Intomen pers stopt aanslagpleger niet


Nausicaa Marbe

Nausicaa Marbe
Foto: De Telegraaf

Opinie Nausicaa Marbe

De bekende Vlaamse schrijver en historicus David van Reybrouck gebood onlangs op de Belgische televisie dat zelfmoordterroristen minder als terrorist en meer als zelfmoordenaars gezien moeten worden. Voordeel van dit taalspelletje zou zijn dat het kopieergedrag onder hen zou afnemen.

De media, zo wenst Van Reybrouck, moeten met grote terughoudendheid – ’sereen’ – berichten over deze geen-zelfmoord-terroristen, opdat andere aspirant-suïcideplegers niet bezield raken. Er moet zelfs een strenge mediacode komen rond terreurberichtgeving.

Ik stel me voor hoe dat uitpakt. Grote aanslag, veel doden? Maak er vooral geen voorpaginabericht van. Prop het nieuwtje maar in een kolommetje onderaan een linkerpagina. Sereen. Laat de journaals geen beelden van dood en leed tonen. Geen verdriet, geen wanhoop, geen angst, vooral geen emoties die aspirant-terroristen opwinden. Voorkom terrorisme door de vrije nieuwsgaring te breidelen, zoiets.

Gezond verstand

Dit staaltje ’doel heiligt de middelen-denken’ doet een moreel beroep op degene wiens gezond verstand zich verzet tegen zulke oplossingen. Wat voor mens ben je als je censuur afwijst, terwijl die levens kan redden? Een dief van je eigen en andermans leven en veiligheid, een onmens. Want als die mediakalmte lukt, dan kunnen we rustig slapen in de wetenschap dat er alles aan gedaan is om in Molenbeek een eskadron IS-kansparels hun bomgeknutsel te doen staken. Zonder copycat heeft die aanslag immers geen zin.

Van Reybrouck, die hier amper empathie met slachtoffers van terreuraanslagen en hun nabestaanden toont, pleit ook voor telefonische hulplijnen voor de geen-zelfmoord-terrorist in nood, die op het laatste moment twijfelt en een luisterend oor behoeft. Awel.

Moordopdrachten

Het probleem met zulke simplistische oplossingen is dat ze logisch klinken, zonder dat te zijn. Want is de zelfmoordterrorist van (nuance in de) Westerse media afhankelijk voor actie? Wordt hij niet duidelijk gemotiveerd door sites waarop IS rekruteert en moordopdrachten geeft? Wie ongelovigen wil doden, wacht niet op een signaal van De Morgen of NRC Handelsblad. Ook kun je je afvragen of de psychologie bij zelfmoord uit psychische nood dezelfde is als bij de religieuze groepshysterie van radicalen die aan gene zijde op een willige harem rekenen.

Van Reybrouck trekt zelfmoord uit depressie en zelfmoord uit jihaddrift abusievelijk gelijk. Dat beide met dezelfde methode bestreden kunnen worden is slechts speculatie. Je kunt het woord zelfmoord van het woord terreur ontkoppelen, maar dat verandert niets aan onze wereld vol moslimterrorisme. De zelfmoord is een instrument van de ideologie, niet andersom. Een ’suïcidale’ jongere die zijn leven niet beëindigt voordat hij een islamistisch geïnspireerde moordmethode volvoert die zoveel mogelijk ongelovigen de dood injaagt, is geen patiënt in nood, maar een toerekeningsvatbare moordenaar. En daar zou de vrije nieuwsgaring voor moeten sneuvelen?

Complottheorieën

Ook interpreteert Van Reybrouck de rol van de media bij terreur selectief: véél aandacht zet aan tot aanslagen en glorificatie ervan en géén aandacht werkt kalmerend – zou het? Een genegeerd bijeffect van mediastilte zou kunnen zijn dat terroristen inventiever worden en de aanslagen nog heftiger. Alles om alsnog spectaculair het nieuws te domineren. Of een stapje verder: in een samenleving waar de media onvrij berichten over geweldsgruwelen, raakt de sociale cohesie beschadigd. Feit en gerucht worden inwisselbaar, het morele kompas vervaagt, wantrouwen en complottheorieën winnen. Als feiten clandestien worden, sterft de democratie. Dan worden burgers niet alleen bang voor aanslagen, maar ook voor manipulatie door instanties die hen zouden moeten beschermen. Juist in zo’n chaos gedijt terrorisme.

Beseft de weldenkende David dit niet? Vast wel. Maar de drift tot scoren is sterker, met een mallotige suggestie gebracht als een moedig ’narratief’ dat superieur is aan het law en order-denken over terrorisme. Hij zal ermee oogsten. Omdat zijn media-speculatie naadloos aansluit bij het versleten verhaal van de maakbaarheid van de multiculturele samenleving, incluis haar terrorismeverleiding. Hij biedt geliefde valse hoop: de kortstondige illusie dat aanslagen ook zonder veiligheidsmaatregelen beheersbaar zijn.

Racisme

Dat past bij de kwalijke en onmachtige omdraaiing van de toedracht van terrorisme, de politiek correcte frame die wel vaker opduikt bij moslimgeweld, waarin de slachtoffers de verantwoordelijkheid voor het gebeurde én de oplossing moeten dragen. Want ja, het komt allemaal door óns gebrek aan stageplekken, door óns racisme, door ónze sensatiegerichte media… Ook het wegknippen van het verband tussen moslimterrorisme en zelfmoord past bij de ontkenning van de religieuze motor achter terreur.

Al met al pleit Van Reybrouck voor een verdringing die past bij de collectieve ontkenning die wegkijkbestuurders voorstaan als omgang met terrorisme. Een nieuw jasje voor de tegelwijsheid ’wat niet weet, dat niet deert.’ Voor je ’t weet gaat het helemaal de verkeerde kant op: breng de media en het plebs onder massahypnose, dan wijkt alle gevaar – die gedachte.

Gelukkig staat het gelijk van Freud over verdringing nog: die is totaal iets anders dan het verhoopte vergeten. Wat je angstig wegstopt, komt loeihard terug. Verdringen is het uitstellen van onvermijdelijke conflicten. Rond terreurbestrijding is dat een kapitale fout.

Bron: http://www.telegraaf.nl