dit te doen, laten ze de krachtige band zien die de Joden aan elkaar bindt. Op hetzelfde moment hadden wij de kans om op dezelfde manier de band te tonen die Arabieren bindt, maar in plaats van de gastvrij de Arabische vluchtelingen te verwelkomen uit de oorlog van 1947/48, beperkten wij hen tot een kampleven met ernstige beperkingen op hun dagelijkse leven.

In Libanon, zoals gerapporteerd door Amnesty International, “lijden de Palestijnen onder discriminatie en uitsluiting op de arbeidsmarkt, wat bijdraagt aan de hoge niveaus van werkloosheid, lage lonen en slechte arbeidsvoorwaarden. Terwijl de Libanese autoriteiten onlangs een verbod hebben opgeheven op 50 van de 70 banen die uitgesloten waren voor hen, ondervinden de Palestijnen nog steeds belemmeringen in het vinden van werk. Het ontbreken van voldoende werkgelegenheid leidt tot een hoog percentage aan drop-outs voor Palestijnse schoolkinderen die ook beperkte toegang hebben tot het secundaire openbare onderwijs. De daaruit voortvloeiende armoede wordt verergerd door de beperkingen van hun toegang tot sociale diensten”.

Libanon en Syrië hebben de vluchtelingen, die eerder een paar kilometer van de landsgrenzen woonden niet geïntegreerd, mensen met bijna identieke culturen, talen en godsdiensten, en het land deelden. Jordanië heeft sommige vluchtelingen geïntegreerd, maar niet allemaal. We konden dan wel hebben bewezen dat wij, Arabieren, grote en nobele mensen zijn, maar in plaats daarvan toonden we de wereld, als we blijven doen wat we doen, dat onze haat ten opzichte van elkaar en tegen Joden veel groter is dan een concept van een vermeende Arabische solidariteit. Beschamend voor ons is dat zeven decennia nadat de Palestijnse vluchtelingen uit Israël vluchtten, hun nakomelingen nog steeds beschouwd worden als vluchtelingen.

Het slechtste deel van de manier waarop die we de Palestijnse vluchtelingen hebben behandeld is dat er zelfs binnen de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, tot op deze dag een onderscheid blijft tussen de Palestijnse vluchtelingen en inheemse Palestijnen. In die landen, volgens de cijfers van het jaar 2010, aangeboden door het Palestijnse vluchtelingen ResearchNet aan de McGill University, woont 37 procent van de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en Gaza in kampen! Gaza heeft acht Palestijnse vluchtelingenkampen en de Westelijke Jordaanoever heeft er negentien. De Joden houden de Arabieren niet in kampen, wij wel. De Palestijnse President Mahmoed Abbas claimt een staat op dat gebied, maar we kunnen moeilijk verwachten dat men hem serieus neemt wanneer hij de Palestijnse vluchtelingen in kampen laat zitten, onder zijn gezag, maar hen zelfs niet met de andere Palestijnen laat integreren. De dwaasheid van de situatie wedijvert met de botheid.

Waar we nu zijn

Vanwege onze eigen fouten is vandaag onze relatie met Israël een mislukking. De enige kracht in onze economieën is olie, wat een bedervende bron is, vanwege fracking, en vermindert daardoor in waarde. We hebben bijna niets gedaan om ons voor te bereiden op de toekomst, waar we inventiviteit en productiviteit nodig zullen hebben. Foreign Policy Magazine zegt: “Hoewel Arabische regeringen allang de noodzaak herkenden van een verschuiving weg van de buitensporige afhankelijkheid van koolwaterstoffen, hebben zij weinig succes met het doen ervan. … Zelfs de economie van de Verenigde Arabische Emiraten, een van de meest gediversifieerde in de Golf, is sterk afhankelijk van olie-export.”

Business Insider waardeerde Israël in 2015 als het op twee na meest innovatieve land van de wereld. Landen van over de hele wereld profiteren van Israëls creativiteit, met inbegrip van landen als het zo afgelegen en geavanceerde Japan. En nog halen we uit naar Israël, een innovatief powerhouse, met iets dat gebeurt aan onze grenzen.

We falen ook om te profiteren van Israëls militaire genie om te helpen te vechten tegen onze nieuwe en verwoestende vijanden zoals ISIS.

Het ergste van allemaal is, dat onze eigen mensen, de Palestijnen, verspreid hebben — verdeeld, gedesillusioneerd, en volstrekt niet in staat tot een heropleving van het nationale project dat we in 1948 van onder hun voeten hebben weggenomen en dat we sindsdien onherkenbaar hebben verminkt.

Het is een understatement om te zeggen dat we onze aanpak jegens Israël moet veranderen. Er zijn fundamentele veranderingen die wijzelf moeten doen, en we moeten de moed en morele vastberadenheid vinden om ze te creëren.

De Joden houden geen Arabieren in kampen, zoals wij.

Fred Maroun, een linkse Arabier, gevestigd in Canada, heeft opinie-artikelen geschreven voor New Canadian Media, en andere nieuwskanalen. Van 1961-1984 woonde hij in Libanon.

Bron: http://www.gatestoneinstitute.org