Aanpassing van het morele kompas, deel 2

24 mei 2016 – door Vic Rosenthal

… De Europese universalistische ethiek bevordert niet langer het voortbestaan van culturen in het milieu dat in het huidige Europa aanwezig is. Wij zien in het huidige Europa al de bovenstaande reacties op deze druk: aanpassing, migratie en het culturele falen. – Deel 1

Dit geldt nog meer voor Israël. Een natiestaat wiens morele code is gebaseerd op het idee dat alle mensen broeders zijn, zal niet overleven in het Midden-Oosten. Het moet functioneren volgens de meer tribalistische morele principes, waarbij het welzijn van eigen cultuur en mensen prioriteit moet hebben boven die van anderen.

Wat zijn de praktische implicaties van een dergelijke wijziging in onze morele beginselen?

Het geval van Elor Azaria vormt een uitgangspunt. Azaria’s doodschieten van een reeds ‘geneutraliseerde’ Palestijnse terrorist. Dit was een schending van de permanente opdrachten zoals verwoord in de code van de IDF-ethiek, die expliciet nadelige gevolgen verbiedt voor krijgsgevangenen.

In zijn verdediging betoogde Azaria dat hij geloofde dat de terrorist een zelfmoordvest zou hebben gedragen. Maar de militaire aanklager, de Minister van Defensiem, en andere ambtenaren, hebben hem blijkbaar niet geloofd.

Toen hij werd aangeklaagd wegens doodslag, waren er grote demonstraties in verschillende delen van het land met de vraag om hem vrij te laten. Ik vermoed dat veel van de deelnemers hem niet geloofden, maar toch sterk voelden dat hij zich in ieder geval niet schuldig had gemaakt aan een misdaad. Ik denk dat ze dachten aan zoiets als dit:

Hier is een 19 jarige soldaat die wij hebben belast met de bescherming van ons, en wiens taak hem tot een doelwit maakte te allen tijde, zelfs wanneer hij op een bus wacht. We sturen hem in de strijd naar plaatsen als Gaza of Libanon waar onze tactiek is om alles te doen wat mogelijk is om te voorkomen dat er burgerslachtoffers vallen, en dat plaatst hem in een groot risico om zelf een slachtoffer te worden.

Palestijnse terroristen hebben willekeurig Joden vermoord in onze straten, en één heeft er net gestoken en probeerde zijn collega soldaat te vermoorden. De terrorist ontvangt medische behandeling en worden opgesloten in een veilige en relatief comfortabele gevangenis met andere terroristen, totdat hij wordt vrijgelaten in ruil voor een gijzelaar, of omdat de PLO de Amerikaanse president wijs maakt dat bevrijden van terroristen tot ‘vredes’onderhandelingen zullen leiden.

Ondertussen blijven onze soldaten doelwit en moeten opereren onder beperkingen die ingesteld zijn ter bescherming van terroristen.

Misschien dat Azaria de orders geschonden heeft. Maar in een bredere zin was, wat hij deed niet verkeerd. De positie waarin we onze soldaten plaatsen, klopt niet.

Dit is een perfect voorbeeld van het spanningsveld tussen de zorg voor de ‘ander’ – in dit geval een dodelijke vijand – die is ingebouwd in wat ik noem het ‘Europese universalistische moraal’, en de eigen behoefte om onszelf te beschermen. Er zijn verschillende asymmetrieën hier: Palestijnse terroristen zijn niet gebonden aan het gehoorzamen van regels ter bescherming van de burgers of de gevangenen; inderdaad, ze zoeken liever zachte doelen op, indien mogelijk. Wanneer zij gevangen zijn, worden ze goed behandeld en vaak vrijgelaten om hun activiteiten voort te zetten. Ze handelen volgens een genocidale ideologie waarin iedere Jood een doelwit is voor moord, terwijl onze soldaten zich moeten gedragen als politieagenten en een ‘verdachte’ ‘aanhouden’ die “rechten” heeft welke moeten worden beschermd.

In dit geval wordt niet alleen de schutter, Azaria, aangeklaagd voor een misdaad, maar verschillende IDF-officieren op de plek werden berispt voor het niet geven van een snelle medische zorg voor de gewonde terrorist.

Het is niet alleen het leger. De missie-verklaring van Magen David Adom, de Israëlische organisatie verbonden met het internationale Rode Kruis, verlangt dat er zorg moet worden gegeven aan “een ieder in nood, met het vermijden van discriminatie op basis van nationaliteit, religie, geslacht, leeftijd, klasse, politieke overtuiging of ideologie.” Dit wordt consequent geïnterpreteerd als dat er zorg moet worden gegeven in een volgorde op basis van de ernst van het letsel, ongeacht of de patiënt een terrorist is of zijn slachtoffer. Een zwaargewonde terrorist, met andere woorden, zal naar verwachting het eerst worden behandeld! Of dit in werkelijke situaties gebeurt, is een andere kwestie, het is een moreel conflict dat inherent is aan de poging tot illustratie van een universalistische moraal tegenover een tribale regio als het Midden-Oosten.

De psychologische gevolgen van onze Europesche-stijl van ‘fair-zijn’ tegenover onze tribale vijanden is ook contraproductief. Zij zien ons ‘fair-zijn’ als zwakte en profiteren daar maximaal van. Het maakt niet dat ze ons bewonderen, of een vrede wensen. Integendeel, het genereert minachting en moedigt hen aan te blijven doorgaan met gewelddadige tactieken gebruiken.

Wat geldt voor onze regels voor oorlogsvoering en contra-terrorisme, geldt ook voor onze publieke diplomatie en op andere gebieden. Onze leiders drukken een begrip uit voor de vermeende Palestijnse behoefte aan een staat en een verlangen om met hen aan tafel te zitten en te onderhandelen over een vredesdeal, terwijl de Arabieren kaarten laten verschijnen waarop Israël verdwenen is en hun kinderen opvoeden om boven alles het martelaarschap lief te hebben. Wij bieden chirurgie aan in onze beste ziekenhuizen voor de familieleden van de leiders van Hamas en de PLO, terwijl ze hun mensen aanmoedigen om een mes te nemen en een Jood neer te steken.

De universalistische aanpak van het conflict is te zoeken naar technische oplossingen. Hamas kan niet stoppen met het afvuren van raketten op ons? Ontwikkel dan een manier om de raketten neer te halen, maar om het even, doe hen geen kwaad. Geen andere keuze dan te bombarderen van Hamas doelen? Ontwikkel een manier om de burgers te waarschuwen (en overigens ook de Hamas-strijders). De PLO heeft onmogelijk eisen, ontworpen voor het vernietigen van onze staat? Probeer dan om compromissen te sluiten. Arabieren steken de Joden neer in de straten? Probeer ze te arresteren; en schiet ze alleen dood als een laatste redmiddel.

Een van de gevolgen van deze universalistische moraal is dat niemand als een vijand in de traditionele zin kan bestaan. Als iemand zou worden beschouwd als een vijand, dan zouden dat wel de leiders van Hamas en de PLO zijn; waar onze artsen het leven redden van hun familieleden. In deze weergave hebben zelfs terroristen nog rechten, en de mensen van Gaza en de Arabieren van Judea en Samaria mogen niet collectief gestraft worden voor het doen van hun leiders. Immers, iedereen is een individu, en iedereen heeft mensenrechten.

Israëli’s hebben deze Europese aanpak overgenomen en zelfs nog meer. Vanwege ons (historisch ongepaste) schuldcomplex richting de Palestijnen zouden we kunnen zeggen: “Iedereen heeft mensenrechten, maar vooral de Palestijnen.”

Maar wat als we ons morele systeem in het conflict gaan uitlijnen naar het tribale?

Dit is oorlog en de Palestijnen zijn de vijand. Wie spreekt er zodanig in het Israël van vandaag?

Wanneer we geconfronteerd worden met een terrorist, moeten we schieten om hem te doden, net zoals in een vuurgevecht in Bint Jubail. De terrorist die door Sgt. Azaria waarschijnlijk werd doodgeschoten, had in de eerste plaats al niet meer moeten leven. Nee, we moeten niet schieten op krijgsgevangenen, maar we hoeven geen medische behandeling te verlenen aan vijandelijke gewonden, ten minste niet totdat allen die van ons zijn, zijn opgevangen. Niet-geüniformeerde terroristische agenten zijn onwettige soldaten, en kunnen worden berecht voor moord of terrorisme als ze het overleven. Onnodig te zeggen dat er een optie moet zijn voor het toepassen van de doodstraf in deze gevallen, en die moet royaal worden toegepast.

U geeft geen water, elektriciteit, voedsel en cement aan een vijandige bevolking, vooral niet aan een die geen wens heeft om haar leiderschap omver te werpen. En de Palestijnen, zowel in Gaza als in Judea/Samaria hebben zich gedefinieerd als een vijand, door hun keuze van leiders, door wat ze leren in hun scholen, en wat ze zeggen in hun officiële en sociale media, en in de steun van de bevolking en hun enthousiaste deelname aan de terreur tegen Joden.

Collectieve straf? Natuurlijk moeten zij collectief gestraft worden, omdat hun schuld als agressor ook collectief is.

Als wordt vastgesteld dat hij geen goede reden had de gewonde terrorist te vrezen, heeft Sgt. Azaria een doorlopende opdracht geschonden en moet worden bestraft omdat hij dit gedaan heeft. Maar zijn straf zou minimaal moeten zijn. Wij zetten hem in een onhoudbare situatie en verwachten van hem om zich te gedragen als, sorry van de aanhaling, Jezus Christus.

Een Palestijnse terrorist die probeerde een Jood te vermoorden eindigde dood. Het is oorlog. Dingen gebeuren er in een oorlog. Stap er overheen.

Bron: Adjusting the Moral Compass, Part II | Abu Yehuda

Aanpassing van het morele kompas, deel 1

23 mei 2016 – door Vic Rosenthal

 

Ya’alon zei donderdag dat hij “verbaasd” was over een “verlies van het morele kompas in fundamentele kwesties” in de Israëlische samenleving. “We willen het land besturen volgens iemands geweten en niet op welke richting de wind waait…”

Vragen over het morele kompas en geweten is de essentie van de culturele strijd die in het Israël van vandaag gaande is, maar slechts weinigen lijken te begrijpen wat deze vragen eigenlijk inhouden.

Het incident waarbij een jonge soldaat, Elor Azaria, een al ‘geneutraliseerde’ Palestijnse terrorist doodschoot, die eerder een andere soldaat had gestoken, is uitgegroeid tot een lakmoesproef, maar wat voor een?

Voormalig Minister van Defensie, Moshe Ya’alon, reageerde op het incident een paar uur daarna en voor velen te snel, toen hij en de Stafchef, luitenant-generaal Gadi Eisenkot, Azaria veroordeelden voor een “verbreken van de waarden van het IDF”. Azaria werd aangeklaagd voor doodslag, maar grote volksdemonstraties ten gunste van hem braken uit.

Later hield Eisenkot’s adjunct generaal-majoor Yair Golan, een toespraak ter gelegenheid van de Holocaust Remembrance Day, waarin hij zei dat hij vond dat “bepaalde processen” in de Israëlische samenleving van vandaag doen denken aan Duitsland in de jaren “70, 80 of 90 jaar geleden”.

Dit werd door velen gezien – met inbegrip van Premier Netanyahu – als veel te dicht bij het vergelijken van hedendaagse Israël met Nazi-Duitsland, een schandalige vergelijking die vaak gemaakt wordt door onze vijanden bij de de-legitimisering van de Joodse staat. Het werd beschouwd als een politieke toespraak, wat verboden is voor een officier, aangezien hij verwijzingen deed naar de “verantwoordelijkheid van het leiderschap”. Niettemin ontving Golan sterke steun van Ya’alon.

Een meerderheid van de Joodse Israëli’s gelooft dat Azaria moet worden vrijgelaten, en een meerderheid heeft de opmerkingen van Golan ten zeerste afgekeurd. Op dit moment van schrijven is Netanyahu bezig zijn coalitie te versterken door de 6 zetels van Avigdor Lieberman van de Israël Beitenu Partij er bij in te brengen. Deel van de prijs was dat de Defensie-portefeuille voor Lieberman is, en Netanyahu nam die weg bij de zeer technisch toegeruste Ya’alon, en beloofde die aan de enigszins veranderlijke Lieberman. Ya’alon nam ontslag uit de regering en de Knesset. Er is geen twijfel dat Ya’alons meningen onderdeel waren van de reden die Netanyahu liet handelen zoals hij deed.

Ik moet intussen op dit punt opmerken dat Netanyahu een ernstige fout maakte. Maar dat is vanwege de capaciteiten en persoonlijkheid van Ya’alon en Lieberman, niet vanwege de betrokken morele vragen.

Ya’alon en Golan had andere dingen in gedachten naast het geval Azaria. In de afgelopen jaren heeft de culturele kloof in Israël zich verbreed. Het wordt vaak aangeduid als “Rechts vs. Links”, maar dat is niet juist. Hoewel beide kanten neigen naar de tegenovergestelde einden van de politieke scheidingskloof die rechts en links verdelen, is dat een gevolg in plaats van de oorzaak.

Aan de ene kant hebben we voornamelijk de seculiere academische, culturele, militaire, juridische en media elites, meestal Ashkenazim, wier gezinsleden al generaties lang in Israël waren, die steeds meer vocaal zijn geworden, ja zelfs uitzinnig zijn geweest over wat zij ‘ondemocratisch’, ‘racistisch’, ‘ultranationalistische’, ‘fascistische’ en ‘theocratische’ trends in de samenleving noemen.

Aan de andere kant – nu een meerderheid – vindt u de veeleer religieuze Israëliërs en die van Mizrachi Sovjet-oorsprong, die geloven dat de elites anti-zionistische zijn, en zichzelf haten, en onverdraagzaam zijn tegen religieuze mensen, en onwetend over de ware aard van onze vijanden.

Beide partijen geloven dat andere zijde, als die zich niet beteugelt, de staat zal vernietigen.

Dit is een geschil over waarden en zelfs een stijl die meer is dan politiek. Moshe Ya’alon staat duidelijk aan de kant van de elites, maar hij is politiek ook rechts. Het echte probleem gaat dieper dan of het Oslo-akkoord een goed idee was en of Mahmoud Abbas te vertrouwen is, of dat Joden moet worden toegestaan om te bidden op de Tempelberg.

Het echte probleem is de mate waarin ons morele systeem universeel of tribaal zal moeten zijn.

Universalisme, de overtuiging dat we verplicht zijn tot gelijke behandeling van alle menselijke wezens, ongeacht wie ze zijn, bereikte zijn hoogtepunt in Europa en de VS, waar geen misdaad groter is dan “racisme”. Hoewel het universalistische principe vanzelfsprekend voor velen vandaag lijkt te gelden, wordt dit niet in de oude wereld gevonden, waar het er vanzelf om ging dat iemands eigen groep altijd een voorkeursbehandeling verdiende.

Christendom en islam vonden het nuttig om te zeggen (hoewel ze er meestal niet naar leven) dat ieder mens van welk geloof een gelijke behandeling verdiende. De filosofen van de 18e eeuwse Verlichting in het westen hebben dit concept uitgebreid toegepast op de blanke mannen, ongeacht religie. Niet-blanken, vrouwen en seksuele minderheden volgden. Vandaag is voor het grootste deel van de “eerste wereld” dit een van de belangrijkste morele principes van geen-discriminatie.

Universalistische ethiek is gekant tegen tribalisme, dat prioriteit geeft aan iemands eigen stam, religieuze groep of natie. Er was geen verlichting in de islamitische wereld, of in de Midden-Oosterse culturen, die nog steeds zeer tribalistisch zijn; zozeer zelfs dat pogingen om er moderne staten van te maken met het negeren van de etnische, religieuze en tribale werkelijkheid (bijvoorbeeld Syrië en Libanon) werden spectaculaire mislukkingen. De manier van het karakteriseren van het morele systeem in een cultuur is waar het om draait in het universalisme-tribalisme.

Morele principes die intuïtief worden geaccepteerd in een cultuur – de algemene beginselen tegen welke iemands handelingen worden afgemeten en die iemands geweten vormen – ontstaan door evolutionaire processen die logisch genoeg, ongelijk zijn aan die vorm van het fysische organisme als lid van een soort. Meer bepaalde morele regels zijn afgeleid van deze principes en worden aanvaard op basis van religieuze of politieke autoriteit, of een combinatie van beide.

Als de westerse filosofie bepaalde dingen over morele principes heeft vastgesteld, dan kunnen ze niet worden bewezen als wiskundige stellingen of geverifieerd als empirische verklaringen. Niettemin worden van binnen uit een cultuur, fundamentele morele beginselen behandeld als zijnde voorrang te hebben op waarheden.

Maar culturen veranderen en evolueren. Waarom zouden morele principes niet alsmede evolueren? Het antwoord is dat ze dat natuurlijk wel doen. Was Thomas Jefferson een gewetensvol man? Hij was het zeer zeker. Hoe kon hij dan slaven houden? Als hij 100 jaar later had geleefd, zou de kans groot zijn geweest, dat zijn geweten dat niet zou hebben toegestaan.

Sommige biologische mutaties bevorderen het voortbestaan van de genen die ze dragen en sommige niet. Er kunnen mutaties zijn die een organisme produceert en die min of meer geschikt is voor een bepaalde omgeving. En soms als het milieu snel veranderd, moeten de organismen zich aanpassen, verplaatsen of uitsterven. Hetzelfde geldt voor morele principes en het sociale milieu waarin een cultuur is ingesloten.

Het kan zijn dat de Europese universalistische ethiek niet langer het voortbestaan van culturen bevordert die het milieu in dat huidige Europa aanhangen. Wij zien zeker in het huidige Europa reeds de bovenstaande reacties op deze druk: aanpassing, migratie en cultureel falen.

Vanaf zijn oprichting heeft Israël bewust een universalistische ethiek aangenomen en probeerde het samen te smelten met het tribalistische Joodse nationalisme. Dit is de reden waarom onze verklaring van onafhankelijkheid en basiswetten naar een Joodse en democratische staat verwijzen. Er is altijd een spanning tussen deze twee. Zionisme voor de Joden het terugkeren naar hun vaderland, voornamelijk voor hun eigen bestwil, of als een “licht voor de natiën”.

Voormalig Israëlische Hoge Gerechtshof Opper-Rechter, Aharon Barak, heeft geprobeerd om Israël te dwingen in een Europese of Amerikaanse vorm, als “status van haar burgers”. In naam van de democratie verzette het Hof zich tegen pogingen om een speciale status te geven aan Joden of aan het jodendom. Buitenlandse belangen zoals het ‘American New Israel Fund’ en ‘The Union for Reform Judaism’, evenals de Europese gefinancierde NGO’s, steunen deze universalistische visie, zelfs tot op het punt van de oproep voor veranderingen van onze vlag en volkslied, omdat die niet over onze Arabische burgers spreken.

Natuurlijk niet. Waarom zouden ze, in een Joodse staat?

Israël is al een lange tijd een Westelijk eiland in de zee van het Midden-Oosten, en het is veranderd naar het universalistische Europa en Amerika voor de meeste van zijn culturele en economische betrekkingen. Een van de argumenten tegen het joodse tribalisme is altijd geweest dat het onze westerse bondgenoten niet bevalt. Maar nu, ten dele vanwege de zwakheid in het westerse blok, vindt Israël dat het geen andere keuze heeft dan maar dichter bij haar meer natuurlijke partners in het Midden-Oosten en de rest van de wereld te gaan staan.

De omgeving verandert en het culturele organisme moet zich ook wijzigen en aanpassen. In onze nieuwe omgeving is een sterk universalistische moraal geen voordeel. Het vormt de unilaterale morele ontwapening. Onze staat kan niet overleven als een kopie van de VS of Zweden (inderdaad, de druk kan zodanig zijn dat noch de VS noch Zweden in hun huidige vorm het overleven).

Dat betekent niet dat we moeten afzien van een democratische regering of een aannemen van alle culturele praktijken van onze buren, zoals hun vrouwenhaat, religieuze dwang, onthoofdingen en bomvaten. Het betekent niet dat we onszelf moeten zien als superieur aan de niet-Joden, of dat we de burgerrechten van de niet-Joden die onder ons leven, moeten ontkennen.

Wat dit betekent is dat ons doel moet zijn een staat die schaamteloos prioriteit geeft aan Joodse mensen, hun cultuur, religie en waarden.

Welke gevolgen heeft dit voor onze betrekkingen met onze buren, en ons gedrag in onze lange oorlog – die we hebben gevochten om onze staat te maken en houden, reeds voor bijna een eeuw? En wat zijn de gevolgen voor onze soldaten, zoals Sergeant Azaria?

Dat is het onderwerp van deel 2. Blijf op de hoogte.

Bron: Adjusting the Moral Compass, Part I | Abu Yehuda