Hoe weldenkend zijn de Belgen?


Leon de Winter

Leon de Winter
Foto: De Telegraaf

Twee Vlaamse bedrijven beheersen inmiddels de Nederlandse krantenmarkt. Dat is niet gezond. Wat weten de Belgen van het uitgeven van kranten dat wij niet weten?

De Belgische onderzoeksite Apache.be publiceerde anderhalf jaar geleden een analyse van die twee bedrijven onder de kop ’De echte subsidieslurpers van Vlaanderen’. Overheidssteun, blijkt het sleutelwoord te zijn. Geen btw, nauwelijks distributiekosten.

De twee uitgeefconcerns zijn in handen van twee groepen zeer vermogende Vlaamse families met intense banden met banken en de politiek. Zij kunnen veel voor elkaar krijgen, zo toont het Apache-artikel aan. De overheidssteun bestaat al dertig jaar, en het gaat om vele miljarden.

Ook De Telegraaf komt onder beheer van Mediahuis. Vorige week gaf Gert Ysebaert, de hoofdbestuurder van Mediahuis, een interview aan De Volkskrant, eigendom van concurrent De Persgroep. Zonder dat met zoveel woorden te zeggen, kondigde Ysebaert diepgaande hervormingen aan, en liet hij weten dat GeenStijl niet bij Mediahuis hoorde.

Ysebaerts opmerking over ’shockblog’ GeenStijl werd landelijk nieuws: ’Ieder weldenkend mens moet tegen dit soort teksten zijn’. Hij refereerde aan een oproep van GeenStijl aan zijn lezers om seksueel getinte stukjes te schrijven over een journaliste van De Volkskrant – de actie had een context, maar was banaal en goor. Veel vaker is GeenStijl scherp, geestig, en een levendig platform voor politiek incorrecte polemiek.

Ysebaert liet niets horen toen de Vlaamse krant De Standaard, ook eigendom van Mediahuis, de Libanese fascist Abou Jahjah als columnist aantrok. Dat was kennelijk wel een vorm van weldenkendheid.

Progressieve Vlaamse intellectuelen hebben de media in België overmeesterd, en het is van belang die tendens bij ons te voorkomen. Op de nieuws- en opiniepagina’s draagt NRC-Handelsblad, nu een zusterkrant, onder leiding van de Vlaming Peter Vandermeersch het wereldbeeld van de Vlaamse grachtengordel uit; de oude coryfeeën van deze ooit evenwichtige liberale krant wilden juist een dam opwerpen tegen dergelijke opvattingen.

Een voorbeeld van dat wereldbeeld en de manier waarop de weldenkende NRC opereert? Op 2 juni publiceerde de NRC een artikel onder de bizarre kop (een citaat) ’In Israël is poëzie een misdaad geworden’.

Het artikel ging over het proces tegen de vrome Israëlisch-Arabische dichteres Dareen Tatour. In haar gedichten roept zij op tot geweld tegen Israël. Een verdediger van haar is prof. Nissim Calderon, in Israël bekend om zijn provocerende en maffe uitlatingen. Dat citaat was van hem.

Wat vond prof. Calderon van de gedichten van mevr. Tatour? Ze waren niet echt goed, bekende hij, ze waren ’best wel beroerd, zelfs’.

Het is duidelijk dat Dareen Tatour een gelovige hater is die gebruik maakt van beroerde gedichten om op te roepen tot geweld. Maar: of het rijmt of niet, of het goed geschreven is of niet, ze roept op tot geweld in een actuele context, vindt het OM in Israël.

Prof. Calderon vindt daarentegen dat je echt alles mag zeggen. NRC schrijft: ’Is er dan geen enkele tekst die volgens hem strafbaar zou zijn? Wat als Tatour had opgeroepen tot een kogel door het hoofd van de Israëlische premier? Calderon: „Zelfs dat mag. Het is poëzie, geen politiek pamflet.”’ Welk hoofdredactioneel commentaar zou NRC hebben afgedrukt als een dichter had gesmeekt om een kogel door Obama’s hoofd?

Prof. Calderon is dus een halvegare, maar de NRC drukte alles instemmend af want het was onweerstaanbaar om de zin ’In Israël is poëzie een misdaad geworden’ in de krant te laten schitteren. Nog even iets meer: hoe bouwde NRC dat hetzestuk op? Het begon met de volgende dichtregels: ’En met woedende wreedheid, Drinken we jullie bloed genadeloos […], Woede scherpte ons blinkende zwaard, en bestemde jullie voor de dag van de slacht.’

Daarna meldde de schrijver van dat artikel – hij wilde de lezer op het verkeerde been zetten – dat die wrede zinnen niet afkomstig zijn van die vervolgde dichteres maar van Haim Bialik, de nationale dichter van Israël.

Het hele artikel staat dus in de slipstream van die gewelddadige dichtregels van Bialik. En je denkt vervolgens als lezer: is dit de wrede stem van de nationale dichter van Israël? En wat hypocriet om die arme poëtische moslima een proces aan te doen wegens oproepen tot geweld als de eigen nationale dichter zulke gewelddadige zinnen heeft geschreven?

NRC koos ervoor om de oorsprong van die gewelddadige zinnen weg te laten. Ze komen uit Bialiks ’Bar Kochba Gedichten’. Bialik stelde zich de wraak voor waarop Bar Kochba zint, de Joodse leider van de opstand tegen de Romeinen in 132 AD. Bialik, geboren in de Oekraïne, schreef die gedichten in 1898 als wanhopige reactie op bloedige pogroms in Oost-Europa, waarbij Joden massaal werden afgeslacht. Die regels hebben niets te maken met Israël, Palestina, de West-Bank, moslims. Dat NRC-stuk is dus een verfijnd staaltje anti-Israëlische agitatie, een affront, om het op z’n Vlaams te zeggen, van de manier waarop een serieuze krant zijn lezers moet informeren. NRC koos voor manipulatie.

Weldenkend. Wanneer niet de redactie maar het management dat woord in de mond neemt, weet je dat er iets uitermate onweldenkends broeit. Waar is John? Joh-hon!

Bron: http://www.telegraaf.nl