Tien miljoen voor Amsterdamse Joodse oorlogsslachtoffers

Gerard-Doustraat-in-Amsterdam-cc-e1463487039676.jpg

Door · 17 mei 2016

De gemeente Amsterdam heeft tien miljoen euro vrijgemaakt voor de Joodse gemeenschap. Het geld is bedoeld als tegemoetkoming voor de erfpacht die Joodse oorlogsslachtoffers na terugkeer in Amsterdam moesten betalen.

In 2013 bleek uit onderzoek van scriptiestudente Charlotte van den Berg  dat de gemeente na de oorlog verschillende Joodse oorlogsslachtoffers beboette, omdat ze tijdens de oorlogsjaren geen erfpacht hadden betaald. De Joden die werden aangeslagen, of soms zelfs beboet omdat ze geen erfpacht hadden betaald, waren tijdens de oorlog hun huizen vaak kwijtgeraakt aan Duitsers of NSB’ers. Velen van hen waren tijdens de oorlog ondergedoken of afgevoerd naar concentratiekampen.

Amsterdam zou zelfs Joden hebben aangeslagen van wie de huizen niet eens meer bestonden, bijvoorbeeld doordat ze tijdens een bombardement waren verwoest.

Bureaucratisch en kil

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan gaf opdracht de zaak te laten onderzoeken. Destijds gaf hij al aan dat er na de oorlog vaak niet goed met slachtoffers omgegaan was. Er zou “met formalisme, bureaucratie en kilheid” gekeken zijn naar het juridische aspect, in plaats van dat “met empathie werd gekeken naar degenen die slachtoffer werden”.

Het NIOD onderzocht de kwestie en oordeelde eind vorig jaar dat er, juridisch gezien, geen bewijs is dat er onterecht erfpacht is geïnd. De gemeente vindt achteraf echter dat de erfpacht niet geïnd had moeten worden. Het stelt geld in bezit te hebben dat zij “liever niet wil hebben”. Een tegemoetkoming kan volgens de gemeente bijdragen aan het verlichten van het leed.

Er is bekeken of mensen individueel een aanvraag voor compensatie kunnen doen, maar dat is volgens de gemeente om verschillende redenen niet haalbaar. Daarom is nu besloten om een collectieve regeling te treffen. De gemeente:

“Met het geld kunnen projecten of programma’s voor de gemeenschap worden ondersteund. Dat kan een bijdrage zijn aan het levend houden van de herinnering aan de Holocaust, bijvoorbeeld met het Holocaust Namenmonument of het nieuwe Nationaal Holocaust Museum.”

Bron: http://www.historiek.net