Uit het nieuws 19-06-2017

Door: Franklin ter Horst

Donald Trump in gesprek met aartsleugenaar Mahmoud Abbas

Hij was al vrij snel na Donald Trumps beëdiging te gast in het Witte Huis. Trump noemde het zelfs op zijn Twitter-account een eer Mahmoud Abbas te ontmoeten en noemde hem de legitieme leider van het Palestijnse volk. Er bloeide al snel een hartelijke vriendschap op tussen de twee. Trump had hem uitgenodigd om te komen praten over het weer op gang helpen van het ‘vredesproces’. Abbas sprak vredelievende woorden: “Meneer de president, ik verzeker u dat wij onze jeugd, onze kinderen en kleinkinderen opvoeden tot vrede. Wij doen ons best om veiligheid, vrijheid en vrede voor onze kinderen te creëren, opdat zij net zo kunnen leven als de andere kinderen in de wereld, samen met de Israëlische kinderen in vrede en veiligheid”.

Trump reageerde met de woorden. “Ik had vanochtend een ontmoeting met president Abbas en ik kan u zeggen dat de Palestijnen bereid zijn om vrede te sluiten.” Maar de ‘legitieme leider’ loog openlijk tegen Trump. Toen Trump dat enkele uren later in de gaten kreeg verwijderde hij zijn Twitter bericht waarin hij met zoveel respect over Abbas had gesproken.

‘President’ Mahmoud Abbas op bezoek in het Witte Huis

 De volgende ontmoeting tussen Donald Trump en Mahmoud Abbas vond plaats in Bethlehem tijdens Trumps ‘bliksembezoek’ aan Israël. Trump was plotseling niet zo vriendelijk meer tegen Abbas want tijdens een gemeenschappelijke persconferentie zei hij dat er een eind moet komen aan de financiering van terreur, en steun aan ophitsing. ‘Vrede kan niet wortelen in een omgeving waar geweld wordt toegestaan, gefinancierd en zelfs beloond. U hebt met mij over vrede gesproken maar u hebt tegen mij gelogen.’ ‘De Israëli’s hebben me laten zien dat u persoonlijk het ophitsen steunt. Er zal nooit vrede komen op een plaats waar geweld wordt getolereerd, gesteund en zelfs beloond’ aldus Trump.

 Trump liet Abbas video’s zien waarin hij aanspoort tot het plegen van geweld. Palestijnse diplomaten bevestigden dat Donald Trump Abbas scherp had bekritiseerd in Bethlehem. Abbas deed alsof hij van niets wist en sprak van nep-video’s. Een Amerikaanse diplomaat die bij het gesprek aanwezig was geweest vertelde dat Trump bijzonder verontwaardigd had gereageerd en dat een gesprek achter gesloten deuren allesbehalve vriendelijk was verlopen. Ook ontkende Abbas dat zijn Fatah-fractie betrokken zou zijn ophitsing. Maar juist deze terreurorganisatie waar hijzelf de baas van is, heeft een verheviging van de moordpartijen op Joden aangekondigd.

 Volgens een recente studie van het Jeruzalem Center for Public Affairs hebben Abbas en trawanten de laatste vier jaar maar liefst 1 miljard dollar uitgekeerd aan familieleden van terroristen die bij aanslagen om het leven zijn gekomen en aan terroristen die hun straf in Israëlische gevangenissen uitzitten. Het gaat om moordenaars die aanslagen hebben gepleegd op onschuldige Israëlische burgers. Trump noemde de voortdurende betalingen aan terroristen en hun families een hindernis voor de vrede. Volgens de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken Rex Tillerson zou de Palestijnse Autoriteit hierop de intentie hebben uitgesproken onmiddellijk te stoppen met deze betalingen. “Wij hebben hen goed duidelijk gemaakt dat dit voor ons niet langer acceptabel is,”aldus Tillerson. Maar er is tot dusver helemaal niets veranderd want de betalingen gaan gewoon door. Mahmoud Abbas: “Wij zullen de financiering van terroristen nooit stoppen.”

 Terwijl Abbas in Bethlehem nogmaals herhaalde uit te zijn op vrede noemde de Palestijnse Autoriteit tegelijkertijd een paar pleinen in Jenin en Tulkarem naar Palestijnse moordenaars. Zo werd het plein in Jenin genoemd naar Karim Younes en het plein in Tulkarem naar Maher Younes. Karim en Maher Younes waren twee Palestijnse neven die in 1980 de Israëlische militair Avraham Bromberg ontvoerden en vermoorden. Beide kregen 40 jaar gevangenisstraf voor deze moordpartij. Familieleden van de beide moordenaars woonden de ‘plechtigheid’ bij. De District Gouverneur van Jenin Ibrahim Ramadan zat samen met de moeder van Karim Younes achter een bord waarop de massamoordenaar Jasser Arafat te zien is samen met Karim Younes, en ‘president’ Mahmoud Abbas.

 Eerder dit jaar benoemde Abbas zijn Fatah-jeugdkamp in Jericho naar Dalal al-Mughrabi, een vrouwelijke terrorist die in 1978 betrokken is geweest bij een van de bloedigste terreuraanslagen in de geschiedenis van Israël. 38 burgers werden vermoord, waaronder 13 kinderen, en meer dan 70 verwond. Er waren ook al drie scholen naar haar genoemd. De terreuraanslag staat bekend als de “Costal Road Terror Attack”. De aanslag vond plaats in de tijd dat Jasser Arafat met ca 20.000 door Rusland opgeleide en bewapende terroristen, Libanon in een dodelijke greep hield. In de TV uitzending werden terroristen geïnterviewd die de planning en de uitvoering van de aanslag uitvoerig beschreven. Palestinian Media Watch meldde dat de aanslag ,,werd verheerlijkt en uitgelegd als één van de meest glorieuze heldendaden van het Palestijnse verzet.”

 

Mughrabi vermoorde kinderenDe door Dalal Mughrabi vermoorde 12 kinderen

Ze hebben minstens 100 woonwijken, scholen, wegen, stadions en evenementen naar zo’n 50 verschillende terroristen en nazi-colleborateurs vernoemt.

Klik hier voor de complete lijst van Palestinian Media Watch (PMW). Al deze terroristen worden door de kinderen in de Palestijnse gebieden als rolmodel gezien. Geïnterviewde kinderen vertellen dat zij deze ‘helden’ als voorbeelden zien zoals zijzelf later ook willen worden en zeggen te hopen dat er dan ook een school naar hen wordt genoemd.

De Amin Al-Husseini Elementary School, in El-Bireh juist ten noorden van ‎Jeruzalem, is genoemd naar de Nazi collaborateur, de Moefti of Jeruzalem gedurende het Britse mandaat. Deze figuur was gedurende de 2e Wereldoorlog verantwoordelijk voor de moordpartij op duizenden Serviërs en Croaten door de moslim SS ‎divisie. Toen de ‎Nazi’s voorstelden sommige Joodse kinderen vrij te laten, was Al-Husseini tegen hun vrijlating en werden er 5000 naar de gaskamers vervoerd.

Hebron koos op 13 mei 2017 bij de gemeenteraadsverkiezingen van de Palestijnse Autoriteit zesvoudig moordenaar Tayseer Abu Sneineh als burgemeester. Deze terrorist was in 1980 betrokken bij een aanval op een gebouw in Hebron waarin zich Joodse yeshiva-studenten bevonden. Bij die aanval werden zes studenten gedood en zestien andere Israëli’s raakten gewond. De terroristen, waaronder Hebrons nieuwe burgemeester, werden allen tot levenslange gevangenisstraffen veroordeeld. In de jaren 80 werden zij echter vrijgelaten bij verschillende uitwisselingen van gevangenen. Abu Sneineh heeft nooit spijt gehad van zijn daden, maar zegt er zelfs trots op te zijn. In zijn Facebook-profiel wordt hij als een van de ‘helden van de operatie in Hebron’ genoemd.

Tayseer Abu Sneineh, Hebrons nieuwe burgemeester. (Bron: Twitter).

Een woordvoerder van de Joodse gemeenschap in Hebron zei: ‘De keuze van een wrede moordenaar, die blijft pronken met zijn daden, tot burgemeester van Hebron, is de laatste nagel aan de doodskist van de bloedige overeenkomst, bekend als de Oslo-akkoorden.’ Nergens anders, alleen bij de Palestijnse Autoriteit kan een moordenaar in een ​​officieel ambt worden gekozen.’

Hoe ziet de ‘vrede’ van de “Bende van Ramallah” er uit als scholen en openbare pleinen naar Palestijnse terroristen met Joods bloed aan hun handen worden genoemd en ze Israël als een apartheid en racistische staat noemen? Door het eren van moordenaars van Joden is Abbas in plaats van streven naar vrede, alleen maar bezig met het bevorderen van een cultuur van haat en geweld. Onder Abbas is de anti-Israël ophitsing en indoctrinatie een bedrijf geworden. Een bedrijf dat met name door de leiders in het Westen wordt gefinancierd.

Het bewind in Ramallah streeft nog steeds naar een Palestijnse staat van ‘de rivier tot de zee’ (de rivier de Jordaan tot de Middellandse zee) een groot Palestina dat Israël op hun kaarten volledig heeft uitwist. Dat beleid werd al in 1921 door de moordzuchtige moefti van Jeruzalem, Amin al-Husseini, geïmplementeerd en door Jasser Arafat en Mahmoud Abbas in de praktijk gebracht door middel van gruwelijke moordaanslagen en het ontkennen van Israëls geschiedenis. Deze terreurleiders hebben van het elimineren van Israëls aanwezigheid in het Midden-Oosten hun enige doel gemaakt. Soms hebben ze om tactische redenen compromissen aangegaan waaronder de Oslo-akkoorden van 1993, maar het inkt van deze overeenkomst was nauwelijks droog of Arafat stuurde zijn moordmachines naar Israël. Er is nooit sprake geweest van een echt vredesproces. Steeds opnieuw hebben de leiders in Washington van Israël geëist pijnlijke concessies te doen en is Israël daarmee akkoord gegaan, maar nooit heeft Ramallah  daar positief op geantwoord. Er kan geen oplossing zijn zolang Abbas en trawanten dromen van de vernietiging van de Joodse staat.

In de wereld van de Palestijnen is terreur een diploma van waarde. Een tijd uitdienen in een Israëlische gevangenis kan een militaire rang opleveren, zelfs dat van  kolonel of generaal.  Neem bijvoorbeeld Jibril Rajoub, voormalig commandant van de beruchte Preventive Security Force van de Palestijnse Autoriteit, die in het bezit is van de rang van generaal-majoor. Rajoub’s rang is grotendeels het resultaat van de zeventien jaar die hij in de Israëlische gevangenis heeft doorbracht wegens zijn rol in terrorisme. Rajoub is slechts een van de tientallen, zo niet honderden, ex-gevangenen die hoge rangen en titels ontvingen, maar geen werkelijke militaire achtergrond hebben. Veel PA-veiligheidstopambtenaren, zoals generaal-majoor Adnan Damiri, woordvoerder van de veiligheidstroepen van de PA, dragen (nep) medailles en (nep) decoraties op hun militaire uniformen hoewel ze aan geen enkele oorlog hebben deelgenomen. Al dit soort figuren worden door Abbas en trawanten als rolmodel aangeprezen voor de jonge Palestijnen.

Net als onder Jasser Arafat is er ook vandaag geen enkele sprake van een “cultuur van vrede”. Ook onder Mahmoud Abbas worden de Palestijnse jongeren openlijk aangemoedigd om op te “marcheren richting Jeruzalem” en “martelaren” te worden. In september 2015 verklaarde Abbas dat hij “elke druppel bloed verwelkomt welke is vergoten in Jeruzalem.” Kort na deze verklaring begonnen de Palestijnen een campagne te voeren van aanvallen met messen en auto’s tegen Israëli’s, in een gewelddadige opstand, nu bekend als de “messen-intifada”. “Wij zullen Jeruzalem beschermen en wij zullen niet toestaan dat zij (Joden) de al-Aqsa (moskee) zullen verontreinigen en de kerk van de Heilige Sepulchure (Grafkerk) met hun smerige voeten“.

Sinds Abbas’ oproep tot ophitsing, hebben tientallen Palestijnse jongeren (en zelfs ouderen) aan zijn oproep gehoor gegeven door erop uit te trekken om onschuldige Israëliërs neer te steken, met auto’s te overrijden en andere moordpartijen. Sindsdien is er sprake van een nieuw soort intifada tegen Israël. Sindsdien hebben Palestijnen 177 mesaanvallen uitgevoerd, 144 aanslagen met vuurwapens en 58 aanvallen met auto’s. Dat heeft 49 Israëlisch het leven gekost en ruim 700 gewonden. (aantallen t/m 10-06-2017) Deze aanslagen zijn nog steeds niet gestopt. Zo vonden er op 16 juni twee gecoördineerde aanvallen plaats door Palestijnse terroristen. Een bij de Zedekiah Cave en een bij de Damascus poort in Jeruzalem. Daarbij is de 23-jarige agente Hadas Malka vermoord. Vier anderen raakten gewond. Malka heeft nog met de terrorist gevochten. Maar helaas waren haar verwondingen te zwaar. Drie Palestijnse aanvallers werden door veiligheidstroepen gedood. De laffe moordpartij werd weer door de Palestijnse terreurbeweging Hamas en Fatah, waarvan Abbas de grote baas is, als een heldendaad geprezen.

Hadas Malka vermoord bij de Damascuspoort.

Het bloed van de Joodse slachtoffers kleeft aan Abbas’ handen. Abbas en trawanten hebben elke kans op vrede met Israël ondermijnd door generaties van Palestijnse kinderen op te voeden in een educatief programma van haat jegens Israël en de Joden. De grotere Palestijnse samenleving wordt regelmatig onderwezen in dergelijke haat op de Palestijnse televisie, in de Palestijnse pers, in entertainment media en in politieke en religieuze communicatie.

Het zijn echter niet alleen de Palestijnse leiders die aanzetten tot geweld. Maar al te vaak worden kinderen door gewetenloze journalisten aangespoord tot het plegen van geweld tegen bijvoorbeeld Israëlische militairen. Grote groepen fotografen en cameralieden staan klaar om een eventuele misstap van de militairen vast te leggen en door te sturen naar hun persbureaus. De camera’s zoemen en de fotografen schieten hun plaatjes wanneer de ‘martelaren’ toe slaan. Het is business, handel, dat geld oplevert, maakt niet uit wat de gevolgen zijn. Dit soort fotografen houden er andere normen op na dan men normaal gesproken zou mogen verwachten. De vraag is steeds wie de pers uitgenodigd en wie de jongens heeft geronseld? Het komt regelmatig voor dat kinderen door cameraploegen en fotografen worden geronseld en betaald om Israëlische militairen met stenen te bekogelen om zodoende de niets vermoedende wereldburgers te trakteren op door henzelf uitgelokte gewelddadigheden. Maar meestal zijn het de Palestijnse terreurleiders zelf die de kinderen aanzetten tot dit soort daden en nodigen vervolgens de hen gewillige fotografen uit de rellen te komen filmen. Het zijn persmensen die bekend staan als anti-Israëlische propagandisten en er alles voor over hebben om Israël aan de schandpaal te nagelen. Veel van de gewelddadigheden zouden nooit zijn gebeurd wanneer er geen fotografen bij aanwezig zouden zijn geweest. Zodra er een van de stenengooiers gewond raakt of sneuvelt, breekt er internationaal een golf van commentaar los. De terreurbeweging Hamas en Abbas’ bende in Ramallah, hebben al lang geleden ontdekt dat kinderen tot de meest effectieve instrumenten in de strijd tegen Israël behoren – vooral vanwege de schade die het Israël berokkent bij de publieke opinie.

Trumps idee dat hij een vredesakkoord kan bereiken tussen Israël en de Palestijnen is net als bij zijn voorgangers gedoemd te mislukken. Hoe vaak heeft Abbas niet verklaard directe onderhandelingen met Israël als tijdverspilling te zien. Ze gaan gewoon door met het promoten van terreur. Toch had Mahmoud Abbas de brutaliteit om in het gesprek met president Trump te beweren dat de Palestijnen “een diep gekoesterde wens naar vrede hebben” en dat “hij tegen terreur zal strijden”.Grotere leugens zijn nauwelijks denkbaar. Toch denkt Trump dat een vredesakkoord mogelijk is. Uren na zijn vertrek uit de regio, zette Abbas zijn anti-Israël retoriek weer in volle hevigheid voort en noemde hij de Palestijnse gevangenen in Israël weer helden. “Wij zullen achter hen staan en hen steun geven. 

 Franklin ter Horst

Bron: http://www.franklinterhorst.nl